Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: het bestuur van Stichting Pensioenfonds Vervoer
Verklaring over de jaarrekening 2025
Ons oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van Stichting Pensioenfonds Vervoer (‘de stichting’) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (‘BW’).
Wat we hebben gecontroleerd
Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van Stichting Pensioenfonds Vervoer te Amsterdam gecontroleerd.
De jaarrekening bestaat uit:
- de balans per 31 december 2025;
- de staat van baten en lasten over 2025; en
- de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Onafhankelijkheid
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Pensioenfonds Vervoer zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Onze controleaanpak
Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot de kernpunten, fraude en continuïteit, en de aangelegenheden daaruit, bepaald in de context van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Daarom geven wij geen afzonderlijke oordelen of conclusies over de informatie ter ondersteuning van ons oordeel, zoals onze bevindingen en observaties ten aanzien van individuele kernpunten en de controleaanpak gericht op de frauderisico’s en continuïteit.
Samenvatting en context
Stichting Pensioenfonds Vervoer is een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds waarbij alle werkgevers in de sector Beroepsgoederenvervoer en het Kraanverhuurbedrijf, de sector Besloten busvervoer en de sector Zorgvervoer en Taxi aangesloten zijn. Naast de verplichtgestelde werkgevers kunnen werkgevers zich ook vrijwillig aansluiten. Vanuit de Pensioenwet worden met name zaken voorgeschreven met betrekking tot governance, fondsdocumenten, toeslagbeleid en verantwoording. Wij hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de gebieden die gerelateerd zijn aan de specifieke bedrijfsactiviteiten van de stichting.
Als onderdeel van het ontwerpen van onze controleaanpak hebben wij de materialiteit bepaald en het risico van materiële afwijkingen in de jaarrekening geïdentificeerd en ingeschat. Wij besteden bijzondere aandacht aan die gebieden waar het bestuur belangrijke schattingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij significante schattingen waarbij veronderstellingen over toekomstige gebeurtenissen worden gemaakt die inherent onzeker zijn. Hierbij hebben wij onder meer aandacht besteed aan de assumpties die horen bij de fysieke en transitie risico’s als gevolg van klimaatverandering.
In hoofdstuk ‘Grondslagen voor waardering van activa en passiva’ van de jaarrekening, onder de toelichting op de beleggingen en de toelichting op de technische voorzieningen, heeft de stichting de schattingsposten en de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheid uiteengezet. Vanwege de significante schattingsonzekerheid en het gerelateerde hogere inherente risico verbonden aan de fondsspecifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen en het verhoogde risico in de waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen, hebben wij deze aangemerkt als kernpunten zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De kernpunten van onze controle’. De waardering van de beleggingen en de technische voorzieningen zijn bepalend voor de beleidsdekkingsgraad van de stichting. Wij hebben de toelichting op de financiële positie van de stichting aangemerkt als kernpunt, vanwege het belang hiervan voor de deelnemers in relatie tot mogelijke korting dan wel mogelijke indexatie van de pensioenaanspraken.
Stichting Pensioenfonds Vervoer heeft de potentiële impact van klimaatverandering op haar financiële positie beoordeeld. In hoofdstuk 11 ‘Beleggingen’ van het bestuursverslag, onder subsectie ‘Verantwoord beleggen’ zijn de risico’s voortkomend uit klimaatverandering nader toegelicht. Wij hebben de beoordeling van de aan klimaat gerelateerde risico’s besproken met het bestuur, en de potentiële impact op de financiële positie inclusief de onderliggende assumpties en schattingen geëvalueerd. De verwachte effecten van klimaatverandering leiden niet tot een kernpunt in onze controle.
Andere aandachtsgebieden in onze controle, die niet als kernpunten zijn aangemerkt, waren de volledigheid van de verantwoorde premies en de juistheid van de pensioenuitkeringen alsmede de collectieve waardeoverdracht van Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart per 1 december 2025.
Wij hebben ervoor gezorgd dat het controleteam over voldoende specialistische kennis en expertise beschikte die nodig zijn voor de controle van een pensioenfonds. Wij hebben daarom accountants met ervaring met de controle van pensioenfondsen en deskundigen op onder meer het gebied van waardering van financiële instrumenten in ons team opgenomen.
