Spring naar inhoud

Rapport raad van toezicht

Rapport raad van toezicht

1. Algemeen

Pensioenfonds Vervoer heeft een paritair bestuursmodel en kent een raad van toezicht (hier na te noemen: ‘de RvT’).
De RvT heeft als taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. De RvT is ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur. De RvT staat het bestuur met raad ter zijde en stelt zich op als gesprekspartner van het bestuur.
De RvT legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan (hierna te noemen: ‘het VO’), in het jaarverslag en aan de werkgevers (door middel van publicatie van het jaarverslag op de website).

De RvT bestaat uit drie onafhankelijke leden. De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd door het bestuur na een bindende voordracht van het VO. Een lid van de RvT kan één keer worden herbenoemd. De RvT benoemt uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en secretaris.

De volgende personen maakten in 2025 deel uit van de raad:

  • De heer M.G. (Rino) Jekel, aandachtsgebieden: AO & IB en risicomanagement (tevens voorzitter).
  • Mevrouw E.E.H.C. (Lieske) van den Bosch, aandachtsgebieden: relevante wet- en regelgeving, pensioenregelingen en pensioensoorten, (pensioen)communicatie, uitbesteding (tevens plaatsvervangend voorzitter).
  • De heer R.J. (Rob) Schreur aandachtsgebieden: beleggingsbeleid en vermogensbeheer, balansmanagement, ESG, wet- en regelgeving (i.h.b. FTK) (tevens secretaris). 

Alle leden hebben aangegeven naast de andere werkzaamheden die zij vervullen, voldoende tijd beschikbaar te hebben voor het fonds. Zij voldoen aan de VTE-score zoals die voor bestuurders en leden van de RvT voor pensioenfondsen wordt gehanteerd.
Alle leden zijn onafhankelijk. Zij zijn geen deelnemer in het fonds en hebben ook geen zakelijke belangen bij het fonds. Hoofd- en nevenfuncties van de leden van de RvT zijn vermeld in het jaarverslag van Pensioenfonds Vervoer.
De fondssecretaris ondersteunt de raad van toezicht. 

De hoogte van de vergoeding voor een lid van de RvT bedroeg in 2025 € 21.348 per jaar. De voorzitter van de raad ontving in 2025 een vergoeding van € 29.649 per jaar.

De RvT heeft in 2025 zeven keer vergaderd, waarvan vijfmaal in aanwezigheid van of met (een delegatie van) het bestuur. De raad voerde daarnaast diverse overleggen in eigen kring, onder meer over het toezicht rapport over 2024.

In 2025 vonden regelmatig gesprekken plaats tussen (een delegatie van) de raad met (kandidaat)bestuurdersleden voor beoogde (her-)benoeming. Het is gebruikelijk dat de raad een ‘exitgesprek’ voert met een aftredend bestuurslid. In 2025 zijn er geen bestuurders afgetreden.
Daarnaast vergaderde de RvT twee keer met het VO en vond een ‘benen-op-tafelsessie’ van de RvT met het VO plaats. De leden van de RvT en het VO woonden over-en-weer enkele van elkaars vergaderingen bij als toehoorder. 

Ook nam de RvT deel aan de jaarwerkvergadering en voerde de RvT het jaarlijkse reguliere overleg met DNB.

De RvT toezichtvisie en de goedkeuringen van de bestuursbesluiten in het kader van de Wtp bereidde de RvT voor in twee werksessies.
In november 2025 heeft de raad van toezicht de jaarlijkse collectieve zelfevaluatie in eigen kring uitgevoerd en de bevindingen vastgelegd en gedeeld met de overige fondsorganen.

