Spring naar inhoud

Begrippenlijst

Begrippenlijst

A

Abtn
Actuariële en bedrijfstechnische nota. In deze, door de wet verplicht gestelde, nota wordt het beleid van het fonds beschreven. Aan de orde komen onder meer de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst, de voorwaardelijke toeslagverlening, het financieel toetsingskader en de bedrijfsvoering van het pensioenfonds; verder zijn de verklaring over de beleggingsbeginselen, een beschrijving van de sturingsmiddelen en een financieel crisisplan opgenomen.

AFM
Autoriteit Financiële markten. AFM houdt toezicht op het gedrag van en de informatieverstrekking door alle partijen op de financiële markten in Nederland, waaronder pensioenfondsen. Naast AFM houdt ook De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht op pensioenfondsen.

ALM
Asset Liability Management. Een ALM-studie betreft de analyse van het risicobeheer van de balans tussen de bezittingen en verplichtingen van een pensioenfonds. Deze studie dient te resulteren in de formulering van een strategisch beleggingsbeleid, premiebeleid en toeslagenbeleid.

B

Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals bijvoorbeeld aandelen, vastrentende waarden en vastgoed. Naast de feitelijke beleggingsmix wordt gesproken over de strategische beleggingsmix; deze laatste is de beoogde lange termijn verdeling over de verschillende beleggingscategorieën. Deze verdeling wordt gebaseerd op een ALM studie (zie aldaar).

Benchmark
Representatieve index waartegen de prestaties van een beleggingsportefeuille worden afgezet.

Beleidsdekkingsgraad
De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de 12 meest recente maand-dekkingsgraden.

BOB-model
Het BOB-model is een model van vergaderen en besluitvorming waarin drie fasen worden onderscheiden: Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming. Deze drie fasen theorie is de basis voor het BOB-model en voorkomt dat besluiten te snel genomen worden.

C

Collateral
Onderpand. Manier om het kredietrisico op tegenpartijen uit hoofde van derivaten transacties te beperken. Het collateral reduceert dit risico doordat er gedurende de looptijd van de transacties onderpand in de vorm van effecten en/of liquiditeit wordt gestort ter dekking van de marktwaarde van de transacties. Dit onderpand valt vrij bij het in gebreke blijven van de tegenpartij.

Compliance
Het begrip waarmee wordt aangeduid dat een persoon of organisatie werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, waaronder de gedragscode.

Contante waarde
De contante waarde op een bepaald moment van (een serie) betalingen in de toekomst, is het bedrag dat op dat moment aanwezig zou moeten zijn om, rekening houdend met renteaangroei (rekenrente) en eventuele andere actuariële grondslagen, deze toekomstige betalingen te kunnen verrichten.

Correctiefactoren
Correctiefactoren worden toegepast om de waargenomen sterfte bij het fonds en de sterftekansen volgens de ‘algemene’ overlevingstafels op elkaar te laten aansluiten.

Custodian
De financiële partij die de effecten bewaart.

D

Datakwaliteit
De nauwkeurigheid, volledigheid en tijdigheid van gegevens.

Dekkingsgraad
Verhouding tussen het aanwezige pensioenvermogen en de som van de waarde van de opgebouwde aanspraken en de reeds ingegane pensioenen, uitgedrukt in een percentage.

Dekkingstekort
Er is sprake van een dekkingstekort als de beleidsdekkingsgraad onder het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen komt.

Derivaten 
Van onderliggende waarden zoals bijvoorbeeld effecten of indices afgeleide beleggingsproducten, zoals opties, futures en swaps.

DNB
De Nederlandsche Bank. Bij wet ingesteld toezichthoudend orgaan, dat onder andere het naleven van de Pensioenwet bewaakt.

DORA
Digital Operational Resilience Act. DORA bevat uniforme vereisten voor beveiliging van netwerken en informatiesystemen van bedrijven die opereren in de financiële sector. Doel is om de weerbaarheid van de financiële sector te verstevigen en de bestaande wet- en regelgeving op dit vlak te harmoniseren.
De Verordening bevat specifieke verplichtingen voor IT-risk management, het melden van IT-incidenten en cyberdreigingen en uitwisseling van informatie in dit kader, het testen van IT-systemen en het managen van de risico’s bij uitbesteding van IT aan derden. Dit laatste onder meer door bepaalde minimumvereisten te stellen aan uitbestedingsovereenkomsten.

