Spring naar inhoud

Risicomanagement

Risicomanagement

Beleid integraal risicomanagement

Risicomanagement maakt integraal onderdeel uit van de beheerste en integere bedrijfsvoering van Pensioenfonds Vervoer. Het pensioenfonds baseert het integraal risicomanagementbeleid op de eerste plaats op het COSO-ERM raamwerk. Het COSO-ERM raamwerk helpt het pensioenfonds bij het beoordelen en verbeteren van het interne beheersingssysteem. Daarnaast baseert het pensioenfonds zich onder meer op het Three Lines Model, toezichthouderuitingen en IORP II.

In het integraal risicomanagementbeleid zijn uitgangspunten voor het risicomanagement van het pensioenfonds beschreven. Het dient bij te dragen aan de doelstellingen en de strategie van het pensioenfonds. Omdat risico’s (en kansen) zich overal in de organisatie voordoen, heeft risicomanagement een brede kijk op zaken. 

Voor een nadere uitwerking van de risico's van het pensioenfonds verwijzen wij u naar paragraaf 19.7 van de jaarrekening.

Uitgangspunten van het risicomanagement zijn:

  • Inzicht verschaffen in de risico’s en de mate van werking van de beheersmaatregelen.
  • Risico en rendement aan elkaar te koppelen: zowel voor het vermogensbeheer, als de inzet van middelen voor beheersmaatregelen en hun effectiviteit.
  • Toetsen van de risicobereidheid aan de strategie en de strategische doelen.
  • Bewaken van de activa, de bezittingen, en de reputatie van het pensioenfonds.
  • Bijdragen aan het vergroten van de operationele efficiency en effectiviteit.
  • De waarschijnlijkheid vergroten dat de strategische en operationele doelen worden gehaald.
  • Voldoen aan wettelijke en toezichtseisen.
  • Het verbeteren van het lerend vermogen en de veerkracht van de organisatie.
  • Het verhogen c.q. op peil houden van het risicobewustzijn en de risicovolwassenheid van de organisatie.
  • Het verhogen van het zelfinzicht van de organisatie om betere besluitvorming en organisatie-inrichting mogelijk te maken.
  • Het voorkomen of verminderen van risico’s bij activiteiten die geen voordeel halen uit het dragen van risico’s.

Risicomanagementproces

De bronnen en uitgangspunten van voor het risicomanagement vormen de basis voor het cyclisch proces van de uitvoering van het risicomanagement. Het cyclisch proces is in de afbeelding hieronder weergegeven.

De cyclus kent de volgende vier stappen:

  1. In de eerste stap staat het identificeren van de risico’s die de organisatie in haar strategische of operationele doelen belemmeren centraal.
  2. De volgende stap in de cyclus is de analyse van de risico’s. De manier van analyseren moet aansluiten bij het type risico. Een risico kan meer ‘standaard’ zijn, nieuw of uniek, of concreet of onduidelijk.
  3. Na de analysestap komt de reactie op de risico’s. Dit houdt in het bepalen van de maatregelen die nodig zijn om met het risico om te gaan. De opties daarvoor zijn: risicovermijding (stoppen met de activiteit), risicoacceptatie (geen maatregelen instellen), risicobeheersing (wel maatregelen nemen) of risico’s overdragen (verzekeren van risico’s).
  4. De laatste stap is die van monitoring van de risico’s (kans, impact, omvang) en de werking van de genomen beheersmaatregelen en de evaluatie daarvan.

De cyclus is voor alle soorten risico’s te gebruiken en zorgt voor een gestructureerd proces. Pensioenfonds Vervoer onderscheidt de onderstaande vier toepassingen (zie afbeelding hieronder) waarvoor de cyclus wordt gebruikt.

  1. Omgevingsrisico’s ofwel externe ontwikkelingen die de strategie van het pensioenfonds bedreigen of beïnvloeden.
  2. De risicogebieden uit de risicotaxonomie van het pensioenfonds.
  3. De projectmatige risico’s van verandertrajecten.
  4. De risico’s die zijn verbonden aan beleids- of uitvoeringsvoorstellen voor het bestuur.

