Spring naar inhoud

19.5 Grondslagen

Algemene grondslagen

Continuïteitsveronderstelling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling. Het bestuur van het pensioenfonds evalueert jaarlijks of er factoren zijn die een significant risico vormen voor de continuïteit. Bij de analyse voorafgaand aan de samenstelling van deze jaarrekening bleek dat de continuïteit van het pensioenfonds gewaarborgd is voor ten minste twaalf maanden vanaf de datum van opmaken van de jaarrekening. In voorkomende gevallen kan het pensioenfonds de pensioenaanspraken en -uitkeringen afstempelen. Voor een verdere toelichting op de continuïteit wordt verwezen naar de toelichting op het stichtingskapitaal.

Opname van een actief of een verplichting

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het fonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Verantwoording van baten en lasten

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Als een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post 'nog af te wikkelen transacties'. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.

Saldering van een actief en een verplichting

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.

Vreemde valuta

Functionele valuta

De jaarrekening is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van het fonds.

De koersen van de belangrijkste valuta

  31-12-2025 Gemiddeld 2025 31-12-2024 Gemiddeld 2024
USD 0,8515 0,9050 0,9657 0,9345
GBP 1,1453 1,1765 1,1540 1,1404
JPY 0,0054 0,0058 0,0064 0,0067

Transacties, vorderingen en schulden

Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.

Stelselwijziging

Op basis van de wijziging in RJ 610 voor boekjaar 2025 dient een voorziening te worden opgenomen voor operationele kosten. De RJ schrijft voor dat deze voorziening als separate balanspost wordt opgenomen als voorziening operationele kosten als onderdeel van de technische voorziening (RJ 610.244). Op basis van RJ 140.208 dient deze stelselwijziging ook retrospectief toegepast te worden op de cijfers van boekjaar 2024, zoals in dit jaarverslag opgenomen. Zie onderstaande tabel waarin de gemuteerde posten zijn opgenomen met daarin zichtbaar de verwerkingswijze in het jaarverslag 2024 en de doorgevoerde aanpassing ten behoeve van het jaarverslag 2025.

De stelselwijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.

(bedragen x € 1.000.000) Jaarrekening 2024 Aangepaste vergelijkende cijfers Mutatie
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds  32.323   31.751  -572
Voorziening operationele kosten 0  572   572 
   32.323   32.323  0
       

Presentatiewijziging

Op basis van de wijziging in RJ 610 voor boekjaar 2025 is de uitsplitsing van de mutatie technische voorzieningen in de staat van baten en lasten vervallen. De toelichting op de mutatie technische voorzieningen is in het verloopoverzicht van de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen.

De presentatiewijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.

Schattingswijzigingen

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

In 2025 zijn de onderstaande grondslagen aangepast:

  • In 2025 heeft het fonds besloten om de wezenopslag in de technische voorziening te verhogen van 1,0% naar 1,5%. De technische voorziening stijgt daardoor met € 16,7 mln. Het effect op de dekkingsgraad is afgerond minus 0,07%-punt.

  • De IBNR-voorziening is aangepast. Als gevolg van een gewijzigde opslag voor premievrijgestelde pensioenopbouw en een gewijzigde opslag voor het arbeidsongeschiktheidspensioen is deze technische voorziening per 31 december 2025 met € 16,4 mln. toegenomen. Het effect op de dekkingsgraad is minus 0,07%-punt.

Dekkingsgraden

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de nominale dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Hierbij wordt steeds gebruik gemaakt van de gepubliceerde dekkingsgraden.

De (nominale) dekkingsgraad van het fonds wordt berekend door op balansdatum het stichtingskapitaal, de solvabiliteitsreserve en technische voorzieningen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De reële dekkingsgraad is gedefinieerd als de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de ‘indexatiedekkingsgraad’. De dekkingsgraad waarbij volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie mogelijk is, is onafhankelijk van de eigen toeslagambitie van het fonds.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Beleggingen

Algemeen

De beleggingen worden gewaardeerd tegen actuele waarde op 31 december van het boekjaar.

Onder waardering op actuele waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De waardering van participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen vindt plaats tegen de marktnotering op de balansdatum. Bij niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt de waardering waarbij deze fondsen de intrinsieke waarde vaststellen door bezittingen en verplichtingen op actuele waarde op de balansdatum.

