Bestuursstructuur
Bestuursstructuur
Dit hoofdstuk beschrijft hoe het bestuur, het toezicht en de verantwoording bij Pensioenfonds Vervoer is georganiseerd.
De organisatie van Pensioenfonds Vervoer was op 31 december 2025 als volgt:

Bestuur
Het bestuur bepaalt de strategie, het beleid, de kaders en de richtlijnen van Pensioenfonds Vervoer. Daarnaast zorgt het bestuur ervoor dat de bedrijfsprocessen conform de statuten, het uitvoeringsreglement en de pensioenreglementen en overige fondsreglementen worden uitgevoerd. Het bestuur vertegenwoordigt het fonds en is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking binnen de doelstelling van het fonds. Het bestuur weegt bij de beleidskeuzes steeds op evenwichtige wijze de verschillende belangen af van de groepen die bij Pensioenfonds Vervoer betrokken zijn.
Het bestuur van Pensioenfonds Vervoer bestaat uit tien bestuursleden en is paritair samengesteld. Drie bestuursleden vertegenwoordigen de werknemers, één heeft zitting namens de pensioengerechtigden en vier vertegenwoordigen de werkgevers. Daarnaast heeft het bestuur twee onafhankelijke bestuursleden.
Bestuursleden worden benoemd door het bestuur op voordracht van sociale partners en, waar het de onafhankelijke bestuursleden betreft, na het doorlopen van een werving- en selectieprocedure. Het bestuurslid namens pensioengerechtigden wordt benoemd na de organisatie van verkiezingen. De wijze van benoeming van bestuursleden is in de statuten vastgelegd.
Bestuursleden hebben zitting voor een periode van vier jaar en kunnen na afloop van deze termijn opnieuw voor eenzelfde periode worden benoemd. Benoeming voor een derde termijn van vier jaar is uitsluitend mogelijk indien het bestuur de aanleiding van deze derde termijn kan onderbouwen en deze onderbouwing deelt met het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht.
Het bestuur heeft onderling de volgende aandachtsgebieden afgesproken:
- Governance
- Vermogensbeheer & risicomanagement
- Administratieve organisatie/interne controle (AO/IC) & finance
- Uitbesteding
- Pensioenen
- Communicatie
- ESG
- IT
Elk bestuurslid heeft een functieprofiel met één of meer van deze aandachtsgebieden. Dit houdt onder meer in dat een bestuurslid binnen het bestuur zorgdraagt voor de verdiepende deskundigheid die hoort bij het aandachtsgebied. De bestuursleden treden niettemin steeds gezamenlijk als bestuur beleidsbepalend en controlerend op.
Twee permanente bestuurscommissies ondersteunen het bestuur: de Pensioencommissie Individuele Zaken en de Klachtencommissie. De commissies bestaan uit bestuursleden en hebben een paritaire samenstelling. In de volgende paragrafen wordt beschreven wat de taken en werkzaamheden zijn van deze commissies.
Indien nodig stelt het bestuur een tijdelijke werkgroep in voor specifieke vraagstukken, als voorbereiding van de behandeling van dit vraagstuk buiten de bestuursvergadering naar verwachting effectief is.
Binnen het proces van gefaseerde besluitvorming (BOB-model) bevinden de taken van een werkgroep zich steeds in de beeldvormingsfase. De fases van oordeelsvorming en besluitvorming worden steeds met het voltallige bestuur doorlopen. Zodra de opdracht van de werkgroep afgerond is, heft het bestuur de werkgroep op.
Ook kan het bestuur een tijdelijke commissie instellen, bijvoorbeeld voor de organisatie van verkiezingen voor een bestuurslid namens pensioengerechtigden.
Om de (plaatsvervangend) voorzitter te ontlasten en het effectief vergaderen te bevorderen werkt Pensioenfonds Vervoer met een technisch voorzitter van de bestuursvergaderingen. De technisch voorzitter maakt geen deel uit van het bestuur en heeft geen stemrecht.
De technisch voorzitter zorgt ervoor dat op een effectieve wijze en in een goede sfeer wordt vergaderd, waardoor het bestuur zorgvuldig en slagvaardig kan opereren. Zij speelt een belangrijke ondersteunende rol in het besluitvormingsproces van het bestuur, onder meer door de fases van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming te onderscheiden en te bewaken. Daarnaast zoekt de technisch voorzitter naar mogelijke verbinding tussen tegenstrijdige standpunten en richt zij zich op voortvarende besluitvorming die, gelet op de aard van Pensioenfonds Vervoer, in de regel alleen door consensus kan worden bereikt.