De hoofdlijnen van onze controleaanpak waren als volgt:

Materialiteit
- Materialiteit: €145.000.000.
Reikwijdte van de controle
- Uitbesteding van kernprocessen vermogensbeheer, custody en pensioenbeheer en de werkzaamheden van andere accountants op interne beheersingsrapportages van deze partijen.
- Samenwerking met andere accountants voor de controle van de beleggingen.
- Controle van de waardering van de technische voorzieningen in samenwerking met de certificerend actuaris, conform Handreiking 1120.
Kernpunten
- Waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen;
- De fondsspecifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen;
- De toelichting op de financiële positie.
Materialiteit
De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Het begrip ‘materieel’ wordt toegelicht in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij bepalen, op basis van ons professionele oordeel, kwantitatieve grenzen voor materialiteit waaronder de materialiteit voor de jaarrekening als geheel, zoals uiteengezet in onderstaande tabel. Deze grenzen, evenals de kwalitatieve overwegingen daarbij, helpen ons om de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden voor de individuele posten en toelichtingen in de jaarrekening te bepalen en om het effect van onderkende afwijkingen, zowel individueel als gezamenlijk, op de jaarrekening als geheel en op ons oordeel, te evalueren.
| Materialiteit | €145.000.000 (2024: €161.000.000). |
| Hoe is de materialiteit bepaald | Wij bepalen de materialiteit op basis van ons professionele oordeel. Als basis voor deze oordeelsvorming gebruiken wij 0,5% (2024: 0,5%) van het totaal van de technische voorzieningen per 31 december 2025. Bij het bepalen van dit percentage is rekening gehouden met de financiële positie van de stichting. De afname van de materialiteit in absolute zin is het gevolg van het dalen van het totaal van de technische voorzieningen. |
| De overwegingen voor de gekozen benchmark | Wij gebruiken het totaal van de technische voorzieningen als de primaire, in de sector algemeen toegepaste, benchmark, op basis van onze analyse van de gemeenschappelijke informatiebehoeften van gebruikers van de jaarrekening, voornamelijk het bestuur, de deelnemers en de toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis daarvan zijn wij van mening dat het totaal van de technische voorzieningen een weerspiegeling is van de omvang van het pensioenfonds en een belangrijke factor bij de bepaling van de dekkingsgraad van het fonds. |
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met het bestuur overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de €7.250.000 (2024: €8.000.000) aan hen rapporteren evenals kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.
Controleaanpak frauderisico's
Wij hebben risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude geïdentificeerd en ingeschat. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in Stichting Pensioenfonds Vervoer en haar omgeving en de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van toezicht, toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan. Wij verwijzen naar hoofdstuk 12 ‘Risicomanagement’ van het bestuursverslag, waarin het bestuur van de stichting aangeeft dat het iedere twee jaar een systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) uitvoert. Hierbij worden ook risico’s bij de pensioenuitvoeringsorganisatie en de vermogensbeheerder betrokken.
Wij hebben ten aanzien van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude de opzet en implementatie van de interne beheersing geëvalueerd, waaronder de frauderisicoanalyse van het bestuur, zoals opgenomen in de SIRA, de gedragscode, het integriteitsbeleid en de regeling vermoeden misstanden, en voor zover wij dat noodzakelijk achtten voor onze controle, de werking getoetst van deze interne beheersmaatregelen.
We hebben inlichtingen ingewonnen bij het bestuursbureau om hun fraudebewustzijn te evalueren, alsmede om de interne beheersomgeving met betrekking tot fraude, de ‘tone at the top’ en de controles op entiteitsniveau te evalueren. Als onderdeel van deze procedures hebben we de CFO van het bestuursbureau gevraagd om onze fraudevragenlijst in te vullen en hebben we de uitkomsten van deze vragenlijst besproken met de CEO en de CFO van het bestuursbureau.
Wij hebben aan de leden van het bestuur en het bestuursbureau gevraagd of zij op de hoogte waren van feitelijke, vermeende of vermoede fraude. Hieruit volgden geen signalen van feitelijke, vermeende of vermoede fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.
