Spring naar inhoud

Governance

Governance

Code pensioenfondsen

Pensioenfonds Vervoer onderschrijft het belang van goed pensioenfondsbestuur. Sinds het verschijnen van de Code Pensioenfondsen (‘de Code’) op 1 januari 2014 streeft het fonds ernaar om de daarin opgenomen normen toe te passen. De naleving van de Code (die herzien is in 2018) vormt voor Pensioenfonds Vervoer een continu proces. Minimaal één keer per jaar, aan het einde of na afloop van elk kalenderjaar, bespreekt elk fondsorgaan de status van de naleving van de Code.

Met dit jaarverslag leggen we verantwoording af over de naleving van de Code. Waar het fonds afwijkt van de Code Pensioenfondsen leggen we dat volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit’-principe expliciet uit in dit hoofdstuk. 

Per 1 januari 2023 week Pensioenfonds Vervoer op twee onderdelen af van de Code:

  1. ten aanzien van diversiteit binnen het verantwoordingsorgaan (leeftijd en geslacht) en het bestuur (leeftijd)(norm 33).
  2. ten aanzien van het overgangsregime voor de maximale zittingstermijnen van één bestuurder (norm 34).

Dit lichten we verderop in dit hoofdstuk toe.

Daarnaast hebben de Monitoringcommissie en de Pensioenfederatie enkele normen uit de Code Pensioenfondsen aangewezen waarover pensioenfondsen in elk geval over de naleving moeten rapporteren. In deze paragraaf gaan we ook nader op deze rapportagenormen in.

Verantwoording afleggen

Het bestuur weegt bij de beleidskeuzes steeds de verschillende belangen af van de groepen die bij Pensioenfonds Vervoer betrokken zijn. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn, gerelateerd aan het overeengekomen ambitieniveau. Het bestuur is transparant over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten daarvan en de beleidskeuzes voor de toekomst. Het bestuur legt hierover verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan en in het jaarverslag. Ook geeft het fonds inzicht in de genoemde risico’s in dit jaarverslag. Daarnaast communiceert het bestuur over deze onderwerpen met sociale partners en andere belanghebbenden.

Interne gedragscode

Pensioenfonds Vervoer beschikt over een interne gedragscode. Het bestuur heeft daarin de gewenste cultuur vastgelegd. Alle verbonden personen dienen deze gedragscode te ondertekenen. Daarmee verklaren zij dat ze integer handelen.

De gedragscode bevat onder meer regels over het omgaan met vertrouwelijke gegevens, het omgaan met relatiegeschenken en nevenfuncties en het omgaan met financiële belangen in zakelijke relaties van het fonds. Verbonden personen vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling met een partij waarmee het fonds een band heeft, op welke manier dan ook.

De compliance officer van het fonds toetst jaarlijks de naleving van de gedragscode aan de hand van een door alle verbonden personen in te vullen vragenlijst (nalevingsverklaring). Het bestuur bespreekt de rapportage over de naleving van de gedragscode. In de gedragscode zijn ook sancties opgenomen voor de niet naleving. De statuten bevatten ook adequate maatregelen die het bestuur kan treffen wanneer mogelijk sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling.

Sinds 2020 geldt een nieuwe geactualiseerde versie van de Gedragscode. De hierbij behorende restricted list (van bedrijven in wiens aandelen of andere financiële instrumenten niet gehandeld mag worden) is sinds 2020 jaarlijks geactualiseerd. 

Evaluatie functioneren van de fondsorganen

Bestuur

Het eigen functioneren is voor het bestuur van Pensioenfonds Vervoer een belangrijk aandachtspunt. Een reflectie op het functioneren van het bestuur als geheel en van de individuele bestuursleden is een belangrijk middel om de bestuurlijke effectiviteit te vergroten. Jaarlijks vindt een zelfevaluatie plaats, waarbij zowel het functioneren van het bestuur als geheel (collectieve zelfevaluatie) als dat van de individuele bestuursleden (individuele zelfevaluatie) wordt geëvalueerd. De collectieve zelfevaluatie wordt minimaal eens in de twee jaar begeleid door een externe partij.

De collectieve zelfevaluatie van het bestuur vond plaats in 5 april 2022, onder begeleiding van een onafhankelijke externe moderator. Het bestuur deelde de conclusie van de collectieve zelfevaluaties met de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan.

In december 2022 zijn de individuele gesprekken gestart ter voorbereiding op de collectieve zelfevaluatie die begin 2023 zal plaatsvinden. 

Raad van toezicht

In november 2022 evalueerde de raad van toezicht zelf het eigen functioneren, dit jaar zonder externe begeleider. Voorafgaand aan deze plenaire sessie vond een schriftelijke uitvraag van feedback plaats aan de voorzitters van het bestuur, het VO, de algemene directeur en de leden van de raad van toezicht zelf. De raad heeft het verslag van de collectieve zelfevaluatie en de conclusies daaruit gedeeld met het bestuur en het verantwoordingsorgaan. 

Verantwoordingsorgaan

Ook het verantwoordingsorgaan besteedt doorlopend aandacht aan het eigen functioneren. Het verantwoordingsorgaan heeft in 2022 invulling gegeven aan de collectieve zelfevaluatie door de individuele en collectieve opleidingsbehoefte in kaart te brengen onder begeleiding van SPO. Hierbij is de nadruk gelegd op de benodigde kennis voor de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Het VO heeft hiervoor een plan van aanpak opgesteld. Dit plan en het verslag van de bijeenkomst zijn gedeeld met het bestuur en de raad van toezicht.

Zorgvuldig benoemen en ontslaan

De procedures van benoeming en ontslag van leden van het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds Vervoer voldoen aan de normen uit de Code Pensioenfondsen en zijn opgenomen in de statuten. 

Diversiteit

Pensioenfonds Vervoer wijkt af van enkele onderdelen van de diversiteitsnorm 33 van de Code Pensioenfondsen.

Diversiteitsbeleid Pensioenfonds Vervoer

Pensioenfonds Vervoer heeft een diversiteitsbeleid, waarin is vastgelegd dat het bestuur voor diversiteit binnen de fondsorganen zorgt voor wat betreft geschiktheid, complementariteit, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit. Elk fondsorgaan bespreekt bij iedere zelfevaluatie en bij aanvang van elke termijn de eigen samenstelling voor wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit.

De werving en selectie van leden voor fondsorganen die én beneden de 40 jaar zijn, én kennis hebben van de aangesloten sectoren en affiniteit met pensioen(fonds)en is het streven van Pensioenfonds Vervoer. Dit is ook vastgelegd in het diversiteitsbeleid van het fonds.

Het diversiteitsbeleid van Pensioenfonds Vervoer wordt jaarlijks besproken. Zo nodig wordt het beleid aangepast. Het bestuur zorgt bij elke aankomende vacature tijdig voor een opvolgingsplan. In dit plan staat de gewenste samenstelling naar leeftijd en geslacht van het orgaan waarin de vacature zal ontstaan. Het diversiteitsbeleid beschrijft welke maatregelen in elk geval getroffen worden om bij de vacature behorende diversiteitswens te realiseren. Bij elke vacature bepaalt het bestuur concrete doelen die binnen haalbare termijnen bereikt kunnen worden, binnen de kaders van de statuten en reglementen van het fonds.

Omdat vrijwel alle de leden van het bestuur en VO worden benoemd op voordracht van de bij het fonds betrokken cao-partijen is de invloed van het fonds evenwel beperkt. Het fonds spreekt tijdig de diversiteitswens uit. Daarnaast zorgt het fonds ervoor dat vacatures zo vroeg mogelijk bij voordragende organisaties kenbaar zijn zodat meer tijd is een geschikte kandidaat (vanuit het perspectief van diversiteit) te werven. 

Minimaal één man en één vrouw in bestuur en VO

In het bestuur en in de raad van toezicht zitten minimaal één man en één vrouw. Sinds het vertrek van het vrouwelijk lid uit het verantwoordingsorgaan per 1 oktober 2021 is dit voor het VO niet meer het geval. Dat laatste is dan ook een afwijking van norm 33 van de Code Pensioenfondsen. 

Leden van boven én van onder de veertig jaar in bestuur en VO

In het verantwoordingsorgaan zijn alle leden boven de veertig jaar. Ook dit is een afwijking van norm 33 van de Code Pensioenfondsen.

In 2022 was sprake van een (inmiddels vervulde) vacature in het VO namens werknemers. Het VO en het bestuur hadden de voorkeur uitgesproken voor een (vrouwelijke) kandidaat, jonger dan 40 jaar, als opvolger. Het is de desbetreffende voordragende werknemersvereniging echter ondanks grote inspanningen niet gelukt om voor deze vacature een (vrouwelijke) kandidaat te werven en selecteren die jonger is dan 40 jaar.

Het bestuur acht dit evenwel acceptabel en laat daarbij het belang van kennis van de sector en affiniteit met pensioen(fonds)en zwaarder wegen dan de leeftijdsnorm en geslacht. Pensioenfonds Vervoer meent dat verschil in persoonlijkheden en bestuursstijl, evenals kennis van de aangesloten sectoren ook in grote mate bijdragen aan het bereiken van het achterliggende doel van diversiteit, namelijk kwaliteit van besluitvorming en vergroten van draagvlak. Tot slot kan nog worden opgemerkt dat het aantal vrouwelijke werknemers in de sector aanmerkelijk kleiner is dan het aantal mannelijke werknemers.

Bij een volgende vacature in het VO zal het bestuur de desbetreffende voordragende instantie verzoeken te trachten een vrouwelijke kandidaat, jonger dan 40 jaar te werven en selecteren.

Leden van boven én van onder de veertig jaar in het bestuur

Sinds 21 december 2021 (toen het jongste bestuurslid 40 jaar werd) was er geen bestuurslid meer beneden de 40 jaar. Met de onvoorwaardelijke benoeming van mevrouw J. van Leeuwen als lid van het bestuur wordt sinds 1 februari 2023 echter wel weer aan deze codenorm voldaan.

Bestuurstermijnen

Vóór 17 december 2015 hanteerde Pensioenfonds Vervoer geen maximale zittingstermijnen voor bestuursleden. Vanaf deze datum wel. In navolging van de Code Pensioenfondsen heeft het bestuur besloten om met ingang van 17 december 2015 de zittingsduur van een bestuurslid te beperken tot vier jaar, waarna maximaal twee keer een herbenoeming kan plaatsvinden. In totaal dus maximaal drie termijnen van vier jaar.

Het bestuur heeft hierbij een overgangsregime afgesproken, dat in 2021 ook in de statuten is vastgelegd. Voor de bestuurders die vóór 17 december 2015 al zitting hadden in het bestuur, is de regel van maximaal twee herbenoemingen met ingang van de genoemde datum ingegaan. Dat betekent dat deze bestuursleden na 17 december 2015 nog maximaal tweemaal kunnen worden herbenoemd (ieder op de eigen datum van herbenoeming) voor een termijn van vier jaar.

Met dit overgangsregime wordt op 1 januari 2023 nog voor één van de tien zittende bestuursleden de maximale zittingsduur die de Code in norm 34 stelt, overschreden. Op 31 december 2022 betrof het nog twee bestuursleden, maar op deze datum trad een van deze twee bestuursleden af.

Op basis van het rooster van aan- en aftreden van het bestuur zal Pensioenfonds Vervoer per eind 2023 aan deze Codenorm gaan voldoen.

Het bestuur heeft in de afgelopen jaren veel draagvlak in en kennis verworven van de sectoren die het Pensioenfonds Vervoer bedient. Het bestuur vindt het belangrijk om dit draagvlak en deze kennis en ervaring zo goed mogelijk te borgen. Het bestuur laat daarbij het belang van borgen van draagvlak, kennis en ervaring zwaarder wegen dan de Codenorm 34. Gelet op de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel geldt dit des te meer, aangezien de komende jaren sociale partners samen met het fonds zich moeten voorbereiden op het nieuwe pensioenstelsel. Voor dit omvangrijke en complexe project is een goede samenwerking van het bestuur met sociale partners onontbeerlijk.

Binnen het bestuur is sprake van een goede spreiding van de verschillende zittingstermijnen. Daarmee is ook in de toekomst de continuïteit van een goed bestuur geborgd. Het bestuur beschikt over een continuïteitsplan voor het bestuur om tijdig te kunnen anticiperen op de opvolgingen in het bestuur.

Pensioenfonds Vervoer meent dat het achterliggende doel van de maximale zittingstermijnen, namelijk kwaliteit van besluitvorming, met de getroffen maatregelen (onder meer het continuïteitsplan) afdoende is geborgd. 

Raad van toezicht en de Code Pensioenfondsen

De raad van toezicht van Pensioenfonds Vervoer betrekt de normen van de Code Pensioenfondsen bij de uitoefening van zijn taak. Dit is ook vastgelegd in het reglement van de raad van toezicht. De raad van toezicht rapporteert jaarlijks aan de hand van de acht thema’s van de Code, op welke wijze de Code binnen het pensioenfonds wordt nageleefd en toegepast. Het bestuur en de raad van toezicht bespreken jaarlijks de statusrapportage van de naleving van de Code Pensioenfondsen. 

Missie, visie en strategie

Voor de beschrijving van de huidige missie, visie en strategie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Profiel’ in dit bestuursverslag.

Verantwoord beleggen

Pensioenfonds Vervoer heeft een beleid voor verantwoord beleggen met de bijbehorende implementatierichtlijnen. In het hoofdstuk 11 ‘beleggingen’ van het jaarverslag is beschreven op welke wijze Pensioenfonds Vervoer verantwoord belegt. De ‘Verklaring inzake Beleggingsbeginselen’ is te raadplegen op de website van het fonds.

Klachtenprocedure

Pensioenfonds Vervoer beschikt over voor een adequate klachten- en geschillenprocedure die eenvoudig toegankelijk is. Voor de beschrijving van de klachtenprocedure en de wijze van afhandeling van de klachten in 2022 verwijzen wij naar de paragraaf ‘Klachtencommissie’ in het hoofdstuk 5 ‘Bestuursstructuur’ van dit bestuursverslag. 

Naleving wet- en regelgeving

Pensioenfonds Vervoer heeft ook in 2022 onverminderd aandacht besteed aan het onderwerp ‘compliance’, ofwel het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit is een continu proces.

In de hoofdstukken 8 tot en met 12 van dit bestuursverslag vindt u informatie over de wijze waarop Pensioenfonds Vervoer invulling geeft aan de wet- en regelgeving op het gebied van pensioenbeheer, beleggingen, risicomanagement en communicatie.

In 2022 zijn aan Pensioenfonds Vervoer geen dwangsommen of boetes opgelegd. De toezichthouders De Nederlandsche Bank nv (‘DNB’) en/of de Stichting Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) hebben geen aanwijzingen aan het fonds gegeven en hebben geen bewindvoerder aangesteld of de bevoegdheidsuitoefening van fondsorganen gebonden aan toestemming van de toezichthouder.

In maart 2023 is van AFM een brief ontvangen waarin AFM een informele maatregel (normoverdracht) oplegt in verband met een vermeende onvolledige onderbouwing van het besluit om op 1 juli 2022 een toeslagverlening toe te kennen. Het zou om een overtreding gaan van artikel 15c lid 6 Bftk. Dit betreft niet de toeslagverlening zelf, maar de wijze van communicatie daarover. Gebleken is dat de AFM een soortgelijke brief naar meerdere pensioenfondsen heeft gestuurd. Pensioenfonds Vervoer heeft AFM uitgenodigd voor een gesprek over de brief, omdat we van mening zijn geen overtreding van wet- of regelgeving te hebben begaan.