Spring naar inhoud

Uitvoeringskosten

Uitvoeringskosten

Inleiding

De kosten van pensioenbeheer (PB) bestaan vooral uit de kosten van de werkzaamheden van TKP aan wie de uitvoering van de regeling is uitbesteed, de inhuur van pensioenbeheer gerelateerde externe adviseurs en een pro rata deel van de kosten van bestuursgremia, het bestuursbureau en de kosten van het toezicht.

De kosten van vermogensbeheer bestaan met name uit de kosten van de integraal vermogensbeheerder, de vermogensbeheerders die uitvoering geven aan de beleggingsmandaten, de kosten van beleggingsfondsen, de kosten van de depotbank (custodian), de inhuur van vermogensbeheer gerelateerde externe adviseurs en een pro rata deel van de kosten van bestuursgremia, het bestuursbureau en de kosten van toezicht.

Onderstaande tabel geeft inzicht in de wijze waarop de kostenverdeling plaatsvindt.

  % PB % VB
Direct toewijsbaar aan pensioenbeheer 100 0
Direct toewijsbaar aan vermogensbeheer 0 100
Bestuursgremia 50 50
Bestuursbureau: algemeen directeur 50 50
Bestuursbureau: (fonds)secretariaat 50 50
Bestuursbureau: afdeling Risicomanagement 50 50
Bestuursbureau: afdeling Finance & Control 33,33 66,67
DNB, AFM en andere externe toezichthouders 50 50
Pensioenfederatie en andere niet direct aan PB of VB toewijsbare belangenorganen en adviseurs 50 50
Onafhankelijke accountant, IORP II Interne Auditor en Vervuller 50 50
Certificerend actuaris en IORP II Actuarieel sleutelhouder 75 25
Adviserend actuaris 75 25

Presentatie van de kosten

Bij de presentatie van de kosten is verder aansluiting gezocht bij de richtlijnen zoals beschreven in de Pensioenwet, waarbij de kosten als volgt worden vermeld:

  • Administratieve uitvoeringskosten, opgenomen als totaalbedrag en als bedrag per actieve deelnemer of uitkeringsgerechtigde;
  • Kosten van vermogensbeheer als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen;
  • Transactiekosten als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen.

Kosten pensioenbeheer en vermogensbeheer (exclusief transactiekosten)

  Pensioen-uitvoering Pensioen-uitvoering Vermogens-beheer Vermogens-beheer
  2022 2021 2022 2021
Kosten volgens aanbevelingen Pensioenfederatie x € 1 miljoen 22 22 91 97
Som aantal actieve deelnemers en uitkeringsgerechtigden 296.481 290.401    
Kosten in € per deelnemer 75 76    
Gemiddeld belegd vermogen x € 1 miljoen     32.387 37.173
Kosten in % van gemiddeld belegd vermogen     0,28% 0,26%

De pensioenuitvoeringskosten zijn, ondanks bijvoorbeeld de voorbereidingen op het nieuwe pensioenstelsel, in absolute zin vrijwel gelijk gebleven en in relatieve zin iets lager geworden.

De vermogensbeheerkosten zijn in absolute zin flink gedaald, maar in relatieve zin iets gestegen. Dat komt door de daling van het gemiddeld belegd vermogen. De vermogensafname is weer het gevolg van de inflatie en de Oekraïne crisis. Deze brachten rentestijging (ofwel lagere koersen van vastrentende beleggingen) en lagere aandelenkoersen met zich mee.

Pensioenfonds Vervoer betaalt zijn beheerders volgens een overeengekomen vast vergoedingenschema. Vanuit risico oogpunt worden geen variabele beloningen toegekend.

Kostenbenchmarking (boekjaar 2021)

Pensioenfonds Vervoer neemt deel aan het jaarlijkse kostenbenchmarking onderzoek van First Pensions en van het Institutioneel Benchmarking Instituut (IBI). De resultaten uit deze onderzoeken worden onder meer gebruikt voor de beoordeling van het niveau van de kosten bij Pensioenfonds Vervoer in relatie tot andere pensioenfondsen.