2. Werkwijze

De RvT kan vrijelijk beschikken over alle informatie die de raad nodig denkt te hebben om zijn taak goed te kunnen vervullen en heeft vrije toegang tot het bestuur, het VO en de medewerkers van het bestuursbureau.
De RvT volgt via directe toegang tot de bestuursstukken de gang van zaken in het bestuur en de beleidsontwikkeling van het fonds. Als daar aanleiding toe is, nodigt de raad het bestuur of het bestuursbureau uit om nadere toelichting te geven op beleidsvoornemens of genomen besluiten. De RvT ontvangt voorts ieder kwartaal een rapportage, waarin alle belangrijke ontwikkelingen en besluiten betreffende het fonds in het voorgaande kwartaal worden vermeld.
Waar de RvT een specifiek toezichtthema heeft benoemd voor enig jaar, bestudeert de raad de relevante stukken, nodigt het bestuursbureau uit voor een nadere (technische) toelichting op het thema, oriënteert zich zo nodig bij de uitvoerders, woont bestuursvergaderingen bij en gaat met het bestuur het gesprek aan over het thema in de reguliere vergaderingen. De bevindingen over het thema worden zo nodig vastgelegd in het jaarrapport.
De raad vergadert structureel eenmaal per kwartaal en verder zo vaak als nodig. Vergaderingen kunnen zowel een formeel als een informeel karakter hebben. De raad wordt proactief geïnformeerd over belangrijke beleidsbeslissingen van het fonds, ook als die niet de goedkeuring van de raad behoeven. Er zijn nadere afspraken gemaakt met het bestuur over de betrokkenheid van de raad bij belangrijke beleidsbeslissingen. Dat krijgt vorm doordat het bestuur de raad voor specifieke onderwerpen uitnodigt voor overleg en inbreng. Bestuur en raad hanteren daarvoor een gezamenlijke jaaragenda.
De raad ziet hier voor zichzelf in ieder geval een (klankbord)rol ten aanzien van de strategie, de bestuurlijke inrichting en de gedragscultuur.
Minimaal tweemaal per jaar heeft de RvT overleg met het voltallige bestuur (waaronder bij gelegenheid van de jaarwerkvergadering) en minimaal eenmaal met het VO.
De RvT heeft daarnaast minimaal ieder kwartaal overleg met een (wisselende) delegatie van het bestuur en verder zo vaak als nodig, i.c. wanneer actuele onderwerpen daar aanleiding toe geven. Na afloop van het jaar stelt de RvT, na toelichting aan het bestuur, de toezichtthema’s voor het volgende jaar vast.
Leden van de RvT wonen periodiek een bestuursvergadering bij als toehoorder.
Daarnaast voert de RvT jaarlijks overleg met de externe accountant, de certificerend actuaris en de sleutelfunctiehouder interne audit.  De RvT spreekt met medewerkers van het bestuursbureau en met de sleutelfunctiehouder risicobeheer zo vaak als dat aangewezen en/of logisch is vanuit de toezichtthema’s. Periodiek bezoekt de RvT de integraal vermogensbeheerder (Achmea IM) en de uitvoeringsorganisatie (TKP). In 2025 heeft een delegatie van de RvT, samen met het VO en het bestuur, een werkbezoek afgelegd aan Achmea IM. Ook vond een gezamenlijk werkbezoek van de fondsorganen plaats aan een distributiecentrum en een elektrisch snellaadplein voor vrachtwagens van Albert Heijn.

Toezichtkader
De RvT werkt binnen en volgens zijn eigen toezichtvisie, het wettelijk kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en reglementen van het fonds. Hoofdstuk 5 van deze rapportage van de RvT is gestructureerd aan de hand van de thema’s van de Code Pensioenfondsen 2024:
1. Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden
2. Goed besturen
3. Effectief intern toezichthouden en controle uitoefenen
4. Verantwoording en inspraak organiseren
5. Effectief functioneren van fondsorganen 

De RvT hanteert een moreel kompas, is autonoom in zijn handelen en in zijn taakopvatting, is onafhankelijk, professioneel-kritisch en bepaalt daarbij de diepgang en mate van volharding die nodig zijn voor adequaat toezicht en is ‘op afstand betrokken’.

