Spring naar inhoud

De pensioenregeling

De pensioenregeling

De pensioenregeling van Pensioenfonds Vervoer is een uitkeringsovereenkomst in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet. Een uitkeringsovereenkomst is een pensioenregeling waarbij afspraken zijn gemaakt over de hoogte van de pensioenuitkering.

De pensioenregeling van Pensioenfonds Vervoer is op dit moment nog een middelloonregeling. Het pensioen hangt af van het aantal jaren dat de deelnemer in dienst is bij een aangesloten werkgever en de hoogte van het gemiddelde salaris gedurende deze periode.

De toetredingsleeftijd is 18 jaar en de pensioenrichtleeftijd is 68 jaar. Deelnemers bepalen zelf wanneer zij hun pensioen daadwerkelijk laten ingaan. Op zijn vroegst kan een deelnemer het pensioen laten ingaan op zijn of haar 55e. Het opbouwpercentage is 1,788%. De franchise is voor alle sectoren (Goederenvervoer, Zorgvervoer en Taxi, Besloten Busvervoer en Orsima) op 1 januari 2026 vastgesteld op € 17.283 (2025: € 16.655).

Het maximaal pensioengevend salaris in de basisregeling voor alle sectoren bedraagt per 1 januari 2026 € 79.409 (2025: € 75.864). De looncomponenten van het pensioengevend loon verschillen per sector.

De verdeling van de premies tussen werkgever en werknemer is de laatste jaren niet gewijzigd. De premieverdeling staat in de volgende tabel:

Premieverdeling pensioenregeling in 2025

  Premie Werkgeversdeel Werknemersdeel
Goederenvervoer 30,00% 19,84% 10,16%
Besloten Busvervoer 30,00% 17,81% 12,19%
Taxivervoer 30,00% 17,75% 12,25%
Orsima 30,00% 18,00% 12,00%

Deelnemers in de sectoren Goederenvervoer en Besloten Busvervoer betalen daarnaast in 2025 0,9%(2025: 0,8%) van de pensioengrondslag voor een WIA-aanvulling bij arbeidsongeschiktheid. In beide sectoren geldt dat de premie voor deze WIA-aanvulling voor rekening komt van de werknemer.

Wet toekomst pensioenen

De Wet toekomst pensioenen is op 1 juli 2023 in werking getreden. Cao-partijen en de pensioenfondsen hebben volgens die wet tot 1 januari 2028 de tijd om een nieuwe pensioenregeling in te voeren. Pensioenfonds Vervoer richt zich op een overstap op 1 januari 2027 en bereidt zich in deelfases voor op de nieuwe pensioenregeling.

Cao-partijen
Cao-partijen hebben met het op 17 juli 2023 vastgestelde transitieplan Pensioenfonds Vervoer verzocht om de bestaande pensioenrechten en aanspraken in te varen in het nieuwe pensioencontract (solidaire premieregeling) onder het nieuwe stelsel. Ook hebben ze het fonds verzocht om een compensatieregeling te bieden en deze te financieren vanuit het fondsvermogen.
Medio 2025 hebben cao-partijen in een addendum op het transitieplan de vereiste bandbreedtes bij de kwantitatieve maatstaven specifieker uitgewerkt en enkele nadere afspraken zoals een bovengrens aan de transitie-effecten, en een verduidelijking en uitbreiding van doelstellingen voor de solidariteitsreserve toegevoegd.
Een belangrijk vraagstuk waarover cao-partijen nog dienden te besluiten voorafgaand aan de start van de nieuwe regeling op 1 januari 2027 was de aanpassing van de definitie van het pensioengevend loon naar het brutoloon (zijnde het SV-loon plus pensioenpremie). Voor de transitie naar de nieuwe pensioenregeling, waarin in de uitvoering gebruik zal worden gemaakt van authentieke bronnen (de Loonaangifteketen) is deze aanpassing noodzakelijk. Cao-partijen hebben met ondersteuning van Pensioenfonds Vervoer in 2024 en 2025 de effecten hiervan in kaart gebracht en mogelijke dempende maatregelen onderzocht. In de tweede helft van 2025 hebben cao-partijen van de drie verplichtgestelde sectoren besloten om het brutoloon in te voeren als pensioengevend loon per 1 januari 2027. Deze afspraken zijn vervolgens in een tweede addendum op het transitieplan vastgelegd.
Zowel het transitieplan als beide addenda zijn op de website van het pensioenfonds geplaatst. 

Voorbereiding implementatie en aanvaarding van de opdracht
Het jaar 2025 stond voor Pensioenfonds Vervoer voorts in het teken van de opdrachtaanvaarding en de voorbereiding op de implementatie van de nieuwe pensioenregeling. Door middel van gefaseerde besluitvorming en deelbesluiten kreeg het implementatieplan steeds verder vorm. Het VO en de RvT zijn in 2025 op verschillende momenten om advies respectievelijk goedkeuring gevraagd door het bestuur ten aanzien van enkele bestuursbesluiten met het oog op de transitie. 

Risicohouding
Het bestuur had in 2024 de risicohouding inclusief de daarbij behorende maatstaven vastgesteld, onder meer na het overleg met het VO en de RvT. Dat was nodig om te kunnen komen tot een nieuw beleggingsbeleid. In 2025 heeft het bestuur de risicohouding beperkt herzien, opnieuw na overleg met het VO en de RvT. Voor de beleggingsportefeuille zijn de belangrijkste strategische keuzes afgerond en vonden in 2025 nog veel andere, veelal operationele analyses en uitwerkingen plaats.

Evenwichtigheid totale transitie
In september 2024 had het bestuur voorwaardelijk besloten over de evenwichtigheid van de totale transitie. De drie sleutelfunctiehouders waren vervolgens gevraagd om een definitieve opinie, het VO om advies en de RvT om goedkeuring. Deze opinies, dit advies en deze goedkeuring zijn in 2024 in voorwaardelijke vorm gegeven. Net als bij het bestuursbesluit gold hierbij de voorwaarde dat de informatie waarop in 2025 het fonds het invaarsjabloon daadwerkelijk zou invullen, niet zou leiden tot andere inzichten. In 2025 is deze voorwaarde vervuld en het besluitvormingsproces hierover afgerond. Alle eerder door het bestuur genomen deelbesluiten zijn in 2025 vastgelegd in één document, het Wtp-verantwoordingsdocument. Dit document beschrijft ook de context en de beschrijving van de gevolgde besluitvormingsprocedures en governance (waaronder sleutelfuncties, verantwoordingsorgaan en raad van toezicht). In het verantwoordingsdocument wordt ook uitvoerig ingegaan op de beoordeling van de evenwichtigheid van de transitie van de huidige naar de nieuwe pensioenregeling. Het bestuur stelde op 3 juli 2025 het Wtp-verantwoordingsdocument voorwaardelijk vast. De sleutelfunctiehouders zijn vervolgens gevraagd om een opinie, het VO om advies en de RvT om goedkeuring ten aanzien van de evenwichtigheid van de totale transitie. Nadat deze waren verkregen en besproken en na de constatering dat dit niet had geleid tot andere inzichten stelde het bestuur op 6 november 2025 definitief vast dat de effecten van de voorgenomen transitie naar de nieuwe pensioenregeling als geheel en de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van het pensioen als geheel niet tot onevenwichtig nadeel leiden voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. Ook stelde het bestuur definitief vast dat de bij het pensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden en de werkgevers zich door de transitie op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.

Opdrachtaanvaarding
Gedurende 2025 werd de wijze waarop de nieuwe pensioenregeling wordt geïmplementeerd steeds duidelijker en werd het tijd voor het vraagstuk opdrachtaanvaarding. Daarmee diende Pensioenfonds Vervoer formeel te bepalen of het fonds de keuzes van cao-partijen kan uitvoeren: oftewel of Pensioenfonds Vervoer de opdracht tot uitvoering van de nieuwe pensioenregeling (inclusief invaren van de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten) kan aanvaarden. Het pensioenfondsbestuur heeft hiervoor de opdracht in het transitieplan getoetst aan relevante wet- en regelgeving en de doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het fonds, waaronder de risicohouding. Ook toetste het bestuur de opdracht op de evenwichtige belangenafweging en de uitvoerbaarheid in een integere en beheerste bedrijfsvoering. Het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht zijn in de gelegenheid gesteld om de opdrachtaanvaarding te toetsen aan de doelstellingen, uitgangspunten en risicohouding van het fonds en de drie sleutelfuncties hebben een opinie gegeven. Dit heeft ertoe geleid dat het bestuur op 6 november 2025 definitief tot opdrachtaanvaarding, inclusief invaren, heeft besloten.
Cao-partijen zijn hiervan op de hoogte gesteld. Als sluitstuk van het opdrachtaanvaardingsproces zal de formele opdrachtbevestiging aan cao-partijen volgen. De opdrachtbevestiging zal grotendeels inhoudelijk gelijk zijn aan het opdrachtaanvaardingsdocument inclusief bijlagen.

Implementatieplan en communicatieplan ingediend
Nadat het bestuur op 6 november 2025 alle finale besluiten had genomen over onder meer de opdrachtaanvaarding, invaren en de evenwichtigheid van de transitie als geheel heeft Pensioenfonds Vervoer op 19 november 2025 het invaardossier (waaronder het implementatieplan) ingediend bij DNB. Op deze datum is ook het communicatieplan ingediend bij de AFM.
De AFM heeft eind 2025 aan Pensioenfonds Vervoer bevestigd dat het communicatieplan voldoet aan de wet.
De eerste maanden van 2026 staan in het teken van de gesprekken met DNB naar aanleiding van de beoordeling van het invaardossier.

Nieuws over de voortgang
Nieuws over de voortgang van de implementatie van de nieuwe pensioenregeling is te volgen op de website van Pensioenfonds Vervoer. Ook kunnen geïnteresseerden zich inschrijven voor de nieuwsbrief met steeds het laatste nieuws over de nieuwe pensioenregeling, dekkingsgraden en de financiële gezondheid van het fonds. Dit kan via deze link:  www.pfvervoer.nl/voorkeuren (inloggen met DigiD).