Het voorzittersoverleg wordt gevormd door de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het bestuur. Het voorzittersoverleg vervult de werkgeversrol voor de medewerkers die in dienst zijn bij het fonds en werkzaam zijn op het bestuursbureau.
Het bestuur heeft in de regel twee keer per maand een reguliere vergadering. In de ene bestuursvergadering ligt de focus op pensioenen, in de andere op vermogensbeheer. Daarnaast heeft het bestuur vergaderingen gezamenlijk met (vertegenwoordigers van) andere bestuursgremia en studiedagen.
Het eigen functioneren is voor het bestuur van Pensioenfonds Vervoer een belangrijk aandachtspunt. Een reflectie op het functioneren van het bestuur als geheel en van de individuele bestuursleden is een belangrijk middel om de bestuurlijke effectiviteit te vergroten. Jaarlijks vindt een collectieve zelfevaluatie plaats, waarbij het functioneren van het bestuur als geheel wordt geëvalueerd. Daarnaast wordt jaarlijks ook het functioneren van de individuele bestuursleden geëvalueerd.
Het bestuursbureau ondersteunt het bestuur, de werkgroepen en de commissies bij de uitvoering van hun taken. Het bestuursbureau zorgt voor het plannen en coördineren van de activiteiten op bestuurlijk niveau en heeft een beleidsvoorbereidende en adviserende rol.
Het bestuur in 2025
Samenstelling van het bestuur
In 2025 vond een wijziging in de samenstelling van het bestuurplaats. Het bestuur benoemde met ingang van 4 juli 2025 de heer B.N. (Bjorn) Truijens als bestuurslid namens werknemers, op voordacht van CNV. Hij volgde daarmee mevrouw U.S. (Mila) Kisoen op die op 1 december 2024 haar functie neerlegde. Het bestuur is blij met de komst van de heer Truijens in het bestuur.
Bijeenkomsten
In 2025 heeft het bestuur achttien keer vergaderd. De meeste bestuursvergaderingen werden in 2025 met een uur verlengd ten behoeve van korte kennissessies of oordeelsvorming over een Wtp-gerelateerd onderwerp. Daarnaast kwam het bestuur negen keer bij elkaar voor een studiedag.
Het bestuur bracht een meerdaags bezoek aan TKP. Samen met het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht legde het bestuur een bedrijfsbezoek af aan Achmea IM en aan het AH distributiecentrum in Delfgauw.
Naast de gezamenlijke jaarvergadering in april 2025 over de jaarstukken van 2024 kwamen de fondsorganen en de sleutelfunctiehouders bijeen om te spreken over de opdrachtaanvaarding en de evenwichtigheid van de totale transitie aan de hand van het Wtp verantwoordingsdocument.
Ook waren er in 2025 verschillende overleggen van bestuursdelegaties, al dan niet in de vorm van een werkgroep, over specifieke thema’s, waaronder biodiversiteit, dialoog met belanghebbenden, pensioengevend loon, alphaconstructie binnen de beleggingsportefeuille en het risico van terugwerkende-kracht aansluitingen zonder premie.
De collectieve zelfevaluatie van het bestuur vond plaats op 4 juni 2025, onder begeleiding van een onafhankelijke externe moderator. Het bestuur deelde de conclusie van de collectieve zelfevaluaties met de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan. In december 2025 zijn de individuele gesprekken gestart ter voorbereiding op de collectieve zelfevaluatie die in 2026 zal plaatsvinden.
Pensioencommissie individuele zaken
De pensioencommissie individuele zaken behandelt specifieke dossiers van individuele (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en individuele werkgevers. De commissie neemt besluiten over individuele zaken die buiten de bevoegdheid van de pensioenuitvoeringsorganisatie vallen. De pensioencommissie adviseert in voorkomende gevallen het bestuur. De commissie behandelt vooral verzoeken met betrekking tot coulance bij premievrije deelneming wegens arbeidsongeschiktheid en aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen, coulance bij het in aanmerking komen voor VPL-overgangsaanspraken, vrijstelling van de verplichtstelling en langlopende betalingsregelingen. De pensioencommissie individuele zaken heeft in 2025 zeven keer vergaderd.