Een goede governance impliceert een goed functionerend bestuur en een goed intern toezicht. De RvT doet zijn werk vanuit het besef dat dit inhoudt dat alle betrokkenen binnen het fonds elkaars onderscheiden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden respecteren en zich daar ook naar gedragen. In de cyclus van intern toezicht vormt de RvT zich een oordeel over het functioneren van het bestuur en de gang van zaken in het algemeen. Bevindingen en aanbevelingen van de RvT worden gedeeld met het bestuur en gemonitord op een effectieve opvolging. Voor zover deze cyclus op orde is, leidt dat niet tot nadere acties en/of signaleringen buiten de kring van bestuur en RvT. Indien en voor zover het bestuur niet in staat is de oordelen van de RvT voldoende beargumenteerd en/of onderbouwd te weerleggen, zal dat wel tot verdere acties leiden van de RvT.

3. Goedgekeurde besluiten in 2025

De RvT heeft een goedkeuringsrecht voor een aantal specifiek benoemde onderwerpen. In 2025 heeft de RvT de volgende goedkeuringen verleend:

  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening over 2024.
  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot wijziging functieprofiel bestuurslid Pensioenfonds Vervoer namens werknemers met als specifiek aandachtsgebied IT.
  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot vaststelling functieprofiel bestuurslid (tevens (plv.) voorzitter) namens werknemers met als specifieke aandachtsgebieden communicatie, governance, pensioenen en uitbesteding.
  • Vaststelling dat de heer B.N. Truijens voldoet aan het functieprofiel ‘bestuurslid van Pensioenfonds Vervoer namens werknemers, met het aandachtsgebied IT’.
  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot vaststelling van het functieprofiel bestuurslid Pensioenfonds Vervoer namens werkgevers, met als specifieke aandachtsgebieden vermogensbeheer & risicomanagement, informatietechnologie (IT) en ESG.
  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot vaststelling van het concept functieprofiel onafhankelijk bestuurslid met als specifieke aandachtsgebieden vermogensbeheer & risicomanagement en ESG.
  • Vaststelling dat de heer F. Veltink voldoet aan het functieprofiel ‘bestuurslid tevens (plv.) voorzitter namens werknemers, met als specifieke aandachtsgebieden governance, pensioenen, communicatie, en uitbesteding’.
  • Goedkeuring van het bestuursbesluit tot wijziging van de functie van mevrouw J.G.E. van Leeuwen van algemeen bestuurslid (tevens lid van de klachtencommissie) naar bestuurslid met aandachtsgebieden Vermogensbeheer & Risicomanagement, ESG en Uitbesteding, tevens lid van de klachtencommissie en vaststelling dat mevrouw Van Leeuwen voldoet aan voornoemd functieprofiel.
  • Constatering dat het bestuur de formele opdrachtaanvaarding heeft voorbereid en vastgelegd, dat de opdrachtaanvaarding, zoals voorgelegd, voldoet aan de eisen van artikel 102a lid 1 Pensioenwet en dat het bestuur deze opdracht kan uitvoeren binnen het vastgestelde kader van het pensioenfonds.
  • Onvoorwaardelijke goedkeuring van de evenwichtigheid van de totale transitie van de huidige naar de nieuwe pensioenregeling.
  • Vaststelling dat de heer L.C.A. Scheepens voldoet aan het functieprofiel ‘bestuurslid namens werkgevers, met als specifieke aandachtsgebieden vermogensbeheer en risicomanagement, informatietechnologie (IT) en ESG’.

4. Opvolging aanbevelingen uit toezichtrapport 2024

Naar aanleiding van zijn bevindingen over verslagjaar 2024 heeft de RvT in het verslag intern toezicht over 2024 de volgende aanbevelingen:

Aanbeveling bij het thema: ‘Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden’:
“Continueer de actieve aandacht van het bestuur voor het zorgen voor een goed pensioen waarbij de belanghebbenden zich vertegenwoordigd kunnen blijven voelen.” 