E

Eigen vermogen
Buffer om mogelijke waardedalingen van de in het fonds aanwezige middelen op te vangen. Pensioenfondsen zijn verplicht om te beschikken over een voldoende grote buffer. Tenminste jaarlijks wordt vastgesteld of het eigen vermogen groot genoeg is.

Engagement
Het voeren van een dialoog met bedrijven waarin belegd wordt teneinde verbeteringen te bewerkstelligen op het gebied van het duurzaamheidbeleid van het betrokken bedrijf.

ERB
Afkorting voor Eigen Risico Beoordeling. Dit is een integrale analyse en beoordeling van:
1. de risico’s waaraan een pensioenfonds is of in de toekomst kan worden blootgesteld; en
2. de effectiviteit van het risicobeheer –inclusief de (feitelijke) beheersmaatregelen– en de doelmatigheid daarvan.
De ERB geeft het pensioenfonds inzicht in de materiële risico’s en de mogelijke consequenties hiervan voor de financiële positie van het pensioenfonds en de pensioenen van deelnemers.

ERM
Engelse afkorting voor Enterprise Risk Management. Dit is een holistische benadering van risicomanagement.

Ervaringssterfte
De verhouding tussen de gemiddelde Nederlandse bevolkingssterfte en de waargenomen sterfte met betrekking tot deelnemers en uitkeringsgerechtigden van het pensioenfonds.

ESG (-factoren, -thema’s, -aspecten)
Engelse afkorting voor milieu (environment), maatschappij (social) en bestuur (governance).

F

Franchise
Het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd.

FTK
Financieel Toetsingskader. Methodiek voor toetsing van de financiële opzet en bestendigheid van pensioenfondsen en verzekeraars door De Nederlandsche Bank.

G

Governance
Het geheel van besturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden binnen en tussen de partijen die de pensioenregeling organiseren en uitvoeren. 

H

Herstelplan
In een herstelplan wordt aangegeven hoe een pensioenfonds dat een reservetekort, en daarnaast mogelijk ook een dekkingstekort heeft binnen een termijn van maximaal 10 jaar denkt te herstellen. Voor het herstel kan een pensioenfonds theoretisch het premiebeleid, het toeslagenbeleid en het beleggingsbeleid inzetten. In 2025 heeft het fonds een herstelplan ingediend bij DNB. Inmiddels is er ultimo 2025 geen sprake meer van een reservetekort en is er geen herstelplan meer nodig.

Herverzekering
Het door een pensioenfonds geheel of gedeeltelijk onderbrengen van een pensioenregeling in een verzekeringsovereenkomst en/of het door een pensioenfonds onderbrengen van specifieke risico’s bij een verzekeraar, zoals overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico’s van deelnemers.

I

Impact investing (doelinvesteringen)
Met impact investing (doelinvesteringen) worden investeringen bedoeld die ecologische, maatschappelijke of sociale voordelen met zich meebrengen. Hierbij staat in mindere mate (alleen) het financiële voordeel centraal. Het gaat vooral om wat de investering kan betekenen voor de maatschappij, of specifieke groepen in de maatschappij.

Intern Toezicht
Intern Toezicht is één van de Principes van goed Pensioenfondsbestuur (ofwel Pension Fund Governance) en betreft het door onafhankelijke deskundigen kritisch beoordelen van het functioneren van de besturing van het pensioenfonds. In het kader van de implementatie van de Wet versterking bestuur pensioenfonds wordt het intern toezicht bij Pensioenfonds Vervoer sedert 1 juli 2014 uitgeoefend door een permanente raad van toezicht.

Invaren
Bij invaren worden de opgebouwde pensioenaanspraken- en rechten ingebracht in de nieuwe pensioenregeling. Invaren is het bij elkaar houden van het oude en nieuwe pensioen bij dezelfde pensioenuitvoeringsorganisatie.