Slechts indien de actuele waarde van een belegging niet betrouwbaar kan worden vastgesteld vindt waardering plaats op basis van kostprijs.

Vorderingen inzake beleggingen zijn onder de vorderingen en overlopende activa verantwoord. Schulden inzake beleggingen zijn onder de overige schulden en overlopende passiva verantwoord

Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen

Alle gerealiseerde- en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.

Vastgoedbeleggingen

Directe belangen in vastgoed worden gewaardeerd tegen actuele waarde op 31 december van het boekjaar. De actuele waarde van de directe belangen wordt voor het overgrote deel van de portefeuille bepaald middels gedurende het jaar uitgevoerde externe taxaties.

De actuele waarde wordt gebaseerd op de onderhandse verkoopwaarde, welke bij aanbieding in verhuurde staat, op de voor het onroerend goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde – niet zijnde de huurder – zou kunnen worden verkregen. De kosten van verwerving, bestaande uit notariskosten, verschuldigde overdrachtsbelasting en dergelijke, komen voor rekening van de koper en zijn derhalve niet in de actuele waarde begrepen.

De onderhandse verkoopwaarde is gebaseerd op actuele marktprijzen, indien noodzakelijk, aangepast voor specifieke omstandigheden en courantheid van het object. Als deze informatie onvoldoende beschikbaar is, worden marktprijzen geschat op basis van de gekapitaliseerde huurwaardemethode of contante waarde methode.

Vastgoed in ontwikkeling wordt gewaardeerd op basis van gedane uitgaven, inclusief bouwrente, waarbij wordt getoetst of die uitgaven tot waardeveranderingen leiden. Na oplevering worden (her)ontwikkelde objecten naar actuele waarde geherwaardeerd. Objecten in het boekjaar verkocht maar met levering in het volgende boekjaar zijn niet als verkoop in het boekjaar verantwoord.

Indirecte belangen in vastgoed worden gewaardeerd zoals hiervoor onder 'Algemeen’ beschreven.

Aandelen

Aandelen worden gewaardeerd zoals hiervoor onder ‘Algemeen’ beschreven.

Vastrentende waarden

Vastrentende waarden worden gewaardeerd zoals hiervoor onder ‘Algemeen’ beschreven.

Derivaten

Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. Voor het berekenen van de marktwaarde van renteswaps wordt als basis de €STR-rentecurve (Overnight Indexed Swap (OIS)-discounting) gebruikt.

Indien een derivatenpositie negatief is, is deze onder de passiva zijde van de balans opgenomen onder derivaten.

Overige beleggingen

Overige beleggingen worden gewaardeerd op actuele waarde.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.

Liquide middelen

Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen. Eventuele rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder overige schulden.

Stichtingskapitaal en reserves

Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.

Technische voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.

Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt.

Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle op balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex ante condities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen.

Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de contante waarde van de toekomstige pensioenopbouw waarvoor premievrijstelling is verleend wegens arbeidsongeschiktheid.

In de voorziening pensioenverplichtingen zijn verder de volgende posten opgenomen:

  • Een voorziening voor het tweejarig uitlooprisico met betrekking tot arbeidsongeschiktheid;
  • Een voorziening voor onvoorwaardelijke toeslagen voor de tot 1 januari 2010 opgebouwde rechten in excedentregelingen. Daarbij is rekening gehouden met het uit ramingen van het CPB afgeleide ingroeipad naar een lange termijn prijsinflatie van 2%.
  • Een voorziening voor onvoorwaardelijke toeslagen behorende tot de populatie die is overgekomen vanuit Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart.

Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.