Klachtencommissie
Iedereen die bij het fonds pensioen opbouwt, heeft opgebouwd of pensioen van het fonds ontvangt kan een klacht indienen. Ook een werkgever die is aangesloten bij het fonds kan een klacht indienen. De klacht kan gaan over de dienstverlening of bejegening van of behandeling door het fonds. Een klacht kan ook gaan over een verschil van mening over een pensioenreglement of de statuten van het fonds, met gevolgen voor de rechtspositie van de belanghebbende.
De klachtencommissie van het fonds behandelt de klacht als een ‘interne beroepsinstantie’. De klachtencommissie adviseert vervolgens het bestuur over de afhandeling van de klacht. Het bestuur besluit over de afhandeling van de klacht.
Behandeling van klachten in 2025
Pensioenfonds Vervoer volgt de Gedragslijn ‘Goed omgaan met klachten’ voor de behandeling van klachten die zijn ingediend door deelnemers. Voor klachten die zijn ingediend door werkgevers werkt Pensioenfonds Vervoer nog wel met een onderscheid tussen klachten en klantsignalen.
In 2025 zijn er 2.236 klachten van deelnemers ontvangen. Hiervan zijn er 2.086 direct afgehandeld, 150 klachten konden niet direct worden afgehandeld. Deze zijn door een casemanager afgehandeld.
De meeste klachten van deelnemers vallen volgens de rubricering van de Gedragslijn in de categorie ‘Pensioenberekening en –betaling’. Dit gaat dan om bijvoorbeeld het niet hebben ontvangen van een aanvraagformulier, misverstanden over de pensioenrichtleeftijd in het pensioenreglement van 68 jaar of ongenoegen over het feit dat het pensioen niet automatisch ingaat, maar moet worden aangevraagd.
Bij de behandeling van klachten gaat het fonds zorgvuldig te werk. Pensioenfonds Vervoer behandelt de klacht in lijn met de uitgangspunten en doelstellingen van het fonds. Als gevolg hiervan worden nagenoeg alle klachten naar tevredenheid van de belanghebbende afgehandeld.
In tabelvorm:
| Klachten en klantsignalen deelnemers en werkgevers | Aantallen | |
|---|---|---|
| Ingediende klachten en klantsignalen 2025: | 2.759 | |
| - Waarvan ingediend bij de interne klachtencommissie (reeds gesloten) | 2 | |
| - Waarvan ingediend bij de Geschillen Instantie Pensioenen - GIP (nog in behandeling) | 1 | |
| Behandeld in 2025: | 2.762 | |
| Onderwerpen klachten en klantsignalen deelnemers | Aantallen |
| Service en klantgerichtheid | 14 |
| Behandelingsduur | 7 |
| Informatieverstrekking | 234 |
| Deelnemersportaal | 68 |
| Keuzebegeleiding | 0 |
| Pensioenberekening en -betaling | 1.283 |
| Registratie werknemersgegevens/datakwaliteit | 89 |
| Toepassing wet- en regelgeving: algemeen | 430 |
| Toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie | 30 |
| Financiële situatie | 49 |
| Duurzaamheid | 1 |
| Overig | 31 |
| Onderwerp klachten en klantsignalen werkgevers | Aantallen |
| Nota's en betalen | 197 |
| Loongegevens aanleveren | 166 |
| Website en communicatie | 63 |
| Aansluiten bij fonds | 68 |
| Overig | 29 |
Als de belanghebbende niet tevreden is over de afhandeling van de klacht, kan hij of zij terecht bij de klachtencommissie van het fonds. Op deze mogelijkheid wordt iedere belanghebbende nadrukkelijk gewezen. In 2025 hebben twee belanghebbenden hun klacht voorgelegd aan de klachtencommissie. Deze klachten zijn ook in 2025 afgehandeld. Het bestuur heeft in beide zaken het advies van de klachtencommissie overgenomen.
