Governance
Governance
7.1 CODE PENSIOENFONDSEN
Pensioenfonds Vervoer onderschrijft het belang van goed pensioenfondsbestuur. Sinds het verschijnen van de Code Pensioenfondsen (‘de Code’) streeft het fonds ernaar om de daarin opgenomen normen toe te passen. De naleving van de Code vormt voor Pensioenfonds Vervoer een continu proces. Minimaal één keer per jaar, aan het einde of vlak na afloop van elk kalenderjaar, bespreekt elk fondsorgaan de status van de naleving van de Code. Met dit jaarverslag leggen we verantwoording af over de naleving van de Code Pensioenfondsen 2024.
Waar het fonds afwijkt van de Code Pensioenfondsen leggen we dat volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit’-principe expliciet uit in dit hoofdstuk. Eind 2025 week Pensioenfonds Vervoer alleen af van norm 35 (leeftijdsdiversiteit in het verantwoordingsorgaan).
Voorkeur voor belanghebbenden
In 2025 heeft Pensioenfonds Vervoer opnieuw nadrukkelijk aandacht besteed aan de voorkeuren en opvattingen van zijn belanghebbenden. Norm 4 van de Code Pensioenfondsen vraagt van pensioenfondsen dat zij zich verdiepen in deze voorkeuren, deze actief betrekken bij het formuleren van strategische doelstellingen en beleidskeuzes én hierover de dialoog voeren met belanghebbenden. Hoewel deze norm pas sinds 2024 in de Code staat, sluit deze volledig aan bij de werkwijze die Pensioenfonds Vervoer al jaren hanteert.
Zo vormen de reguliere spreekuren en werkgeversbijeenkomsten van onze pensioenconsulenten een waardevolle bron van informatie. Deze gesprekken verschaffen het fonds inzicht in wat werkgevers, deelnemers en andere betrokkenen belangrijk vinden. In hoofdstuk 10, over communicatie, lichten we deze werkwijze verder toe.
Naast deze directe contactmomenten voert het fonds jaarlijks enquêtes uit onder werkgevers, actieve deelnemers, gewezen deelnemers, recent gepensioneerden en voor het eerst ook partners van deelnemers. De enquête van 2025 kende een zeer hoge respons onder partners, die deze uitvraag waardeerden en vroegen om meer inzicht in het partnerpensioen. We zagen een lichte verbetering in basiskennis onder de respondenten, zoals over het moment waarop pensioen ingaat en de opbrengst van de inleg. Toch leeft bij veel respondenten nog het idee dat pensioen automatisch ingaat, wat een belangrijk aandachtspunt vormt voor onze communicatie. Daarnaast blijven er hiaten in kennis bestaan, waardoor inzicht in de eigen pensioensituatie voor ons de hoogste prioriteit blijft.
De inzichten uit de enquêtes nemen we, samen met de ervaringen die voortkomen uit alle andere contacten met belanghebbenden, integraal mee in de strategievorming (zie hoofdstuk 3) en beleidsontwikkeling van het fonds (hoofdstukken 8 tot en met 12).
Om de dialoog met belanghebbenden verder te structureren en te verduurzamen, heeft het bestuur eind 2024 een werkgroep ingesteld. Deze werkgroep heeft in 2025 onderzocht welke vorm van structurele dialoog het beste past bij Pensioenfonds Vervoer én bij de voorkeuren van onze belanghebbenden. Hierbij is tevens gekeken of er nog aanpassingen nodig waren in de bestaande praktijk. De werkgroep heeft enkele voorstellen gedaan om de dialoog met specifieke groepen belanghebbenden te versterken. Eén van de adviezen die naar voren is gekomen uit de werkgroep ‘Dialoog met belanghebbenden’ was het opzetten van een breder panel voor het stellen van vervolgvragen over uiteenlopende kwesties.
Op deze manier probeert Pensioenfonds Vervoer zorgvuldig en consistent invulling te geven aan het betrekken van belanghebbenden, zodat hun stem daadwerkelijk doorklinkt in de koers en de keuzes van het fonds.
Diversiteit en inclusie bij Pensioenfonds Vervoer
Pensioenfonds Vervoer hecht grote waarde aan diversiteit en inclusie binnen zijn organisatie. Dit is vastgelegd in het Beleid Diversiteit en Inclusie, waarin het bestuur zich verplicht om te zorgen voor een evenwichtige en inclusieve samenstelling van alle fondsorganen: het bestuur, het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht. Het doel is om een afspiegeling van de samenleving te realiseren, zodat de kwaliteit van besluitvorming en het draagvlak voor beleid worden vergroot.