Aanbeveling bij het thema: ‘Verantwoording en inspraak organiseren’:
“Continueer de transparante cultuur binnen het fonds door, bijvoorbeeld, het onderling blijven delen van de zelfevaluaties van de fondsgremia.” 

Aanbevelingen bij het thema: ‘Effectief functioneren fondsorganen’
“1. Volg de acties en thema’s op zoals geformuleerd in de strategie voor 2025.
2. Continueer de formele en informele contacten tussen de fondsorganen die bijdragen aan het effectief functioneren van het pensioenfonds;
3. Rond het(in voorbereiding zijnde) diversiteits- en inclusiebeleid af.” 

De RvT stelt vast dat het bestuur deze aanbevelingen in 2025 heeft opgevolgd, zoals ook blijkt uit de voorgaande en de volgende paragrafen.

5. Bevindingen en aanbevelingen over verslagjaar 2025

RvT Toezichtthema’s 2025
In 2025 heeft de RvT zich naast zijn reguliere toezichttaak en adviesrol richting bestuur, in het bijzonder gericht op de volgende thema’s: 

1.     Wtp
De overgang naar het nieuwe pensioencontract komt in een andere fase terecht waarbij de focus zich verlegt naar de periode tussen afronden van de beleidsmatige besluitvorming tot aan het feitelijk moment van invaren (beoogd: 1 januari 2027). Aandachtspunten vormen o.a. de invoering van de loonaangifteketen (LAK), de (voorbereiding van de) communicatie naar de stakeholders, de voortgang in de implementatie van het solidaire contract bij de uitvoeringspartijen en het monitoren van de go/no go besluitvorming door het bestuur. 

2.     IT/cybersecurity
Het belang van IT/cybersecurity is verder toegenomen. Door het fonds zijn hier meerdere stappen in gezet. De RvT wil dit, waarbij ook de werking van DORA behoort, actief blijven bespreken met het bestuur. 

3.     ESG risicobeheer
Door het fonds zijn goede stappen gezet op het gebied van ESG risicobeheer. De RvT wil dit ook in 2025 blijven volgen en is daarbij met name ook geïnteresseerd in de wijze waarop de resultaten hiervan worden betrokken in het definiëren van vervolgacties in zowel beleidsvorming als uitvoering. 

De observaties ten aanzien van deze toezichtthema’s zijn in deze paragraaf opgenomen.

Het toezicht van de RvT: proces en inhoud
De RvT beoordeelt bij de invulling van zijn toezichttaak zowel de procesgang – juiste governance, betrokkenheid van fondsgremia, evenwichtige belangenafweging, opinies van de sleutelfuncties etc. – als de inhoudelijke aspecten. 

De RvT heeft toegang tot de stukken van de bestuursvergadering tegelijkertijd met het bestuur, waardoor de RvT tijdig en transparant inzicht krijgt in de context van een onderwerp, zonder dat dit afbreuk doet aan de taken en verantwoordelijkheden van ieder afzonderlijk gremium (‘rolvastheid’). Alle relevante onderliggende documenten worden bij een agendapunt gevoegd, waarbij in de voorbladen de belangrijkste overwegingen, het te nemen besluit en het vervolgtraject kort en bondig zijn beschreven, c.q. teruggebracht tot de essentie.

De voorbereidingen op het nieuwe pensioenstelsel
De RvT is net als in 2024 ook in 2025 de transitie naar de nieuwe pensioenregeling intensief blijven volgen. Het nieuwe pensioenstelsel is een vast onderwerp op de agenda van de vergaderingen. 