Indien een belanghebbende het niet eens is met het besluit van het bestuur dan kan de belanghebbende zich vervolgens wenden tot de Geschillen Instantie Pensioenen (GIP). De GIP neemt een klacht alleen in behandeling als de interne klachtenprocedure bij het fonds is afgerond. In 2025 is één geschil voorgelegd aan de GIP over premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid. Dit geschil is niet door de GIP in behandeling genomen. Aangezien betrokkene de klachtenprocedure bij het fonds nog niet had doorlopen is de klacht terugverwezen naar het fonds. De klacht is vervolgens naar tevredenheid van de deelnemer afgehandeld binnen het klachtenproces.
De klachten hebben in 2025 geleid tot één aanpassing in de pensioenregeling en de aanpassing van enkele administratieve procedures.
Raad van toezicht
Het intern toezicht wordt uitgeoefend door de raad van toezicht (ook wel ‘RvT’). De raad van toezicht heeft als taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. Dit toezicht betreft in elk geval het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur. De raad staat het bestuur met raad ter zijde en stelt zich op als gesprekspartner van het bestuur.
De raad van toezicht heeft een goedkeuringsrecht voor een aantal specifiek benoemde onderwerpen. De raad legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van zijn bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan en via het jaarverslag. De wettelijke verantwoordingsplicht aan de werkgevers is belegd in de publicatie van het jaarverslag op de website.
De raad van toezicht bestaat uit drie onafhankelijke leden. Leden van de raad worden voor een periode van vier jaar benoemd door het bestuur na een bindende voordracht van het verantwoordingsorgaan. Een lid van de raad van toezicht kan één keer worden herbenoemd. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en secretaris. De raad van toezicht hanteert een rooster van aan- en aftreden.
De raad van toezicht heeft in hoofdstuk 17 van dit jaarverslag zijn verslag intern toezicht over 2025 geschreven. De reactie van het bestuur daarop is ook in dat hoofdstuk opgenomen.
Verantwoordingsorgaan
De verantwoordings- en medezeggenschapsfuncties zijn ondergebracht bij het verantwoordingsorgaan (VO). Het bestuur legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd. Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid om een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van de raad van toezicht. Ook kan het verantwoordingsorgaan een oordeel geven over het door het bestuur uitgevoerde beleid en over beleidskeuzes voor de toekomst. Het bestuur stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid om zijn wettelijke bevoegdheid uit te oefenen om advies uit te brengen over specifiek benoemde onderwerpen, zoals het beloningsbeleid, de interne klachtenprocedure en het communicatiebeleid.
Het verantwoordingsorgaan bestaat uit vijf leden: twee vertegenwoordigers van de werknemers, twee namens de werkgevers en één namens de pensioengerechtigden. De leden worden benoemd door het bestuur op voordracht van de werkgeversverenigingen en de werknemersorganisaties die betrokken zijn bij het pensioenfonds. De leden namens werknemers en pensioengerechtigden kunnen ook worden benoemd na verkiezing indien dit wordt verzocht door ten minste 500 deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of op eigen initiatief van het fonds.
Het verantwoordingsorgaan hanteert een rooster van aan- en aftreden. VO-leden hebben zitting voor een periode van vier jaar en kunnen na afloop van deze termijn opnieuw voor eenzelfde periode worden benoemd. Benoeming voor een derde termijn van vier jaar is uitsluitend mogelijk indien het bestuur de aanleiding van deze derde termijn kan onderbouwen en de raad van toezicht informeert over deze onderbouwing.
In hoofdstuk 18 beschrijft het verantwoordingsorgaan zijn activiteiten in 2025. Dat hoofdstuk bevat tevens het oordeel van het verantwoordingsorgaan over het handelen van het bestuur in 2025 en het uitgevoerde beleid, inclusief een reactie van het bestuur daarop.
Sleutelfuncties
Pensioenfonds Vervoer heeft de volgende drie objectieve en onafhankelijke sleutelfuncties ingericht:
- De risicobeheerfunctie
- De actuariële functie
- De interne auditfunctie
Risicobeheerfunctie
De risicobeheerfunctie is verantwoordelijk voor een risicomanagementsysteem dat bestaat uit strategieën, methodes, processen en rapportageprocedures. Met dit systeem worden de risico's waaraan het pensioenfonds blootgesteld kan worden onderkend, op individueel en geaggregeerd niveau. De houder van de risicobeheersleutelfunctie bij Pensioenfonds Vervoer is de Chief Risk Officer van het bestuursbureau. De houder van de risicobeheerfunctie rapporteert per vier maanden aan het bestuur op basis van vijf pijlers uit het integraal risicomanagementbeleid. De activiteiten van de risicobeheerfunctie zijn nader beschreven in hoofdstuk 12 van dit bestuursverslag.