ISAE 3402/SOC 1
ISAE 3402 (Assurance Reports on Controls at a Service Organization) is de Internationale controlestandaard inzake rapportage door derden. Een SOC 1 rapportage (Service Organization Controls Report) is vergelijkbaar met een ISAE 3402 rapportage. Met zo’n ‘derdenverklaring’ wordt aangegeven dat een serviceorganisatie, waar een gebruikersorganisatie activiteiten aan heeft uitbesteed, ‘in control’ is aangaande de activiteiten die binnen de scope zijn gedefinieerd. Een ISAE 3402 rapportage stelt serviceorganisaties en overige entiteiten in staat om hun cliënten en onafhankelijke accountants te voorzien van eenduidige informatie inzake de controle over hun organisatie en bedrijfsprocessen.

K

Korten
Het verlagen van pensioenaanspraken en/of pensioenuitkeringen. In het FTK waren er twee situaties waarbij korten verplicht is:

  1. Als het niet lukt om een herstelplan op te stellen zodanig dat de beleidsdekkingsgraad binnen tien jaar weer tenminste gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. De korting mag worden uitgesmeerd over tien jaar (de looptijd van het nieuwste herstelplan). De korting is dan in het eerste jaar onvoorwaardelijk, maar in de rest van de jaren voorwaardelijk. Dat wil zeggen dat de rest van de kortingen niet meer doorgevoerd hoeft te worden als er voldoende herstel is opgetreden.
  2. Als de beleidsdekkingsgraad 5 jaar lang onafgebroken lager is dan de minimaal vereiste dekkingsgraad, en tegelijkertijd de UFR-dekkingsgraad op het laatste meetmoment ook onder het minimaal vereist vermogen ligt, moet er worden gekort zodanig dat de UFR-dekkingsgraad gelijk wordt aan de minimaal vereiste dekkingsgraad. Deze korting mag ook worden gespreid over hersteltermijn, maar als om deze reden wordt gekort zijn alle kortingen onvoorwaardelijk.

In de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel zijn de kortingsregels versoepeld. Zie ook onder ‘herstelplan'.

Kostendekkende premie
De kostendekkende premie is opgebouwd uit de actuarieel benodigde premie voor de inkoop van nieuwe pensioenverplichtingen vermeerderd met een opslag van de uitvoeringskosten van het pensioenfonds, een opslag voor het in stand houden van het vereist eigen vermogen en een opslag voor de financiering van de voorwaardelijke toeslagverlening. De kostendekkende premie fungeert als (wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie die het pensioenfonds in rekening brengt.

L

Liquide beleggingen
Liquiditeit bij beleggingen geeft aan hoe snel en tegen welke kosten een beleggingspositie kan worden op- of afgebouwd. Bij liquide beleggingen kan dat snel en relatief goedkoop. Het gaat hierbij veelal om beursgenoteerde beleggingen.

Loonaangifteketen
De loonaangifteketen is een samenwerkingsverband van de Belastingdienst, UWV en het CBS. In deze keten worden gegevens één keer opgevraagd en aan verschillende afnemers beschikbaar gesteld. Hierdoor besparen bedrijven op de administratieve lasten en de overheid op de uitvoeringskosten.

M

Megacap aandelen
Aandelen van ondernemingen die qua beurswaarde tot de allergrootste behoren binnen hun geografische regio.

Minimaal vereist eigen vermogen
Het minimaal vereist eigen vermogen vormt een buffer voor algemene risico’s. Deze buffer bestaat vooral uit een algemene opslag voor beleggingsrisico’s, ter hoogte van circa 4% van het belegd vermogen. Daarnaast zijn er kleine opslagen voor overlijdensrisico’s en arbeidsongeschiktheidsrisico’s. Indien het fonds niet over het minimaal vereist eigen vermogen beschikt is sprake van een dekkingstekort.

Minimaal vereist vermogen
Het minimaal vereist vermogen is het vermogen dat het pensioenfonds nodig heeft voor alle pensioenverplichtingen, vermeerderd met een buffer voor algemene risico’s (het minimaal vereist eigen vermogen).

Minimaal vereiste dekkingsgraad
De minimaal vereiste dekkingsgraad is het minimaal vereist vermogen gedeeld door de waarde van de verplichtingen.