Steeds beoordeelde de raad of het bestuur tot zijn besluiten kwam via een zorgvuldige, transparante en navolgbare besluitvorming, met voldoende aandacht voor evenwichtige belangenafweging en beheerst risicomanagement.
In 2025 heeft het bestuur de risicohouding beperkt herzien, opnieuw na overleg met het VO en de RvT. De raad van toezicht heeft vastgesteld dat het bestuur de risicohouding zorgvuldig heeft herijkt.
De raad heeft uitgebreid toegezien op de onderbouwing en vastlegging van de evenwichtigheid van de totale transitie. Na kennisneming van de opinies van de drie sleutelfuncties en het advies van het verantwoordingsorgaan heeft de raad vastgesteld dat de transitie niet leidt tot onevenwichtig nadeel voor (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en andere belanghebbenden.
Tot slot heeft de raad van toezicht de opdrachtaanvaarding getoetst aan wet‑ en regelgeving, de doelstellingen, beleidsuitgangspunten en risicohouding van het fonds en de vereisten van een integere en beheerste bedrijfsvoering. Vervolgens heeft het bestuur op 6 november 2025 definitief besloten om de opdracht van cao‑partijen, inclusief het invaren, te aanvaarden. Het bestuur heeft vervolgens het invaardossier tijdig ingediend bij DNB en het communicatieplan bij de AFM.
Begin 2026 besloten cao‑partijen van de drie verplichtgestelde sectoren een nieuwe definitie van het pensioengevend loon te hanteren, waarmee na de Wtp-transitie de aansluiting op een authentieke bron voor de aanlevering van de loongegevens (de Loonaangifteketen) mogelijk is gemaakt. De raad van toezicht constateert dat het bestuur in dit traject op adequate wijze de regie heeft gevoerd, cao‑partijen voorzien heeft van relevante informatie ter ondersteuning van hun besluitvorming en de raad van toezicht gedurende het gehele proces over de voortgang heeft geïnformeerd.
De raad van toezicht constateert dan ook dat het bestuur ook in 2025 een intensief traject heeft doorlopen, waarin tijdig en transparant stappen zijn gezet voor een beheerste overgang op de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2027.

5.1 Thema 1: Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden

Missie en strategie
Het strategisch plan voor 2025-2030 is in 2025 een robuuste basis gebleken waarin de belangen van de belanghebbenden van het fonds centraal staan. De RvT constateert dat het bestuur in uitvoering van de strategie expliciet aandacht heeft voor de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel en de gevolgen daarvan voor de belanghebbenden.

Duurzaamheid in het beleggingsbeleid
De RvT heeft in 2025 met het bestuur gesproken over de wijze waarop duurzaamheid is geïntegreerd in het beleggingsbeleid. Het intern toezicht constateert dat het bestuur de ESG(-risico’s) nadrukkelijk heeft gepositioneerd binnen het beleggingsbeleid en dat de ESG-risico’s structureel onderdeel vormen van de besluitvorming. 

Evenwichtige belangenafweging
Een belangrijk aandachtspunt voor de raad van toezicht is de evenwichtige belangenafweging, in het bijzonder bij de besluitvorming in de transitie naar de nieuwe pensioenregeling. Het bestuur heeft de RvT steeds adequaat inzicht verschaft in de wijze waarop de evenwichtige belangenafweging heeft plaatsgevonden. De RvT heeft vastgesteld dat het bestuur expliciet aandacht besteedt aan de belangen van de verschillende groepen belanghebbenden en deze belangenafweging transparant vastlegt. 

Ook bij de aanvaarding van de collectieve waardeoverdracht van Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart op 1 december 2025 heeft het bestuur de belangen van de belanghebbenden evenwichtig afgewogen. Deze CWO is dekkingsgraadneutraal verlopen, waardoor er geen financieel voordeel of nadeel is ontstaan de beide fondspopulaties.
Eind 2025 heeft Pensioenfonds Vervoer - met inachtneming van een evenwichtige belangenafweging en met gebruikmaking van de indexatie AMvB - besloten om per 1 januari 2026 de pensioenen te verhogen met 4,12%. De RvT heeft geen goedkeuringsrecht ten aanzien van een bestuursbesluit om de pensioenen te indexeren. De RvT acht zich evenwel goed door het bestuur op de hoogte gehouden van het besluitvormingsproces, de evenwichtige belangenafweging en de relevante overwegingen. De RvT is van mening dat het totale proces, met inbegrip van de communicatie richting de deelnemers en de betrokkenheid van de sleutelfuncties, zorgvuldig is doorlopen.