De risicobeheerfunctie heeft in 2025 in het kader van de Wtp onder meer de volgende onderwerpen beoordeeld:
- Risicobeoordelingen voor de opdrachtaanvaarding en het verantwoordingsdocument:
- Invaren
- Compensatie
- Risicohouding
- Solidariteitsreserve
- Evenwichtigheid totale transitie
- Risicobeoordelingen voor de implementatieplanfase:
- Risicobeoordelingen implementatieplan
- Eigenrisicobeoordeling Wtp
Actuariële functie
De actuariële functie heeft een beoordelende en controlerende taak met betrekking tot de actuariële activiteiten van het pensioenfonds. De functie maakt deel uit van het interne beheersingssysteem van het pensioenfonds. De houder van de actuariële sleutelfunctie bij Pensioenfonds Vervoer is ook de certificerend actuaris van het fonds.
In 2025 heeft de actuariële functiehouder naast de reguliere aandachtsgebieden onder meer (extra) aandacht besteed aan:
- Transitie-effecten
- Risicohouding
- Financiële opzet, waaronder de solidariteitsreserve
- Evenwichtigheid van de totale transitie in het kader van de Wtp
- Plausibiliteitsbeoordeling in het kader van de Wtp
- Premiebeleid en andere voor de technische voorzieningen relevante ontwikkelingen en bestuursbesluiten
Interne auditfunctie
De interne auditfunctie evalueert onder meer of de interne controlemechanismen en andere procedures en maatregelen ter waarborging van de integere en beheerste bedrijfsvoering, inclusief de uitbestede werkzaamheden, adequaat en doeltreffend zijn. De interne auditfunctie vormt het sluitstuk van alle waarborgen binnen het pensioenfonds wat betreft de beheerste en integere bedrijfsvoering.
Pensioenfonds Vervoer heeft de rol van sleutelfunctiehouder interne audit belegd bij een externe deskundige, die wordt ‘geïnsourced’ door het fonds. De interne auditsleutelfunctiehouder wordt ondersteund door een interne audit vervuller.
De interne auditwerkzaamheden zijn gebaseerd op een jaarlijks opgesteld interne auditplan dat rekening houdt met actuele ontwikkelingen en risico’s. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van auditwerkzaamheden bij onze grootste uitbestedingspartijen. Tenslotte vinden ook ‘multi-client audits’ plaats. Klanten van een uitbestedingspartij geven dan gezamenlijk opdracht tot het uitvoeren van een audit op een specifiek onderwerp dat speelt bij of ten aanzien van de betreffende uitbestedingspartij. De interne auditfunctie rapporteert zijn bevindingen periodiek aan het bestuur.
In 2025 zijn de onder meer de volgende, in het Internal Auditplan 2025 opgenomen, audits uitgevoerd of aangevangen:
- Wtp: Implementatieplan
- Wtp: Evenwichtigheid van de totale transitie
- Wtp: Eigenrisicobeoordeling
- Wtp: Opdrachtaanvaarding
- CWO Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart: Datakwaliteit
- IT risicomanagement
- Transitieplanning bij TKP (multi client audit)
- Werking van de nieuwe pensioenadministratie bij TKP (multi client audit)
Bevindingen en aanbevelingen
De sleutelfunctiehouders rapporteren hun bevindingen en aanbevelingen schriftelijk aan het bestuur. De raad van toezicht ontvangt afschriften van de rapportages.
Vanzelfsprekend krijgen de bevindingen en aanbevelingen van de sleutelfuncties aandacht en vindt na afstemming met alle betrokken partijen de gewenste opvolging plaats.
In het theoretische geval dat het bestuur volgens een sleutelfunctiehouder geen passende corrigerende maatregelen zou treffen naar aanleiding van zijn rapportages en bevindingen, moet de sleutelfunctiehouder dit melden. In eerste instantie moet de functiehouder dit melden bij de voorzitter van het bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht. Leiden de meldingen volgens de functiehouder nog steeds niet tot de benodigde maatregelen? Dan meldt de functiehouder dit bij DNB. Ook in 2025 is daarvan geen sprake geweest.