Het door ons geïdentificeerde frauderisico en de door ons uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:
| Geïdentificeerd frauderisico | Onze controlewerkzaamheden en observaties |
| Het risico dat het bestuur maatregelen van interne beheersing doorbreekt | Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing en de werking van de maatregelen getoetst in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen. Daarnaast hebben wij inzicht verkregen in de ISAE 3402-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie, als partij die primair de financiële administratie van het pensioenfonds voert, en de hierin opgenomen interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van toegangsbeveiliging in het IT-systeem. Wij hebben de werkzaamheden die de accountant van de pensioenuitvoeringsorganisatie heeft verricht, geëvalueerd. Wij hebben onze controle hoofdzakelijk systeemgericht ingestoken. Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden omvatten onder meer inspectie van informatie uit brondocumenten. Wij hebben geen significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening geïdentificeerd. Daarnaast hebben wij specifieke controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van belangrijke schattingen van het bestuur, waaronder de waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen en de fondsspecifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen. Hiervoor verwijzen wij naar de kernpunten van onze controle. Wij hebben in het bijzonder aandacht gehad voor het inherente risico van mogelijke tendenties van het bestuur bij schattingen. Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door het bestuur. |
| Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken. Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur met betrekking tot: • journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt; • schattingen; • significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening. Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur. |
Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd. Daarnaast hebben we kennisgenomen van correspondentie met toezichthouders en zijn wij tijdens de controle alert gebleven op indicaties voor fraude. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen waren die een aanwijzing vormden voor fraude.
Controleaanpak continuïteit
Zoals toegelicht in het onderdeel hoofdstuk 19.5 ‘Grondslagen’ van de jaarrekening, onder subsectie ‘Continuïteitsveronderstelling' heeft het bestuur de continuïteitsbeoordeling van de stichting voor ten minste twaalf maanden vanaf de datum van opmaken van de jaarrekening uitgevoerd en geen gebeurtenissen of omstandigheden geïdentificeerd die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te handhaven (hierna: continuïteitsrisico’s).
Op basis van de verkregen controle-informatie hebben wij vastgesteld of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Daarnaast hebben wij de correspondentie met relevante toezichthoudende instanties geïnspecteerd.
Pensioenfondsen zijn op grond van de wetgeving gehouden om een adequate vermogensdekking, vereist eigen vermogen, aan te houden. Het vereist eigen vermogen wordt op basis van het financieel toetsingskader bepaald. Als de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds lager is dan het vereist eigen vermogen, moet een herstelplan worden opgesteld waaruit blijkt hoe het fonds het eigen vermogen op het vereiste niveau brengt. Als het fonds niet kan voldoen aan het herstel zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen. Daar waar nodig zullen de rechten van de (gewezen) deelnemers moeten worden aangepast zodat weer aan het vereist eigen vermogen wordt voldaan.
Zoals opgenomen in toelichting 19.6 (4) ‘Stichtingskapitaal en reserves’ van de jaarrekening bevindt de stichting zich op balansdatum niet meer in een tekortsituatie. In maart 2024 heeft het bestuur besloten om ingaande 2024 toe te treden tot het transitie-FTK en heeft het overbruggingsplan bij DNB ingediend dat vervolgens is goedgekeurd door DNB in augustus 2024. In 2025 heeft het bestuur wederom een herstelplan ingediend aangezien eind 2024 de beleidsdekkingsgraad lager was dan de vereiste dekkingsgraad. Echter, ultimo 2025 was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de vereiste dekkingsgraad en derhalve is er geen herstelplan meer vereist in 2026. Wij hebben kennisgenomen van het herstelplan, de correspondentie met De Nederlandsche Bank N.V. en de toelichting in de jaarrekening hierover. Voor een nadere uiteenzetting verwijzen wij naar het kernpunt ‘De toelichting op de financiële positie’.
Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.