Kennen van de voorkeuren van belanghebbenden
De RvT constateert dat het bestuur structureel aandacht heeft voor het ophalen van voorkeuren van belanghebbenden. Deze voorkeuren worden betrokken bij de uitvoering van de strategie en bij het beleid. Zo heeft het bestuur in 2025 door middel van een werkgroep extra aandacht besteed aan de kwaliteit van de dialoog met belanghebbenden, waarmee dit voor de toekomst goed geborgd blijft. De RvT ziet dit als een belangrijk fundament voor het maken van gedragen keuzes door het fonds. 

Kwaliteit, kosten en uitbesteding
De RvT stelt vast dat het bestuur jaarlijks de kwaliteit en kosten van de uitvoering evalueert en dat in het beleid Inkoop en Uitbesteding voldoende aandacht bestaat voor sturing en beheersing van de uitbestedingsrelaties.
Het bestuur is verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van de pensioenregeling die uitbesteed is aan TKP, en voor het integraal vermogensbeheer dat is ondergebracht bij Achmea IM. Het bestuur en het bestuursbureau zitten ‘boven op de uitvoering’ en weten zowel TKP als Achmea IM met een positief kritische benadering aan te sporen tot optimalisering van de pensioenuitvoering c.q. het vermogensbeheer.
De RvT constateert ook dat het bestuur de regie voert in de samenwerking tussen TKP en Achmea IM in aanloop naar de nieuwe pensioenregeling. 

5.2 Thema 2: Goed besturen

Besluiten motiveren en onderbouwen
De raad van toezicht heeft direct toegang tot alle bestuursstukken en vindt dat het bestuur op een zorgvuldige, transparante en risicobewuste wijze invulling geeft aan goed bestuur. Bestuursbesluiten worden zorgvuldig met gebruikmaking van het BOB-model en gemotiveerd genomen. Het bestuur betrekt daarbij de opinies van sleutelfunctiehouders en de adviezen van het VO.

Integraal risicomanagement bevorderen
De RvT constateert dat bij Pensioenfonds Vervoer sprake is van een cultuur waarin een volwassen risicobewustzijn vanzelfsprekend is en het risicobeheer structureel is ingebed.
Het risicobeheer met de directe betrokkenheid van de sleutelfuncties risicobeheer en interne audit biedt de RvT vertrouwen. De periodieke rapportages over strategische en operationele risico’s, die de RvT eveneens ontvangt, zijn van goede kwaliteit en geven doorgaans weinig aanleiding tot verder onderzoek of maatregelen. Daarnaast zijn risicobewustzijn, incidentenafhandeling en crisisbeheersing geborgd door gezamenlijke risicoanalyses, een incidentenprocedure en een vastgesteld crisismanagementplan.
Periodiek voert de RvT (zowel in aanwezigheid van (een delegatie van) het bestuur, als in eigen kring) overleg met de sleutelfunctiehouders risicobeheer en interne audit.
Het fonds heeft daarnaast in 2025 verdere stappen gezet in het versterken van de beheersing en professionalisering van risico’s op het gebied van ICT en informatiebeveiliging.  De ICT-kennis en capaciteit van zowel het bestuursbureau als de fondsorganen is uitgebreid. De afdeling IT & IB vervult hierbij een centrale rol. Er zijn diverse awarenesstrainingen voor het bestuursbureau en de overige fondsgremia geweest. Tevens is aandacht besteed aan actuele dreigingen, weerbaarheid en de implementatie en naleving van relevante wet- en regelgeving, waaronder DORA. De RvT is verder periodiek geïnformeerd over de voortgang en belangrijke ontwikkelingen.

5.3 Thema 3: Effectief intern toezichthouden en controle uitvoeren 

Toezichtvisie ontwikkelen
De raad van toezicht hanteert een eigen toezichtkader. In 2025 heeft de raad van toezicht een leidraad voor zijn eigen functioneren vastgelegd in een schriftelijke toezichtvisie (conform norm 18 van de Code Pensioenfondsen). Deze toezichtvisie heeft de RvT besproken met het bestuur en het VO en biedt duidelijkheid over wat de RvT van belang vindt en beschrijft o.a.:
- de doelstelling van het intern toezicht;
- de rol, rolinvulling en de werkwijze van het intern toezicht;
- de interactie met het bestuur, de sleutelfunctiehouders en het verantwoordingsorgaan.
In de jaarlijkse collectieve zelfevaluatie spiegelt de raad van toezicht het afgelopen jaar aan de toezichtvisie om vast te kunnen stellen of de wijze van toezichthouden overeenkomt met de beschreven leidraad voor het eigen functioneren.

Er zijn gedurende het jaar 2025 formele en informele contacten geweest tussen de fondsorganen. Vergaderingen van de RvT worden bijgewoond door een delegatie van het bestuur en tweemaal per jaar vindt overleg plaats met het voltallig bestuur. Op basis van zowel mondelinge toelichtingen als verstrekte schriftelijke documentatie/informatie, heeft de RvT een goed overall beeld. Bij informele contacten – zoals de benen-op-tafelsessies – kan de RvT invulling geven aan zijn klankbordrol.

5.4 Thema 4: Verantwoording en inspraak organiseren

De rolverdeling tussen de fondsorganen is duidelijk vastgelegd en is een belangrijk uitgangspunt voor het functioneren van de gremia. De onderlinge betrokkenheid wordt vergroot door het feit dat (een delegatie van) het bestuur de vergaderingen van de het VO bijwoont.
Het bestuur legt op transparante wijze verantwoording af aan het VO over het beleid en de beleidskeuzes en maakt daarbij inzichtelijk hoe de verschillende belangen worden afgewogen. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn.
De RvT constateert dat het verantwoordingsorgaan in staat wordt gesteld om te bewaken of het bestuur de verschillende belangen evenwichtig afweegt.

5.5 Thema 5: Effectief functioneren fondsorganen 

Geschiktheids-, diversiteits- en inclusiebeleid
Pensioenfonds Vervoer beschikt over een vastgesteld en openbaar Beleid Diversiteit en Inclusie, waarin het bestuur verantwoordelijkheid neemt voor een diverse en inclusieve samenstelling van de fondsorganen. Het fonds streeft naar een afspiegeling van de samenleving om de kwaliteit van besluitvorming en het draagvlak te versterken. Daarbij zijn concrete doelen geformuleerd voor onder meer gender, leeftijd en sociaal‑culturele achtergrond, met een planmatige aanpak om deze te realiseren.
Bij de invulling van dit beleid kijkt het fonds ook naar de fondspopulatie. Het doel is om niet alleen de bezetting van de fondsorganen, maar ook de uitvoering van het beleid zó (divers) te organiseren dat de belanghebbenden van Pensioenfonds Vervoer zich gehoord voelen.
De raad constateert dat de leden van de fondsorganen van Pensioenfonds Vervoer een grote mate van diversiteit vertegenwoordigen en inbrengen. Op 31 december 2025 week Pensioenfonds Vervoer alleen af van de Code Pensioenfondsen ten aanzien van diversiteit (leeftijd) binnen het VO (norm 35). De RvT stelt vast, dat ondanks de aandacht die het pensioenfonds hiervoor vraagt, het voor de voordragende organisaties lastig is om bij een vacature in het VO een kandidaat te werven die jonger is dan 40 jaar. 