MVB
Maatschappelijk verantwoord beleggen: een beleggingsstrategie die streeft naar zowel financieel rendement als maatschappelijk belang.

MVO
Maatschappelijk verantwoord ondernemen: in de bedrijfsvoering rekening houden met de effecten daarvan op mens, milieu en maatschappij.

N

Nominale dekkingsgraad
Verhouding tussen het aanwezige pensioenvermogen en de waarde van de opgebouwde aanspraken, uitgedrukt in een percentage, waarbij de opgebouwde aanspraken contant zijn gemaakt met de nominale marktrente. 

Nominale marktrente
De marktrente die volgt uit de prijsvorming van obligaties. De hoogte van deze rente fluctueert in de tijd en hangt af van de looptijd van de kasstromen.

O

Opbouwpercentage
Jaarlijkse pensioenopbouw uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag. 

Opkomende markten
Markten die eerder in hun economische ontwikkeling achter lagen op de westerse economieën, maar nu een inhaalslag gemaakt hebben en/of daar (nog) mee bezig zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om markten in Midden- en Zuid-Amerika, Midden- en Oost-Europa, het Verre Oosten en Zuid-Afrika.

Outperformance/underperformance
Er is sprake van out- of underperformance als het gerealiseerde rendement van een portefeuille hoger respectievelijk lager is dan het rendement van de benchmark. 

P

Paritair bestuur
Een bestuur dat op voet van gelijkheid bestaat uit vertegenwoordigers van groepen met verschillende (en soms zelfs tegengestelde) belangen. Een pensioenfondsbestuur, waarin de vertegenwoordigers van werknemers(verenigingen), tezamen met vertegenwoordigers van pensioengerechtigden ten minste evenveel zetels bezetten als vertegenwoordigers van werkgevers(verenigingen).

Pensioengrondslag
Het pensioengevend salaris minus de zogenoemde franchise; over die franchise wordt geen pensioen opgebouwd.

Pensioenrichtleeftijd
De leeftijd waarop volgens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat.

Performancetoets
Zie ook ‘z-score’. De som van de z-scores van vijf opeenvolgende jaren, gedeeld door de wortel van het aantal jaren (vijf), moet minimaal gelijk zijn aan minus 1,28. Dit wordt de performancetoets genoemd.

R

Reële dekkingsgraad
De reële dekkingsgraad geeft aan of het pensioenfonds wel (reële dekkingsgraad is 100% of meer) of niet (onder de 100%) voldoende vermogen heeft ten opzichte van de waarde van de verplichtingen, als ook nog rekening wordt gehouden met prijsstijgingen (inflatie). De reële rente is de nominale rente minus de inflatie.

Rekenrente
De rekenrente is het fictieve percentage dat het belegde pensioenvermogen wordt geacht op te brengen in de toekomst en waarvan bij de berekening van de contante waarden wordt uitgegaan.

Renteafdekking
Het afdekken van (rente- en inflatie-) risico’s in pensioenverplichtingen. In plaats van afdekking wordt ook de term ‘hedge’ gebruikt.

Rentetermijnstructuur
DNB publiceert per looptijdsegment (in jaren) een rente waarmee de actuele waarde moet worden berekend van de nominale pensioenverplichtingen met een corresponderende restant looptijd in jaren. De rentetermijnstructuur (het geheel van al die door DNB gepubliceerde rentes) wordt vastgesteld met behulp van maandeinde-gegevens.

Reservetekort
Er is sprake van een reservetekort als de beleidsdekkingsgraad onder het niveau van het vereist eigen vermogen komt. Bij een tekort dienen pensioenfondsen op 1 april van het jaar, berekend op basis van de uitkomsten tot en met het eind van het voorafgaande jaar, een (nieuw) herstelplan op te stellen. Het herstelplan moet jaarlijks worden vernieuwd zo lang als er sprake is van een reservetekort. Pensioenfonds Vervoer heeft ultimo 2025 geen reservetekort omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de vereiste dekkingsgraad.

S

Securities lending
Het tijdelijk uitlenen van effecten aan andere marktpartijen. Die andere marktpartijen zijn veelal om goede redenen leveringsverplichtingen aangegaan zonder zelf over de betreffende effecten te beschikken. Voor het uitlenen wordt een vergoeding ontvangen. Ook wordt voldoende onderpand ter beschikking gesteld. De uitlener blijft economisch eigenaar van de effecten.

SLA
Service Level Agreement. Een Service Level Agreement is een type overeenkomst waarin afspraken staan tussen aanbieder en afnemer van een dienst of product.

Sleutelfuncties
Sleutelfuncties hebben als doel ‘countervailing power’ te bieden ten opzichte van de onderdelen die belast zijn met de uitvoerende werkzaamheden. Van countervailing power is sprake als tegenover de ‘macht’ die wordt uitgeoefend door een bepaalde groep de macht van een andere groep wordt geplaatst. Het effect hiervan is dat beide machten elkaar min of meer in evenwicht houden. Dat vergroot de kans op een beheerste en integere bedrijfsvoering.

Solvabiliteit
Het vermogen om (nu en op termijn) aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Solvabiliteitstoets
Toets in het kader van het FTK. Naast het benodigde vermogen uit de ‘minimumtoets’ dient ook een buffer te worden aangehouden om bij tegenvallende beleggingsresultaten voldoende vermogen te hebben.

SRD2
Het doel van de SRD2-richtlijn (Shareholder Rights Directive) is het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van belanghebbenden, door meer transparantie te eisen van organisaties in het rapporteren van de beloning voor hun leden van bestuursgremia.

Swap
Een swap is een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico wisselt tegen dat van een andere partij. Afdekking tegen renterisico gebeurt onder andere door het afsluiten met renteswaps (Interest Rate Swaps, afgekort IRS) waarbij een vaste lange swaprente geruild wordt tegen een variabele korte rente. 

T

Technische voorziening (voorziening pensioenverplichtingen)
Technische voorzieningen worden gevormd om alle uit de pensioenregeling of andere overeenkomsten voortvloeiende pensioenverplichtingen te kunnen nakomen.

Toeslagengrens
Als de beleidsdekkingsgraad lager is dan de van toepassing zijnde toeslagengrens mag het pensioenfonds geen toeslagverlening toepassen. Als de beleidsdekkingsgraad boven de toeslagengrens ligt mag het pensioenfonds eventueel gedeeltelijk toeslagverlening geven, als het bestuur van mening is dat dit verantwoord is. Als de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de ‘volledige toeslagengrens’ mag het bestuur volledige toeslagverlening geven. Toeslagverlening is een ambitie, maar geen recht. Het bestuur zal altijd moeten beoordelen of toeslagverlening verantwoord is. Evenwichtige belangenbehartiging zal daarbij altijd centraal staan.

Toeslagverlening/indexering/indexatie
Toeslagverlening is het met een inflatiecomponent verhogen van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, in overeenstemming met de in het pensioenreglement omschreven pensioenregeling. Dit vindt alleen geheel of gedeeltelijk plaats indien de financiële situatie dat toelaat en het bestuur geen andere overwegingen heeft (met name vanuit oogpunt van evenwichtige belangenbehartiging) om af te zien van toeslagverlening. Indien de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de volledige toeslagengrens kan het bestuur eventueel besluiten om een extra toeslagverlening toe te passen. Daarvan zal alleen sprake kunnen zijn indien in eerdere jaren gekort is op de toeslagverlening en/of vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten heeft plaatsgevonden. De actieve en gewezen deelnemers van het pensioenfonds en de uitkeringsgerechtigden kunnen formeel geen aanspraak maken op een extra toeslagverlening als de situatie zoals hierboven beschreven aan de orde is. De reglementen en de Abtn van Pensioenfonds Vervoer kennen geen rechten op inhaaltoeslagen. Het eventueel toch toekennen daarvan is aan het bestuur.

Toetspremie

Zie ook bij ‘kostendekkende premie’. De rente die wordt gehanteerd om de premiehoogte te berekenen kan de actuele marktrente zijn of een historisch gemiddelde rente. Pensioenfonds Vervoer hanteert dit laatste, om te voorkomen dat de kostendekkende premie te veel van jaar tot jaar fluctueert. Dit wordt een ‘gedempte kostendekkende premie’ genoemd. Deze mag voor de toetsing of er voldoende premie binnenkomt worden gehanteerd. Men spreekt daarom ook wel van ‘toetspremie’. 

U

Uniform Pensioen Overzicht (UPO) 
Een pensioenoverzicht waarin onder meer de verwachte uitkeringen bij pensionering, overlijden en arbeidsongeschiktheid voor deelnemers op algemeen gangbare wijze worden gepresenteerd.

V

Vastgoed
Direct vastgoed betreft rechtstreekse beleggingen in onroerende goederen. Indirect vastgoed betreft participaties in beleggingsfondsen die beleggen in onroerend goed of onroerend goed ondernemingen. Indirect vastgoed kan wel of niet beursgenoteerd zijn.

Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen die in beginsel een regelmatige en vaste rentebetaling opleveren en een vaste looptijd kennen. Voorbeelden zijn: staatsobligaties, bedrijfsobligaties (credits), onderhandse leningen en hypotheken.

Vereist eigen vermogen
Het vermogen dat nodig is om te bewerkstelligen dat met een zekerheid van 97,5% wordt voorkomen dat het pensioenfonds binnen een periode van één jaar over minder waarden beschikt dan de hoogte van de voorziening pensioenverplichtingen. Het vereist eigen vermogen wordt berekend conform de daarvoor geldende wettelijke regels. Hoe meer risico het fonds loopt, hoe hoger de buffer moet zijn. Het gaat daarbij vooral (maar niet uitsluitend) om beleggingsrisico’s, zoals renterisico’s, valutarisico’s en kredietrisico’s. Indien het fonds niet over het vereist eigen vermogen beschikt is sprake van een reservetekort.

Vereist vermogen
Het vereist vermogen is de waarde van de verplichtingen vermeerderd met het vereist eigen vermogen.

Vereiste dekkingsgraad
De vereiste dekkingsgraad is gelijk aan het vereist vermogen gedeeld door de waarde van de verplichtingen.

Verplichtstelling
Wettelijke regeling waarbij werkgevers verplicht zijn om hun werknemers voor een pensioenregeling aan te sluiten bij een pensioenfonds.

VPL
VPL is de afkorting voor de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling. Naar aanleiding van deze wet heeft het pensioenfonds een overgangsregeling getroffen; deelnemers die geboren zijn op of na 1 januari 1950 en die voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot deelnemerschap en diensttijd kunnen extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen verwerven. Deze voorwaardelijke aanspraken zijn op 1 januari 2006 eenmalig berekend en zijn gelijk aan het positieve verschil tussen enerzijds de aanspraken die opgebouwd hadden kunnen worden als de pensioenregeling per 1 januari 2006 in het verleden had gegolden en anderzijds de aanspraken die opgebouwd hadden kunnen worden op basis van het tot 1 januari 2006 geldende reglement. Nadat voor de sector Orsima de VPL-regeling al in 2019 was beëindigd, zijn eind oktober 2020 ook voor de overige sectoren de nog voorwaardelijke VPL-aanspraken omgezet naar gewoon pensioen. Hiermee is een einde gekomen aan de VPL-regeling.

VTE-score
VTE-score is de afkorting voor ‘voltijd equivalent score’. Kandidaten die benoemd worden tot bestuurder of lid van de raad van toezicht van een pensioenfonds, moeten voldoen aan de normering van tijdsbeslag, die vastgelegd is in de wet. Deze wordt onder andere bepaald door de zwaarte van de functies en de grootte van de rechtspersonen waarbij de functies worden uitgeoefend. Heeft een bestuurder of lid van een raad van toezicht VTE-score van hoger dan 1? Dan mag het pensioenfonds de persoon niet benoemen.

W

Waardeoverdracht
Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van een tot een zeker moment opgebouwd pensioenaanspraak.

WIA
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De opvolger van de WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering). De WIA biedt inkomensbescherming bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid maar biedt ook prikkels om indien mogelijk weer aan het arbeidsproces te gaan deelnemen. De Wet bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). 

Wtp
Wet toekomst pensioenen.

Z

Z-score
Jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. De z-score geeft de afwijking weer van het werkelijk behaalde rendement ten opzichte van het rendement van een vooraf door het bestuur vastgestelde wettelijke normportefeuille.