De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:

  • Marktrente: de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur op balansdatum (hierna: DNB RTS);
  • Sterftegrondslagen: Prognosetafel AG2024 (2024: idem), startjaar 2026 (2024: startjaar 2025), met leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen 2024 (2024: idem);
  • Opslag wezenpensioen in technische voorziening: 1,5% van de technische voorziening voor het uitgesteld partnerpensioen behorende bij niet ingegaan ouderdomspensioen (2024: 1,0%);
  • Partnerfrequenties: voor alle actieve en nog niet gepensioneerde gewezen deelnemers worden tot de 66-jarige leeftijd fondsspecifieke leeftijds- en geslachtsafhankelijke partnerfrequenties toegepast. Vanaf de 66-jarige leeftijd bedraagt de partnerfrequentie 1 (2024: idem). Voor gepensioneerden wordt het bepaalde partnertarief gehanteerd (2024: idem);
  • Leeftijdsverschil Man-Vrouw: 3 jaar (2024: idem);
  • Op basis van resultaten van het onderzoek naar de toereikendheid van de risicopremies bij arbeidsongeschiktheid is de opslag voor het premievrijstellingsrisico in de IBNR ten opzicht van 2024 verhoogd naar 0,9% (2024: 0,8%) en is de opslag voor het arbeidsongeschiktheidspensioen in de IBNR verhoogd naar 4,2% (2024: 3,8%).
  • Arbeidsongeschiktheid en revalideringskansen bij arbeidsongeschiktheid: geen revalidatiekans (2024: idem)
  • Kostenopslag lopende kosten: gelijk aan de verwachte uitvoeringskosten in het boekjaar, onder aftrek van de verwachte vrijval uit de technische voorziening in het boekjaar over de verrichte uitkeringen (2024: idem);
  • Risicopremie wezenpensioen: 2,5% van de risicopremie voor het partnerpensioen (2024: 5%);
  • Risicopremie premievrijstelling: 3,8% opslag van de bruto premie op basis van de DNB RTS (2024: 3,6%).

Voorziening operationele kosten

De voorziening operationele kosten bevat de operationele kosten die gepaard gaan met de toekomstige pensioenuitvoering en is opgenomen onder de technische voorzieningen voor risico fonds. De voorziening is bepaald als percentage van de technische voorzieningen voor risico fonds en betreft 1,8% (2024: idem) van de netto pre-pensioenverplichtingen, 1,8% (2024: idem) van de netto overige pensioenverplichtingen.

Overige schulden en overlopende passiva

Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).

Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen

De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.

Premiebijdragen

Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte of te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Extra stortingen en opslagen op de premie zijn eveneens als premiebijdragen verantwoord. Ambtshalve premies zonder opbouw maken geen onderdeel uit van de premiebaten. Hiervoor is een schuld opgenomen onder overige schulden en overlopende passiva (nog te verrekenen premies).

Beleggingsresultaten risico pensioenfonds

Indirecte beleggingsopbrengsten

Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde- en ongerealiseerde waardewijzigingen inclusief valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. Indirecte beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Directe beleggingsopbrengsten

Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten. De directe opbrengsten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Dividend wordt verantwoord op het moment dat het wordt aangekondigd.

Kosten vermogensbeheer

Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende interne kosten verstaan. Afschrijvingen en andere exploitatiekosten van onroerende zaken in exploitatie zijn in de kosten van vermogensbeheer opgenomen.

Verrekening van kosten

Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en overige kostencomponenten.

Pensioenuitkeringen

De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Pensioenuitvoeringskosten

De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Personeelsbeloningen (lonen, sociale lasten en pensioenpremies) vormen geen aparte regel in de staat van baten en lasten. Deze kosten zijn opgenomen onder de pensioenuitvoeringskosten. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

Pensioenopbouw

Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau dat zij op balansdatum hebben.

Rentetoevoeging

De rentetoevoeging betreft de verhoging van de voorziening pensioenverplichtingen op basis van de éénjaarsrente op de interbancaire swapmarkt aan het begin van het verslagjaar.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten

Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.

Wijziging marktrente

Jaarlijks wordt op 31 december de marktwaarde van de voorziening pensioenverplichtingen herrekend door toepassing van de actuele RTS.

Wijzigingen actuariële uitgangspunten

Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het fonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten

Hieronder is opgenomen het saldo van de actuarieel benodigde koopsommen voor overgenomen pensioenverplichtingen en de vrijval van de voorziening pensioenverplichtingen die betrekking heeft op de overgedragen pensioenverplichtingen.

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

Hier worden verschillende mutatieredenen samengenomen die niet onder een eerdere mutatiereden zijn opgenomen.

Saldo herverzekeringen

Uitgaande herverzekeringspremies worden verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft.

Saldo overdrachten van rechten

De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.

Overige baten en lasten

Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is volgens de indirecte methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.