Risicodomeinen en risicotaxonomie

Pensioenfonds Vervoer heeft zijn risicoprofiel samengevat in vijf risicodomeinen:

  1. Besturingsfilosofie(gedrag, leiderschap en cultuur)
  2. Kapitaalmanagement(solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit)
  3. Reputatiemanagement (imago, identiteit en integriteit)
  4. Product & regeling (uitbesteding, processen en IT)
  5. Strategische verandertrajecten (o.b.v. de strategie)

De risicodomeinen zorgen ervoor dat het brede spectrum aan risico’s in beeld is. De risicodomeinen zijn nader uitgewerkt in een risicotaxonomie. Het pensioenfonds onderkent ruim dertig risicogebieden in zijn risicotaxonomie.

Bestuursbureau Control Framework

Pensioenfonds Vervoer zorgt ook voor een adequate interne beheersing op het niveau van het pensioenfonds zelf. Hiervoor is het Bestuursbureau Control Framework in gebruik genomen. Een passende interne beheersing geeft op transparante wijze inzicht in de opzet, het bestaan en de werking van beheersmaatregelen voor het in-control zijn over de diverse sleutelprocessen. De sleutelprocessen van het bestuur en het bestuursbureau hebben betrekking op het beleid, de regie en monitoring van de uitbesteding, de bestuursondersteuning en overige zaken die vanuit wet- en regelgeving specifiek moeten worden geborgd.

Governance van het risicomanagement

Het Three Lines Model van het IIA (Institute of Internal Auditors, zie de volgende afbeelding) is toegepast voor de inrichting van het risicomanagement bij het pensioenfonds. In de afbeelding zijn de rollen en verantwoordelijkheden en hun wisselwerking (de pijlen inclusief hun betekenis) in het Three Lines Model inzichtelijk gemaakt.

Het bestuur is als opdrachtgever aan de lijnorganisatie eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de bedrijfsprocessen van Pensioenfonds Vervoer. De bestuursleden treden gezamenlijk beleidsbepalend en controlerend op. Dit betekent dat het bestuur eindverantwoordelijk is voor de risicobeheersing tot op het niveau van de operationele uitvoering. Het bestuur vervult hierbij ook een monitorende rol op de risicobeheersing.

Bij het pensioenfonds zijn de meeste operationele processen uitbesteed. De eerste lijn van het bestuursbureau is verantwoordelijk voor het risicomanagement van de uitbestede (operationele) processen. Periodiek wordt gecontroleerd of de wijze waarop de uitbestedingspartij de uitbestede werkzaamheden uitvoert nog overeenkomt met de gemaakte afspraken, zoals vastgelegd in de uitbestedingsovereenkomst en in meer detail in de SLA. De monitoring en controle van de uitbestede werkzaamheden is onderdeel van de interne controlecyclus van het pensioenfonds. Het beleid inkoop-en uitbesteding van het pensioenfonds gaat verder in op taken en verantwoordelijkheden rond uitbesteding. Daarnaast is de eerste lijn van het bestuursbureau verantwoordelijk voor het risicomanagement van de eigen activiteiten op het bestuursbureau.

De afdeling risicomanagement van het bestuursbureau heeft een onafhankelijke tweedelijnsrol. De Chief Risk Officer van het bestuursbureau is ook houder van de risicobeheersleutelfunctie en heeft een onafhankelijke escalatielijn naar de voorzitters van het bestuur en de voorzitter van de RvT.

Voornaamste risico’s

Voorafgaand aan de toelichting per risicodomein staan hieronder de voornaamste risico’s van Pensioenfonds Vervoer. In de volgende tabel is vermeld hoe wordt gereageerd op het risico en of de risico’s zich hebben gemanifesteerd in 2025. De benoemde risico’s kunnen van toepassing zijn op meerdere van de daarna toegelichte risicodomeinen.