De in dit jaarverslag opgenomen cijfers van de kostenbenchmarking hebben betrekking op het jaar voorafgaande aan het jaarverslag-boekjaar. IBI en First Pensions kunnen hun rapportages over een boekjaar pas opleveren nadat van alle (deelnemende, dan wel tot de Top 50 behorende) pensioenfondsen de cijfers beschikbaar zijn. Het jaarverslag van Pensioenfonds Vervoer van dat boekjaar is dan al vastgesteld. We kunnen hierdoor dus nog niet de benchmarkinguitkomsten over het boekjaar 2022 presenteren. U treft daarom hieronder de cijfers van 2021 aan, met die van 2020 ter vergelijking.

Allereerst geven we wat meer achtergrondinformatie over de samenstelling van de vergelijkende cijfers.

First Pensions:

Totaal:

  • De 50 qua belegd vermogen grootste Nederlandse pensioenfondsen

Benchmark:

  • Boekjaren 2020 en 2021:
    • 18 pensioenfondsen die qua omvang enigszins met Pensioenfonds Vervoer vergelijkbaar zijn
    • De samenstelling van de benchmark is identiek voor pensioenbeheer en vermogensbeheer

IBI:

Totaal:

  • Boekjaar 2021: 15 Nederlandse pensioenfondsen, waarvan 5 bedrijfstakpensioenfondsen en 10 ondernemingspensioenfondsen
  • Boekjaar 2020: 16 Nederlandse pensioenfondsen, waarvan 7 bedrijfstakpensioenfondsen, 2 beroepspensioenfondsen en 7 ondernemingspensioenfondsen

Benchmark:

  • Pensioenbeheer:
    • Boekjaar 2021: 5 bedrijfstakpensioenfondsen met meer dan 15.000 deelnemers (gemiddeld circa 140.000 deelnemers)
    • Boekjaar 2020: 7 bedrijfstakpensioenfondsen met meer dan 50.000 deelnemers (gemiddeld circa 200.000 deelnemers)
  • Vermogensbeheer:
    • Boekjaar 2021: 8 pensioenfondsen met meer dan € 5 miljard aan belegd vermogen en gemiddeld circa € 25 miljard aan belegd vermogen
    • Boekjaar 2020: 9 pensioenfondsen met meer dan € 5 miljard aan belegd vermogen en gemiddeld circa € 20 miljard aan belegd vermogen

Benchmarking pensioenbeheerkosten

Pensioenbeheer uitvoeringskosten per deelnemer in euro’s

  2021 2020
Pensioenfonds Vervoer 76 75
First Pensions Peergroep 192 205
First Pensions gemiddelde Top 50 205 205
IBI Peergroep 224 175
IBI Universum 350 293

De pensioenuitvoeringskosten van Pensioenfonds Vervoer zijn in 2021 (opnieuw) aanzienlijk lager geweest dan het gemiddelde van de First Pensions Top 50, het IBI Universum en van de beide peer groepen.

Bij het vergelijken van de uitkomsten van pensioenfondsen is het belangrijk om essentiële verschillen in acht te nemen tussen bijvoorbeeld het aantal en de complexiteit van de regelingen die een pensioenfonds uitvoert, de samenstelling van de deelnemers en het geboden serviceniveau. IBI heeft daartoe een aantal benchmarks ontwikkeld. De belangrijkste daarvan ten aanzien van het pensioenbeheer treft u hieronder aan.

Jaar: 2021 (2020) PF Vervoer Peergroep Universum
IBI Complexiteits Index 171 (156) 114 (126) 100 (100)
IBI Automatiserings Index 137 (114) 143 (109) 100 (100)
IBI Slapers Index 138 (132) 85 (120) 100 (100)
IBI Overdrachten Index 78 (200) 101 (109) 100 (100)
IBI Service Index 113 (100) 114 (102) 100 (100)
IBI Transparantie Index 105 (105) 103 (103) 100 (100)

Toelichtingen:

De samenstelling van de aan de IBI benchmarking deelnemende pensioenfondsen wijkt in 2021 af ten opzichte van 2020. Dat kan van invloed zijn bij een meerjaren-vergelijking.

IBI Complexiteits Index

De IBI Complexiteits Index geeft weer hoe de mate van complexiteit van de pensioenregelingen zich verhouden tot die van het IBI universum en van de peergroep. De complexiteit wordt onder meer bepaald door het aantal en de diversiteit van de regelingen. Naarmate de regelingen complexer zijn mogen de kosten ook toenemen.

De complexiteit bij Pensioenfonds Vervoer is door IBI als relatief groot gekwalificeerd, zodat het des te fraaier is dat de relatieve pensioenuitvoeringskosten bij Pensioenfonds Vervoer laag zijn.

IBI Automatiserings Index

Op basis van door de pensioenuitvoerders aangeleverde informatie heeft IBI zich een oordeel gevormd over de mate waarin de verwerking van de gegevensmutaties is geautomatiseerd en de wijze waarop communicatie met de deelnemers van het fonds plaatsvindt. De IBI Automatiserings Index geeft de mate van automatisering van processen weer ten opzichte van de peergroep en het universum. Gelet op de bovengenoemde relatieve complexiteit van Pensioenfonds Vervoer ligt de automatiseringsindex op een keurig niveau.

IBI Slapers Index

De IBI Slapers Index geeft de verhouding van het aantal gewezen deelnemers weer ten opzichte van de peergroep en het universum.

Pensioenfonds Vervoer heeft een relatief grote groep gewezen deelnemers. Deze groep heeft doorgaans relatief weinig invloed op de kostenontwikkeling. Om die reden worden de gewezen deelnemers niet meegenomen in de kosten per deelnemer.

De IBI Overdracht index

De kosten van pensioenbeheer worden beïnvloed door de waardeoverdrachten die gedurende het jaar plaatsvinden. Het al dan niet kunnen overdragen van de waardeoverdrachten is mede afhankelijk van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Daarnaast kunnen collectieve waardeoverdrachten het beeld van jaar tot jaar sterk doen veranderen.

IBI Service Index

IBI heeft de pensioenuitvoerders vragen gesteld om zich een beeld te kunnen vormen van het serviceniveau van de pensioenadministratie. De IBI Service Index geeft weer hoe het niveau van de service van Pensioenfonds Vervoer zich verhoudt tot dat van het IBI universum en van de peergroep.

De relatieve uitkomst van de IBI Service Index van Pensioenfonds Vervoer is bovengemiddeld goed.

IBI Transparantie Index

Door pensioenfondsen worden veelal niet alle kosten overeenkomstig de definities van de Pensioenfederatie aangemerkt als pensioenbeheerkosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor huisvesting, ICT maar ook kosten van de bestuursleden. Om deze vergelijkingsongelijkheid te compenseren, berekent IBI de transparantie van de gerapporteerde kosten van de individuele pensioenfondsen.

Hoe groter de inzichtelijkheid van de gerapporteerde kosten per kostenelement, hoe hoger men scoort op de IBI Transparantie Index. Het niet of onvolledig rapporteren van kosten leidt tot een vermindering van de transparantie en daarmee tot een lagere score op de IBI Transparantie Index.

Benchmarking vermogensbeheerkosten (exclusief transactiekosten)

Vermogensbeheerkosten als percentage van het gemiddeld belegd vermogen

  2021 2020
Pensioenfonds Vervoer 0,26 0,27
First Pensions Peergroep 0,43 0,38
First Pensions gemiddelde Top 50 0,49 0,41
IBI Peergroep 0,56 0,31
IBI Universum 0,48 0,34

De hier gepresenteerde vermogensbeheerkosten zijn exclusief de transactiekosten.

De vermogensbeheerkosten (ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen) zijn voor Pensioenfonds Vervoer in 2021 (opnieuw) duidelijk lager geweest, zowel ten opzichte van het door First Pensions en door IBI gebruikte ‘universum’ als ten opzichte van de gebruikte peer groepen.

De vermogensbeheerkosten worden ook afgezet tegen de gerealiseerde langere termijn rendementen en risico’s. De uitkomsten over de afgelopen vijf jaar (2017-2021) zoals gemeten door First Pensions zijn samengevat als volgt. 

Gemiddelde jaarlijkse (relatieve) rendementen over de periode 2016-2020

  Beleggings- rendement Verplichtingen rendement Relatief rendement Duratie Verplichtingen (2021)
Pensioenfonds Vervoer 7,9% 5,8% 2,1% 24
Gemiddelde top 50 7,1% 4,7% 2,4% 21
Peer groep 7,2% 4,7% 2,6% 20,8
         
Minimum top 50 5,1% 2,8% -0,8% 15,4
Maximum top 50 10,2% 7,0% 4,8% 27,7

Performance ratio over de periode 2016-2020

berekend als: relatief rendement / (VEV / 1,96)
  Relatief rendement Risico (VEV) Performance ratio
Pensioenfonds Vervoer 2,1% 16,7% 24,6%
Gemiddelde top 50 2,4% 19,0% 24,5%
Peer groep 2,6% 19,5% 27,6%

De volgende conclusies kunnen worden getrokken:

  • Het relatieve rendement (beleggingsrendement minus benodigd rendement op de verplichtingen) van Pensioenfonds Vervoer is over de periode 2017-2021 gelijk aan +2,1% per jaar. Over de afgelopen vijf jaar heeft het Fonds een hoger beleggingsrendement behaald dan benodigd en daarmee vanuit de beleggingen waarde toegevoegd ten opzichte van de verplichtingen. Het Fonds loopt daarbij wel iets achter op het gemiddelde van de 50 pensioenfondsen. Het gemiddelde relatieve rendement van de 50 grootste pensioenfondsen was namelijk gelijk aan 2,4% per jaar. Voor de peer groep was het gemiddelde relatieve rendement zelfs nog wat hoger met gemiddeld +2,6%.
  • Pensioenfonds Vervoer heeft een lager vereist eigen vermogen (VEV) dan het gemiddelde van zowel de top 50 als de peer groep. Er wordt daarmee minder risico ingezet dan veel andere pensioenfondsen. Wanneer specifiek wordt gekeken naar de S-factoren valt op dat Pensioenfonds Vervoer een lagere S2 (aandelen- en vastgoedrisico) heeft dan het gemiddelde uit de top 50 en de peer groep. Daarnaast heeft Pensioenfonds Vervoer een lager overig risico (S10) door een lagere allocatie naar actief beheerde mandaten. Ook het kredietrisico (S5) ligt lager wegens een hoog aantal beleggingen in staatsobligaties. Het valutarisico (S3) en het verzekeringstechnisch risico (S6) zijn nagenoeg gelijk aan het gemiddelde van de top 50 en van de peer groep. Ten slotte was het renterisico (S1) in 2021 licht hoger dan het gemiddelde van de top 50. Dit ondanks een hoger dan gemiddelde renteafdekking bij Pensioenfonds Vervoer. Dit komt met name door de berekeningsmethodiek van S1 die ervoor zorgt dat de impact van de mate van renteafdekking op de hoogte van S1 sterk is geminimaliseerd. De schok voor het bepalen van een rentedaling is namelijk een relatieve schok vanuit de huidige rentestand welke door de gedaalde rentes fors kleiner is geworden, waarbij voor sommige looptijden zelfs negatieve rentes gelden. Binnen de berekeningen wordt door pensioenfondsen anders omgegaan met de schok vanuit de negatieve rentes. Het fonds past hier de meest prudente methode voor toe, wat daarmee ook een iets zwaardere schok voor het renterisico geeft.
  • Door het lagere risico, is de relatieve performance ratio (= relatief rendement gecorrigeerd voor het risico ten opzichte van de verplichtingen) over de afgelopen vijf jaar voor Pensioenfonds Vervoer net hoger dan het gemiddelde van de top 50. Ten opzichte van de peer groep is de relatieve performance ratio van Pensioenfonds Vervoer daarentegen lager, door het nog net wat hogere relatieve rendement voor het gemiddelde van de peer groep. Gecorrigeerd voor het risico heeft het pensioenfonds daarmee over de 5-jaars periode een beter rendement gerealiseerd dan het gemiddelde van de top 50. Wanneer gekeken wordt naar de prestaties over alleen 2021 dan heeft Pensioenfonds Vervoer een lager dan gemiddelde performance ratio behaald ten opzichte van zowel het gemiddelde van de top 50 als het gemiddelde van de peer groep. Pensioenfonds Vervoer behaalde ook in 2021 een relatief rendement dat onder het gemiddelde lag.
  • De renteafdekking van Pensioenfonds Vervoer is hoger dan gemiddeld. De renteafdekking was eind 2021 op marktwaarde basis feitelijk 57%, terwijl dit voor de top 50 gemiddeld op 50% lag. Mede door de hogere renteafdekking, behaalde Pensioenfonds Vervoer in 2021 een lager dan gemiddeld relatief rendement (in 2021 was er sprake van een gemiddelde rentestijging). Voor 2021 was het relatief rendement bij Pensioenfonds Vervoer 8,4% versus een gemiddelde voor de top 50 van 13,3% en een gemiddelde voor de peer groep van 13,0%. Over de afgelopen vijf jaar lag het relatieve rendement van Pensioenfonds Vervoer ook lager dan het gemiddelde van de top 50 (2,1% versus gemiddeld 2,4%).

Wat bij de benchmarking van de pensioenbeheerkosten is opgemerkt geldt uiteraard ook voor de benchmarking van vermogensbeheerkosten: bij het vergelijken van de uitkomsten van pensioenfondsen is het belangrijk om essentiële verschillen in acht te nemen. Voor het vermogensbeheer gaat het dan om verschillen in het beleggingsbeleid en de wijze waarop de uitvoering van het beleid is georganiseerd. Ook hiervoor heeft IBI een aantal indices gemaakt die hieronder de revue passeren.

IBI Asset Allocatie Index

Deze index geeft weer hoe de mate van spreiding van de beleggingsportefeuille zich verhoudt tot dat van het IBI universum en de peergroep. De gemiddelde spreiding van het gehele universum is 100. Een IBI Asset Allocatie Index hoger dan 100 betekent dat de portefeuille meer gespreid is en daarmee het risico beoogt te verminderen. 

  2021 2020 2019 2018 2017
IBI allocatie index PF Vervoer 65 61 72 64 76
IBI allocatie index peergroep 129 106 117 108 104
IBI allocatie index universum 100 100 100 100 100

Dat Pensioenfonds Vervoer een allocatie index heeft die duidelijk onder de 100 (het universum) ligt komt doordat het pensioenfonds relatief weinig investeert in alternatieve / illiquide beleggingen. Dat zou zich moeten vertalen in relatief lagere kosten, want alternatieve beleggingen zijn doorgaans relatief duur. Pensioenfonds Vervoer geeft inderdaad relatief minder geld uit aan vaste managementfees. Dit ondanks dat de vaste managementfees in enkele gevallen iets hoger kunnen uitvallen, doordat het pensioenfonds in beginsel geen performance gerelateerde fees betaalt.

IBI Alpha Index

Deze index geeft weer hoe het percentage actief beheerd vermogen zich verhoudt ten opzichte van het universum en de peer groep. Ook hierbij geldt dat het gehele universum 100 is.

  2021 2020 2019 2018 2017
IBI alpha index PF Vervoer 105 115 106 97 92
IBI alpha index peergroep 116 91 108 106 93
IBI alpha index universum 100 100 100 100 100

Hoe hoger de index, hoe actiever het beheer. Een hoge alpha index rechtvaardigt een hoger kostenniveau bij Pensioenfonds Vervoer. Volgens IBI is in boekjaar 2021 het actief beheerde vermogen van Pensioenfonds Vervoer 66% (2020: idem) geweest, tegenover 73% (2020: 52%) van de peergroep en 63% (2020: 57%) van het universum.

IBI Implementatie-Index

Deze index geeft het percentage aan van de portefeuille dat indirect is belegd. Door de directe beleggingen te scheiden van de indirecte beleggingen wordt duidelijk in hoeverre sprake is van extra “lagen” die noodzakelijk zijn voor het kunnen beleggen in de desbetreffende activaklasse.

  2021 2020 2019 2018 2017
IBI implementatie index PF Vervoer 17 30 12 13 15
IBI implementatie index peergroep 37 75 54 85 99
IBI implementatie index universum 100 100 100 100 100

De zeer lage implementatie index geeft aan dat Pensioenfonds Vervoer nauwelijks indirecte beleggingen kent; in dat opzicht is onze beleggingsportefeuille dus zeer kostenefficiënt. Volgens de definities van IBI wordt in boekjaar 2021 9% (2020: 8%) van de beleggingsportefeuille indirect gemanaged. Het gemiddelde van de peergroep is 19% (2020: 32%). Het gemiddelde van het universum bedraagt 51% (2020: 46%).

IBI Transparantie Index

De kosten van vermogensbeheer worden door de pensioenfondsen gerapporteerd. Door het ontbreken van geüniformeerde kostendefinities, is de attributie van kosten niet altijd even inzichtelijk. Er ontbreekt een gemeenschappelijke deler. Wel worden er vanwege toenemende aandacht voor kosten transparantie steeds meer kostenelementen toegevoegd door pensioenfondsen aan de totale gerapporteerde kosten. Hierdoor kan ongelijkheid ontstaan in de samenstelling van het kostencijfer zoals dat door de individuele pensioenfondsen wordt gerapporteerd. Om deze vergelijkingsongelijkheid te compenseren, berekent IBI de transparantie van de gerapporteerde kosten van de individuele fondsen. Hoe groter de inzichtelijkheid van de gerapporteerde kosten per kostenelement en beleggingscategorie, hoe hoger men scoort op de IBI Transparantie Index. 

  2021 2020 2019 2018 2017
IBI transparantie index PF Vervoer 106 104 103 100 100
IBI transparantie index peergroep 99 101 100 98 99
IBI transparantie index universum 100 100 100 98 98

Transactiekosten vermogensbeheer

De bovengenoemde cijfers over de kosten van het vermogensbeheer zijn exclusief de kosten van transacties. Een deel van die transactiekosten kan lastig precies zichtbaar worden gemaakt omdat deze kosten, met name bij de vastrentende waarden en financiële derivaten, versleuteld zitten in de transactiekoersen. In die gevallen hebben de vermogensbeheerders van Pensioenfonds Vervoer aangegeven wat de omzet en de daarmee gepaard gaande kosten zijn geweest. Voor zover de transactiekosten niet precies of aannemelijk bepaald konden worden, is gebruik gemaakt van een schattingsmethode, die in lijn ligt met de eerdergenoemde aanbevelingen van de Pensioenfederatie. 

De (deels geraamde) transactiekosten komen over 2022 uit op 0,15% (2021: 0,09%) van het gemiddeld belegd vermogen. Het aangegeven percentage heeft niet alleen betrekking op de zichtbare kosten, maar ook op de kosten die een niet zichtbaar deel uitmaken van transactiekoersen. Ook zijn inbegrepen de zichtbare en niet zichtbare transactiekosten die voortvloeien uit transities, voortvloeiend uit het gefaseerd omzetten van de portefeuille op grond van het door het bestuur bepaalde beleggingsbeleid, het switchen van vermogensbeheerder indien de uitvoering van het beleid daartoe aanleiding geeft, en het stroomlijnen van de rekeningenstructuur met betrekking tot de diverse beleggingen. Daarnaast zijn in het transactiekostenpercentage de kosten inbegrepen van zogenaamde ‘restrikes’. Dit betreft het veranderen van derivatenposities die worden aangehouden voor het afdekken van het renterisico, om binnen vooraf afgesproken bandbreedtes te blijven.

De transactiekosten zijn in 2022 hoger uitgevallen dan in 2021 vanwege mutaties in de winkelportefeuille, aanpassingen vanuit het uitsluitingenbeleid en wisselingen van vermogensbeheerders.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vermogensbeheerkosten (exclusief transactiekosten) en de transactiekosten over 2022 per beleggingscategorie. Deze zijn uitgedrukt in de gemiddelde vermogensallocatie over 2022.

Kosten 2022 per beleggingscategorie

  Gemiddelde allocatie x € 1 miljoen Gemiddelde allocatie in % Kosten in € 1 miljoen Kosten in % van gem. allocatie Transactie-kosten in € 1 miljoen Transactie-kosten in % van gem. alloc in %
Aandelen 11.421 35,2 36,6 0,3 13,8 0,1
Vastrentende beleggingen 11.647 36,0 40,6 0,4 25,5 0,2
Vastgoed 1.546 4,8 9,1 0,6 3,0 0,2
Totaal exclusief afdekking 24.614 76,0 86,3 0,4 42,3 0,2
Valuta afdekking -24 0,1 0,6 2,5 0,4 1,8
Rente afdekking 7.797 24,1 3,8 0,1 6,4 0,1
Totaal portefeuille 32.387 100,0 90,7 0,3 49,1 0,2

In het kader van de SRD2 wetgeving 2022 merken we op dat de omloopsnelheid en de daarbij behorende transactiekosten van de aandelenportefeuilles in lijn liggen met de lange termijn doelstelling van het pensioenfonds.