De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens de controle van de jaarrekening. Wij hebben het bestuur op de hoogte gebracht van de kernpunten. De kernpunten vormen geen volledige weergave van alle risico’s en punten die wij tijdens onze controle hebben geïdentificeerd en hebben besproken. Wij hebben in deze paragraaf de kernpunten beschreven met daarbij een samenvatting van de op deze punten door ons uitgevoerde werkzaamheden.
| Kernpunten | Onze controlewerkzaamheden en observaties |
| Waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen | |
| Wij verwijzen naar toelichting 19.6 (1) ‘Beleggingen voor risico pensioenfonds’ in de jaarrekening | Systeemgerichte werkzaamheden Wij hebben door middel van de ISAE 3402-rapportage van de vermogensbeheerder zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van beleggingen gewaardeerd op basis van niet marktobserveerbare uitgangspunten. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. Derhalve hebben wij, in het kader van onze controle, gesteund op deze interne beheersingsmaatregelen. Gegevensgerichte werkzaamheden Wij hebben vastgesteld dat het aantal units in vastgoed- en hypothekenfondsen dat de stichting houdt, aansluit met het gecontroleerde participatieregister en dat de reële waarde van de vastgoed- en hypothekenfondsen in de administratie van het pensioenfonds in materiële zin overeenkomt met de gecontroleerde waarde van de portfolio van de vastgoed- en hypothekenfondsen. Hierbij hebben wij de door een onafhankelijke accountant gecontroleerde net asset value per unit van deze niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen aangesloten met deze waarden in de overzichten van de vermogensbeheerder. Daarnaast hebben wij vastgesteld dat het gebruikte verslaggevingskader overeenkomt met dat van de jaarrekening van de stichting. Wij hebben kennisgenomen van de toelichtingen op de niet-beursgenoteerde beleggingen en deze getoetst aan de (toelichtings)vereisten uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Wij hebben vastgesteld dat er geen sprake is van gebeurtenissen na balansdatum die invloed hebben op de waardering van deze vastgoed- en hypothekenfondsen per 31 december 2025. |
| Het pensioenfonds belegt in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingen. Wij onderkennen een verhoogd risico waar het gaat om de waardering van beleggingen in niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen (indirect vastgoed) en hypothekenfondsen. Dit komt met name door de verhoogde schattingsonzekerheid aangezien de gebruikte inputs in de waarderingsmodellen niet in alle gevallen marktobserveerbare informatie betreffen. Het vastgoed wordt gewaardeerd op basis van externe taxaties door onroerend goed taxateurs van het vastgoed in de fondsen. Voor de reële waardeberekening van de hypotheken binnen de hypothekenfondsen wordt gebruikgemaakt van parameters en/of veronderstellingen met betrekking tot de verwachte kasstroom en de disconteringsvoet. Door de hoge mate van schattingsonzekerheid is er een inherent hoger risico op fouten en fraude. Daarom hebben wij de waardering van niet- beursgenoteerde beleggingen in indirect vastgoed en hypothekenfondsen geïdentificeerd als kernpunt van onze controle. |
|
| De fondsspecifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen | |
| Wij verwijzen naar toelichting 19.6 (5) ‘Technische voorzieningen’ in de jaarrekening | Systeemgerichte werkzaamheden Wij hebben door middel van de ISAE 3402 type 2-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van de technische voorziening. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. Wij hebben, zoals ook verwoord in de sectie ‘Reikwijdte van de controle’, gesteund op deze interne beheersingsmaatregelen. Gegevensgerichte werkzaamheden Wij hebben de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • evaluatie van de gehanteerde grondslagen voor waardering van activa en passiva aan de hand van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving; en • evaluatie van de uitkomsten van de actuariële analyse over 2025 waaronder de vertaling naar de fondsspecifieke grondslagen, alsmede bespreking van deze analyse met het bestuur, het management van het bestuursbureau en de certificerend actuaris. In het kader van onze verantwoordelijkheid als accountant van de stichting hebben wij de certificerend actuaris instructies gestuurd. De certificerend actuaris heeft bij de technische voorziening aan de hand van de administratieve basisgegevens (‘pensioenaanspraken’) een actuariële verklaring afgegeven. De door de actuaris gehanteerde basisgegevens hebben wij aangesloten op de basisgegevens die bekend zijn uit onze eigen assurancewerkzaamheden inzake de basisgegevens. Wij hebben kennisgenomen