Voornaamste risico’s van het pensioenfonds:

Risico’s Wat is de risicoreactie? Heeft het risico zich voorgedaan?
Nieuw pensioenstelsel: grote stelselwijziging waarin veel soorten risico’s samenkomen. Gemitigeerd met een projectmatige en gefaseerde aanpak met risicoanalyses en ondersteuning door externe deskundigen. Omdat sprake is van projectmatige risico’s zullen deze normaal gesproken in de tijd afnemen, omdat de activiteiten vorderen en onzekerheden verminderen. Ja, het risico van het uitlopen van de planning heeft zich voorgedaan. Zie hoofdstuk 9.
Strategisch veranderrisico: dit gaat over belangrijke verandertrajecten, zoals de vernieuwing van de
pensioenadministratie.
Gemitigeerd via nauwe betrokkenheid bij het Wtp-programma van de pensioenuitvoeringsorganisatie. Omdat sprake is van projectmatige risico’s zullen deze normaal gesproken in de tijd afnemen, omdat de activiteiten vorderen en onzekerheden verminderen. Ja, de planning is uitgelopen.
Dekkingsgraadrisico: een gedaalde dekkingsgraad kan leiden tot korten. Geaccepteerd binnen risicohouding. Nee.
Klimaatrisico: consequenties voor de waarde van de beleggingen en de reputatie. Gemitigeerd via een klimaatbeleid als onderdeel van het MVB-beleid en risicometing. Geen significante invloed op de beleggingsportefeuille waargenomen.
Geopolitieke onzekerheid: de onzekerheid door internationale spanningen en verschuivingen die impact kunnen hebben op de economie en financiële markten. Onderzocht met onder andere scenarioanalyses, bewustwording/kennisdeling en stresstesting van de portefeuille.
Ja, per saldo heeft dit geen direct impact op de dekkingsgraad gehad.
Technologische risico’s: IT, AI, informatiebeveiliging & cybercrime en third party risk management Gemitigeerd met onder andere een afdeling IT & informatiebeveiliging, informatievoorzieningsbeleid, ICT BCM beleid, ICT incidentprocedure en uitbestedingsbeleid ICT dienstverleners, afspraken met uitbestedingspartijen en monitoring op de naleving van de afspraken. De beheersmaatregelen voor de IT- en informatiebeveiligingsrisico’s hebben toereikend gewerkt. In 2025 hebben zich geen ernstige impact incidenten voorgedaan.

Ontwikkelingen per risicodomein

Besturingsfilosofie

Besturingsfilosofie behandelt onderwerpen zoals gedrag, leiderschap, houding, cultuur, governance en voldoen aan wet- en regelgeving. Niet alleen het hebben van beleid en een goed ingericht bestuursbureau zijn van belang. Ook dient de uitvoering van dat beleid aantoonbaar door het bestuursbureau te worden gewaarborgd. Hiervoor is het Bestuursbureau Control Framework geïmplementeerd. In 2025 is een herijking uitgevoerd op de sleutelbeheersmaatregelen in het Bestuursbureau Control Framework. Wijzigingen zijn onder meer verwerkt naar aanleiding van de implementatie van de Digital Operational Resilience Act (DORA).

Het pensioenfonds signaleert nieuwe wet- en regelgeving en monitort of het voldoet aan de huidige wet- en regelgeving. Belangrijke thema’s hierbij zijn het voldoen aan de EU-wetgeving over cyberweerbaarheid en kunstmatige intelligentie. Dit betreffen de zogenoemde Digital Operational Resilience Act (DORA) en de Artificial Intelligence Act (AI Act).

Uit de monitoring van de besturingsrisico’s kwamen in 2025 geen belangrijke bevindingen naar voren.

Kapitaalmanagement

De financiële risicohouding volgens het wettelijk kader (het FTK) is vastgesteld in afstemming met de sociale partners. De risicohouding zoals hier bedoeld is de mate waarin een fonds, na overleg met sociale partners en na overleg met de organen van het fonds, bereid is beleggingsrisico’s te lopen om de doelstellingen van het fonds te realiseren en de mate waarin het fonds (beleggings-)risico’s kan lopen, gegeven de kenmerken van het fonds. De risicohouding vormt de basis voor het vaststellen van het strategisch (beleggings-)beleid. De financiële risicobereidheid van het pensioenfonds onder het Ftk laat zich in dit kader kortweg formuleren als: het voorkomen van korten is belangrijker dan het niet (volledig) kunnen indexeren.

In hoofdstuk 15 Financiële ontwikkelingen wordt de zogenoemde korte en lange termijn risicohouding kwantitatief toegelicht. De korte termijn risicohouding komt tot uiting in het zogenoemde Vereist Eigen Vermogen, dat wordt bepaald op basis van het risicomodel van DNB. Dit model bevat de belangrijkste financiële risico’s van het pensioenfonds en wordt, evenals de betreffende risico’s zelf, toegelicht in de jaarrekening hierna. De lange termijn risicohouding betreft de zogenoemde haalbaarheidstoets.

De twee grootste financiële risico’s voor de dekkingsgraad van het pensioenfonds zijn het niet afgedekte deel van het renterisico van de pensioenverplichtingen en het risico van zakelijke waarden zoals aandelen.
De volgende financiële schokmatrix geeft inzicht in de gevoeligheid van de dekkingsgraad voor renteveranderingen en waardeveranderingen van zakelijke waarden.
Het renterisico staat op de verticale as, en wordt weergegeven in basispunten renteverandering. Een basispunt is een meeteenheid die gelijk is aan 1/100ste van 1 procent. Het zakelijke waarden-risico staat op de horizontale as, weergeven in procentuele waardeverandering.

De risico’s in de externe financiële verslaggeving en de financiële risico’s van het fonds worden in detail beschreven in de jaarrekening. In het zogenoemde Limietenkader legt het fonds onder andere de grenzen voor de risico’s op balansniveau vast. Het bestuur monitort de financiële risico’s onder andere via het maandelijkse dashboard financiële risico’s. De bespreking van rapportages vindt sinds najaar 2025 niet meer maandelijks maar per kwartaal plaats. Daarbij worden dan meerdere maanden gezamenlijk besproken met extra aandacht voor wat opvalt. Bij relevante ontwikkelingen die eerder aandacht verdienen wordt het bestuur pro-actief door het bestuursbureau geïnformeerd.

ESG (environment, social en governance)-risico’s houden verband met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. Pensioenfonds Vervoer heeft als langetermijnbelegger te maken met de consequenties van ecologische, economische of maatschappelijke ontwikkelingen op de toekomstige waarde van de beleggingen. Het ESG-risico gaat daarnaast over reputatierisico. Dit hangt ook samen met de diverse (EU-)wet- en regelgeving waaraan Pensioenfonds Vervoer moet voldoen en codes waaraan het fonds zich vrijwillig committeert. Het pensioenfonds heeft een breed scala aan beheersmaatregelen (MVB-beleid voor onder meer engagement, sanctiescreening van beleggingen, stembeleid en uitsluitingen en diverse rapportages hierover) om het ESG-risico te mitigeren.
In het Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) beleid is ook het Klimaatrisicobeleid en ESG-beleid opgenomen. Ook is vastgelegd hoe het pensioenfonds invulling heeft gegeven aan de Good Practice ESG-risicobeheer van DNB.

Reputatiemanagement

Voor het pensioenfonds is het reputatierisico één van de belangrijkste risico’s. Het beheersen van reputatierisico’s vormt dan ook een onderdeel van de totale risicohouding. Reputatiemanagement omvat naast het imago van het pensioenfonds de onderwerpen integriteit (incl. frauderisico) en privacy. Het zo goed mogelijk waarborgen van integriteit en het voldoen aan privacywet- en regelgeving, vormen  pijlers om mogelijke reputatierisico’s voor het pensioenfonds te beheersen.

De monitoring van reputatierisico’s via de incidentenprocedure, de rapportage van de tweedelijns externe compliance officer, de rapportage van de afdeling risicomanagement of anderszins bracht geen significante risico’s aan het licht.

Integriteit en frauderisico

Het pensioenfonds beschikt over een interne gedragscode. Het bestuur heeft daarin de gewenste cultuur vastgelegd. Alle verbonden personen dienen deze gedragscode te ondertekenen. Daarmee verklaren zij dat ze integer handelen.

De gedragscode bevat onder meer regels over het omgaan met vertrouwelijke gegevens, het omgaan met relatiegeschenken en nevenfuncties en het omgaan met financiële belangen in zakelijke relaties van het fonds. Verbonden personen vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling met een partij waarmee het fonds een band heeft, op welke manier dan ook.