(Her-)benoemingen
De RvT heeft zich in 2025 gebogen over één nieuwe benoeming en drie herbenoemingen in het bestuur. De RvT heeft de wettelijke goedkeuringsbevoegdheden ten aanzien van de vaststelling van de profielschetsen voor de (her-)benoemingen toegepast. Voorafgaand aan formele voordracht van de kandidaat voor de eerste benoeming heeft een informeel kennismakingsgesprek plaats gevonden met een delegatie van de RvT.
Met elk bestuurslid dat voor (her-)benoeming in aanmerking kwam heeft de RvT, ter uitvoering van zijn statutaire toetsingsverplichting, een gesprek gevoerd om daarna vast te stellen dat aan de profielschets werd voldaan.
De RvT stelt met tevredenheid vast dat aan de feitelijke opvolging van bestuursleden een zorgvuldig traject voorafgaat. Het uitgebreide traject van inwerken en toehoren vergemakkelijkt de start als nieuw bestuurslid. Ook voert de RvT standaard ‘exitgesprekken’ met bestuursleden die aftreden en deelt waar nodig zijn bevindingen.
Met de herbenoemingen in het bestuur is de continuïteit van het bestuur gewaarborgd. 

Beheerst en duurzaam beloningsbeleid
Pensioenfonds Vervoer beschikt over een beheerst en duurzaam beloningsbeleid voor de beloning van de leden van de organen van het pensioenfonds, dat op de website van het fonds openbaar is gemaakt. De beloningen staan in redelijke verhouding tot verantwoordelijkheid, functie-eisen en tijdsbeslag. 

Gewenst gedrag, cultuur, integriteit
Pensioenfonds Vervoer beschikt over een Gedragscode, waarin de gewenste cultuur is vastgelegd. Alle verbonden personen ondertekenen deze Gedragscode en verklaren daarmee dat ze integer handelen.
De externe compliance officer monitort periodiek of alle verbonden personen zich houden aan de gedragscode van het fonds. De RvT ontvangt de voortgangsrapportages die de externe compliance officer oplevert aan het bestuur.
De RvT stelt vast dat het Pensioenfonds Vervoer ten aanzien van gewenst gedrag, cultuur en integriteit voldoet aan de gestelde eisen en normen. Integer handelen levert geen issues op en de RvT stelt vast dat het bestuur hier voldoende aandacht voor heeft. 

Zelfevaluaties fondsorganen
De collectieve zelfevaluatie van de RvT vond plaats in november 2025, ditmaal in eigen kring, zonder de begeleiding van een externe gespecialiseerde begeleider. De RvT heeft het verslag van de collectieve zelfevaluatie gedeeld met het VO en het bestuur.
De RvT heeft vastgesteld dat het bestuur en het VO ook een collectieve zelfevaluatie hebben uitgevoerd. Elk orgaan deelt (een samenvatting van) de uitkomsten van de eigen zelfevaluatie met de andere fondsorganen. Deze onderlinge uitwisseling draagt bij aan de nagestreefde optimale transparantie. Op die wijze ontstaat er zicht op de aandachts- en zorgpunten van de andere fondsorganen.

Den Haag, 16 april 2026
Raad van toezicht



Reactie van het bestuur

Het bestuur stelt de positief-kritische wijze waarop de raad van toezicht is betrokken bij het fonds, zeer op prijs. Wij herkennen ons in de observaties in het rapport. In 2025 hebben we veel contact gehad met de raad van toezicht, onder meer vanwege het Wtp-project. Wij zetten de prettige en constructieve samenwerking met de raad van toezicht in de toekomst graag voort.

Goedkeuring door de raad van toezicht

De raad van toezicht heeft over het jaarverslag en de jaarrekening over 2025 overleg gevoerd met het bestuur, het verantwoordingsorgaan, de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris. Vervolgens heeft de raad van toezicht op 16 april 2026 het besluit van het bestuur tot vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening over 2024, goedgekeurd. De raad van toezicht heeft ten blijke van deze goedkeuring de jaarrekening over 2025 mede ondertekend.