Het beleid gaat verder dan alleen representatie. Het fonds heeft duidelijke doelen geformuleerd op het gebied van maatschappelijke diversiteit, zoals geslacht en genderidentiteit, leeftijd, sociaal-culturele achtergrond, communicatiestijlen en het vermogen om creatief te denken. Deze variatie draagt bij aan complementariteit en een brede blik bij het nemen van beslissingen. In het beleid is ook beschreven hoe deze doelen in de praktijk worden gerealiseerd.
Bij het invullen van deze ambitie kijkt Pensioenfonds Vervoer nadrukkelijk naar de samenstelling van de fondspopulatie en hoe de belangen van alle groepen het best vertegenwoordigd kunnen worden. Dit sluit aan bij de bredere visie van het fonds op dialoog met belanghebbenden: een structurele vorm van gesprek die past bij het fonds en bij de voorkeuren van de betrokkenen. Het Beleid Diversiteit en Inclusie is op de website van Pensioenfonds Vervoer openbaar gemaakt.
Afgezien van het beleid is de bestaande praktijk bij de fondsorganen van Pensioenfonds Vervoer dat de leden een grote mate van diversiteit vertegenwoordigen en inbrengen. Alle fondsorganen voldoen aan de genderdiversiteit, er zijn zowel mannen als vrouwen lid. Het bestuur heeft daarnaast ook twee leden die jonger zijn dan 40 jaar.
Het verantwoordingsorgaan voldoet eind 2025 niet aan deze norm van leeftijdsdiversiteit. Dit is de enige afwijking van de Code Pensioenfondsen (van norm 35).
Omdat vrijwel alle leden van het VO worden benoemd op voordracht van de bij het fonds betrokken cao-partijen is de invloed van het fonds op de werving en selectie evenwel beperkt. Het fonds spreekt tijdig de diversiteitswens uit aan de voordragende partijen. Daarnaast zorgt het fonds ervoor dat vacatures zo vroeg mogelijk bij voordragende organisaties kenbaar zijn zodat meer tijd is een geschikte kandidaat (vanuit het perspectief van diversiteit) te werven.
Het is de betrokken voordragende organisaties, ondanks grote inspanningen, evenwel niet gelukt om voor het VO een kandidaat te werven die jonger is dan 40 jaar. Het fonds acht dit evenwel acceptabel en laat daarbij het belang van kennis van de aangesloten sectoren en affiniteit met pensioenen zwaarder wegen dan de leeftijdsnorm.
Bij een volgende vacature in het VO zal het bestuur de desbetreffende voordragende instantie opnieuw verzoeken te trachten een kandidaat, jonger dan 40 jaar, te werven en selecteren.
Het bestuur van Pensioenfonds Vervoer is van mening dat binnen alle fondsorganen (het bestuur, het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht) sprake is van een open cultuur waarin ruimte is voor verschillen in identiteit en perspectief. Deze inclusieve omgeving wordt door het bestuur als essentieel beschouwd voor een goede samenwerking en besluitvorming.
Dit onderwerp komt jaarlijks expliciet aan bod tijdens de collectieve zelfevaluaties van het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan. Tijdens deze evaluaties wordt besproken en beoordeeld in hoeverre de cultuur daadwerkelijk ruimte biedt voor diversiteit en inclusie.
Daarnaast zet het bestuur actief stappen om verschillen in perspectief te benutten bij de besluitvorming. Door onder meer te werken met een technisch voorzitter, waardoor de vergaderingen gestructureerd verlopen en alle invalshoeken optimaal tot hun recht komen.
7.2 NALEVING WET- EN REGELGEVING
Pensioenfonds Vervoer heeft ook in 2025 onverminderd aandacht besteed aan het onderwerp ‘compliance’, ofwel het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit is een continu proces.
In de hoofdstukken 8 tot en met 12 van dit bestuursverslag vindt u informatie over de wijze waarop Pensioenfonds Vervoer invulling geeft aan de wet- en regelgeving op het gebied van pensioenbeheer, vermogensbeheer, risicomanagement en communicatie.
Ook in 2025 zijn aan Pensioenfonds Vervoer geen dwangsommen of boetes opgelegd. De toezichthouders De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en/of de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) hebben geen aanwijzingen aan het fonds gegeven en hebben geen bewindvoerder aangesteld of de bevoegdheidsuitoefening van fondsorganen gebonden aan toestemming van de toezichthouder.
De bestuursrechtelijke procedure tussen Pensioenfonds Vervoer en de AFM over de vraag of de communicatie richting jongeren over het indexatiebesluit van juli 2022 voldoende evenwichtig is geweest, heeft in 2025 geleid tot een uitspraak. Het beroep van Pensioenfonds Vervoer is niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een bestuursrechtelijk besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Hierdoor kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden (zoals de vraag of Pensioenfonds Vervoer de wet zou hebben overtreden).
Het bestuur heeft om proceseconomische redenen afgezien van hoger beroep.