De compliance officer van het fonds toetst jaarlijks de naleving van de gedragscode aan de hand van een door alle verbonden personen in te vullen vragenlijst (nalevingsverklaring). Het bestuur bespreekt de rapportage over de naleving van de gedragscode. In de gedragscode zijn mogelijke sancties opgenomen voor de niet-naleving. De statuten bevatten daarnaast adequate maatregelen die het bestuur kan treffen wanneer mogelijk sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling.

Het bestuur van het pensioenfonds voert iedere twee jaar een systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) uit om te bepalen of er (nieuwe)integriteitsrisico’s zijn die een mogelijke bedreiging vormen voor het pensioenfonds. Naast integriteitsrisico’s zoals cultuur & gedrag, corruptie(omkoping) en witwassen, maken fiscale fraude, interne fraude en externe fraude expliciet onderdeel uit van de SIRA. Daarnaast kan fraude zich voordoen als gevolg van andere risico’s in de risicotaxonomie, zoals: cybercrime en privacyrisico.
Dit komt tot uitdrukking door bijvoorbeeld: identiteitsfraude, CEO-fraude, Whatsapp-fraude en phishing. De uitkomst van de SIRA 2024 is dat het pensioenfonds een breed scala aan maatregelen heeft getroffen om het integriteitsrisico te beheersen. In de SIRA 2024 is het netto risico voor externe fraude hoger ingeschat dan voorheen vanwege de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Er bestaan diverse beheersmaatregelen om dit risico in de toekomst te beperken. Geen van de netto risico’s uit de SIRA 2024 is als ‘zeer hoog’ beoordeeld. 

Fraude kan een gevaar vormen voor de integere en beheerste bedrijfsvoering. Daarom heeft het pensioenfonds beheersmaatregelen getroffen om de kans op en de impact van fraude te beperken. Voor de beheersing van integriteitrisico’s in brede zin maakt het pensioenfonds onderscheid tussen ‘zachte’ maatregelen zoals aandacht voor gedrag, cultuur en het bevorderen van gewenst gedrag en ‘harde’ maatregelen en normen (zoals vastgelegd in beleid, procedures en codes). Uitgangspunt is het vertonen van gewenst gedrag door het pensioenfonds en alle personen die hieraan verbonden zijn, inclusief de uitvoerders.

In het Bestuursbureau Control Framework van het pensioenfonds zijn sleutelbeheersmaatregelen voor de beheersing van frauderisico’s opgenomen. De externe vertrouwenspersoon voor integriteit van het pensioenfonds draagt zorg voor de opvolging van eventuele meldingen door klokkenluiders. De incidentenprocedure van het fonds zorgt voor de opvolging van fraudesignalen. In 2025 zijn geen vermoedens van fraude geconstateerd.

Privacyrisico

Voor de beheersing van het privacyrisico heeft het fonds een tweedelijns externe functionaris gegevensbescherming (FG) aangesteld. In 2025 heeft een voortdurende toetsing plaatsgevonden om privacyrisico’s te identificeren, te voorkomen en waar mogelijk te mitigeren. De FG rapporteert zijn bevindingen eens per halfjaar aan het bestuur.

De opinie van de FG over 2025 luidt als volgt:

“De verplichtingen rondom zorgvuldige omgang met gegevens, privacy en voldoen aan wet- en regelgeving op dat gebied zijn in 2025 adequaat ingevuld. Het fonds besteedt doorlopend aandacht aan deze onderwerpen. De eerste en tweede lijn houden elkaar daarin scherp, weten elkaar te vinden wanneer nodig en begrijpen elkaars functies en belangen.

Wet- en regelgeving op privacygebied blokkeert het gebruik van innovaties niet, maar dwingt het fonds wel om voortdurend scherp en kritisch te blijven. Binnen het fonds is men zich bewust van deze noodzaak en is daar doorlopende aandacht voor. De komst van kunstmatige intelligentie is daar het afgelopen jaar een tekenend voorbeeld van geweest.

Naast nieuwe technieken zijn bestaande en al eerder ingerichte processen en procedures in 2025 ook gevolgd om periodiek met elkaar af te stemmen wat de stand van zaken van het fonds was op het gebied van privacycompliance. Deze combinatie van het borgen van bestaande en gemaakte afspraken en het steeds weer zoeken naar nieuwe mogelijkheden en toepassingen binnen de kaders van het toelaatbare hebben in 2025 wederom gezorgd voor een volwassen organisatie waarin veel waarde wordt gehecht aan het herkennen en adequaat beheersen van risico’s.”

Product & regeling

De uitvoering van de pensioenregelingen en het vermogensbeheer bij de uitvoerders vereist goed ingerichte processen met behulp van passende IT-voorzieningen. Als de uitvoering van de pensioenregeling niet adequaat is, verhoogt dit het risico dat deelnemers en werkgevers ontevreden zijn, bijvoorbeeld vanwege fouten in de uitkeringen of een gebrek aan klantgerichtheid. Het vermogen van Pensioenfonds Vervoer is ontstaan uit ingelegde premies, gedane uitkeringen, gemaakte kosten en gerealiseerd beleggingsrendement. Dit vermogen moet goed beheerd worden.

Het pensioenfonds heeft diverse beheersingsmaatregelen ingesteld om de kwaliteit van de pensioen- en vermogensbeheeruitvoering te monitoren en zo mogelijk bij te sturen:

  • Reguliere eerstelijns monitoring van het bestuursbureau van de pensioen- en vermogensbeheeruitvoering en de rapportages van de pensioenuitvoeringsorganisatie en integraal manager vermogensbeheer;
  • Incidentenbeleid dat wordt uitgevoerd op het bestuursbureau;
  • Beoordeling van de risico- en assurancerapportages van uitbestedingspartijen en monitoring van opvolging van bevindingen;
  • Beoordeling van de strategische risico’s van de uitbestedingspartijen (zoals continuïteit, kwaliteit en verandervermogen);
  • Overleg met het tweedelijns risicomanagement van de pensioenuitvoeringsorganisatie en integraal manager vermogensbeheer;
  • Tweedelijns risicomanagement rapportage integraal risicomanagement per vier maanden voor het bestuur.

In 2025 hebben zich geen ernstig impact incidenten voorgedaan bij Pensioenfonds Vervoer of in de dienstverlening van uitbestedingspartijen aan het pensioenfonds.

Strategische verandertrajecten

Strategische verandertrajecten zijn de eigen activiteiten, die zijn gericht op majeure veranderingen om de strategie van Pensioenfonds Vervoer te realiseren. Kenmerkend is dat deze een verhoogd risico qua impact en complexiteit vormen. Daarom vereisen de strategische veranderingen een projectgovernance en eventueel specifieke expertise. Het bestuur is nauw betrokken bij strategische verandertrajecten.

Het nieuwe pensioenstelsel vormt momenteel de grootste bron van dit risico. Het pensioenfonds heeft hiervoor een projectgroep ingesteld. Met behulp van een externe projectbegeleider voert deze projectgroep een gefaseerd projectplan uit, monitort de ontwikkelingen en rapporteert hierover aan het bestuur.


Belangrijkste onzekerheden

Pensioenfonds Vervoer vindt het van groot belang om gestructureerd na te blijven denken over de mogelijke veranderingen in de omgeving van het fonds en het effect daarvan op onze strategie.

Uit de jaarlijkse herijking van de omgevingsrisico’s kwamen als belangrijkste onzekerheden naar voren:

  • Wet toekomst pensioenen
  • Cyberdreiging
  • Geopolitieke onzekerheid
  • Maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten voor ESG en duurzaam beleggen
  • Toepassing van AI en andere technologieën
  • Economische scenario’s
  • Europese regelgeving met betrekking tot de verplichtstelling en eis van dienstbetrekking

Geplande ontwikkeling risicomanagement in 2026

Het risicomanagement heeft, naast de bestaande werkzaamheden in 2026, de volgende speerpunten:

  • Risicobeheersing Wtp
  • Eigen Risico Beoordeling (ERB) 2026
  • Evalueren operationele en andere prestatie indicatoren
  • Oefenen en testen crisismanagement en crisiscommunicatie