van het certificeringsrapport en de afgegeven actuariële verklaring en die met de certificerend actuaris besproken. Hierbij is specifiek aandacht geschonken aan de fondsspecifieke grondslagen. De certificerend actuaris heeft in zijn verklaring aangegeven dat de stichting voldoet aan de relevante artikelen van de Pensioenwet. Wij hebben naar aanleiding van onze controle en de uitkomsten daarvan, deze schattingspost beoordeeld op aanwijzingen van tendenties die mogelijk een risico vormen op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude. Wij hebben dergelijke aanwijzingen niet geïdentificeerd. Wij hebben kennisgenomen van de toelichtingen op de technische voorziening en deze getoetst aan de (toelichtings)vereisten uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden hebben wij geen materiële bevindingen geconstateerd en wij vinden de schatting en de toelichtingen daarop redelijk in de context van de jaarrekening. |
| De actuariële waarderingsgrondslagen van de stichting bestaan voor een deel uit algemeen aanvaarde uitgangspunten, zoals de prognosetafel AG 2024 en de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Een ander deel van de grondslagen is fondsspecifiek, en wordt door het bestuur vastgesteld op basis van fondsspecifiek onderzoek. Zoals toegelicht in toelichting 19.5 ‘Grondslagen’ van de jaarrekening is in 2025 geen sprake van schattingswijzigingen als gevolg van actualisering van de fondsspecifieke grondslagen, omdat deze eens per twee jaar plaatsvinden en in 2024 voor het laatst zijn geactualiseerd. De fondsspecifieke grondslagen zien toe op de fondsspecifieke ervaringssterfte en de opslag voor toekomstige uitvoerings- en excassokosten. De gebruikte methoden om de fondsspecifieke grondslagen van de technische voorzieningen te bepalen maken gebruik van veronderstellingen, waardoor de daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken, vertaald naar het actuariële resultaat op sterfte (kort- en langleven) en het actuariële resultaat op kosten. Gezien de inherente onzekerheid van deze schattingen en de omvang van de schattingspost hebben wij dat als kernpunt van onze controle aangemerkt. |
|
| De toelichting op de financiële positie | |
| Wij verwijzen naar toelichting 19.6 (4) ‘Stichtingskapitaal en reserves’ in de jaarrekening | Systeemgerichte werkzaamheden Voor de controle van de beleidsdekkingsgraad hebben wij gebruikgemaakt van de beheersingsmaatregelen zoals ingericht bij het bestuursbureau van de stichting en de pensioenuitvoeringsorganisatie. Wij hebben door middel van de ISAE 3402 type 2-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de bepaling van de (beleids)dekkingsgraad, het VEV en het MVEV. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. Wij hebben, in het kader van onze controle, zoals ook verwoord onder de sectie ‘Reikwijdte van de controle’, op deze interne beheersingsmaatregelen gesteund. Tevens hebben wij voor een aantal maanden de input voor de berekening van de maanddekkingsgraad aangesloten met de opgave van de vermogensbeheerder en de actuariële berekening van de voorziening pensioenverplichtingen door de pensioenuitvoerings-organisatie. Hiermee hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie verkregen omtrent de betrouwbaarheid van de berekening van de beleidsdekkingsgraad. Gegevensgerichte werkzaamheden Wij hebben kennisgenomen van het, door DNB in 2024 goedgekeurde, overbruggingsplan alsmede het door het bestuur ingediende herstelplan in 2025. De certificerend actuaris heeft de berekening van de beleidsdekkingsgraad, het VEV en het MVEV gecontroleerd aan de hand van fondsspecifieke karakteristieken en hieruit blijken geen materiële bevindingen. Wij hebben de toelichtingen in de jaarrekening rondom het VEV, MVEV en de beleidsdekkingsgraad getoetst door aansluiting te maken met het certificeringsrapport van de certificerend actuaris en aan de (toelichtings)vereisten uit de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Wij hebben bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden geen materiële bevindingen geconstateerd. |
| In maart 2024 heeft het bestuur besloten om ingaande 2024 toe te treden tot het transitie-FTK. Hierdoor hoefde het herstelplan niet te worden geactualiseerd, en is juni 2024 het overbruggingsplan bij DNB ingediend. DNB heeft in augustus 2024 ingestemd met het ingediende overbruggingsplan. Zoals opgenomen in de jaarrekening is de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 121,0%. Ultimo 2025 is het vereist eigen vermogen (‘VEV’) 118,9% en is het minimaal vereist eigen vermogen (‘MVEV’) 104,3%. Omdat de beleidsdekkingsgraad (gemiddelde van de maanddekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden) van het fonds hoger is dan het VEV, is er geen sprake meer van een tekort ultimo 2025 in tegenstelling tot ultimo 2024. Derhalve is in 2026 geen herstelplan meer vereist. De hoogte van de beleidsdekkingsgraad wordt gezien als graadmeter voor de financiële soliditeit van het pensioenfonds. Wij hebben de toelichting op de financiële positie van de stichting aangemerkt als kernpunt vanwege het belang hiervan voor de deelnemers in relatie tot mogelijke korting dan wel mogelijke indexatie van de pensioenaanspraken. |
Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL-markering, niet gecontroleerd
De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bij de digitaal te deponeren jaarrapportage. De naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister, waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen, is geen onderdeel van de accountantscontrole geweest.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
- met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
- alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Verklaring betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde vereisten
Onze benoeming
Wij zijn benoemd als externe accountant van Stichting Pensioenfonds Vervoer volgend een besluit van het bestuur op 15 december 2016 dat jaarlijks is herbevestigd door het bestuur. Wij zijn nu voor een onafgebroken periode van 9 jaar accountant van de stichting waarbij Stichting Pensioenfonds Vervoer gedurende 6 jaar kwalificeerde als een organisatie van openbaar belang.
Geen verboden diensten
Wij hebben, naar ons beste weten en overtuiging, geen verboden diensten geleverd, als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang.
Geleverde diensten
De diensten die wij, in aanvulling op de controle van de jaarrekening, hebben geleverd aan de stichting, in de periode waarop onze wettelijke controle betrekking heeft, zijn toegelicht in punt 13 van de 'Toelichting op de staat van baten en lasten' van de jaarrekening.
Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole
Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor:
- het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW; en voor
- een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de stichting in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid en is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de controlestandaarden is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer hier sprake van is.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
- Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
- Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting.
- Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
- Het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.
- Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het bestuur op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.
Wij bevestigen aan het bestuur dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen die zijn getroffen om de geïdentificeerde bedreigingen weg te nemen en onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen, vanuit alle zaken die wij met het bestuur hebben besproken, die aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige periode en derhalve kernpunten van de controle zijn. Wij beschrijven deze zaken in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of wanneer wij, in buitengewoon zeldzame omstandigheden, bepalen dat een aangelegenheid niet in de controleverklaring zou moeten worden gecommuniceerd omdat redelijkerwijs verwacht wordt dat de nadelige gevolgen van dergelijke communicatie groter zijn dan de voordelen voor het maatschappelijk verkeer.
Amsterdam, 16 april 2026
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Origineel getekend door drs. M. Ferwerda RA
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., Thomas R. Malthusstraat 5, 1066 JR Amsterdam, Postbus 90357, 1006 BJ Amsterdam, T: 088 792 00 20, www.pwc.nl
‘PwC’ is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285), PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. (KvK 34180284), PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (KvK 34180287), PricewaterhouseCoopers Compliance Services B.V. (KvK 51414406), PricewaterhouseCoopers Pensions, Actuarial & Insurance Services B.V. (KvK 54226368), PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 34180289) en andere vennootschappen handelen en diensten verlenen. Op deze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer aansprakelijkheidsvoorwaarden zijn opgenomen. Op leveringen aan deze vennootschappen zijn algemene inkoopvoorwaarden van toepassing. Op www.pwc.nl treft u meer informatie over deze vennootschappen, waaronder deze algemene (inkoop)voorwaarden die ook zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam.