Spring naar inhoud

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: het bestuur van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg

Verklaring over de jaarrekening 2022

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg (‘de stichting’)een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting op 31 december 2022 en van het resultaat over 2022 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (‘BW’).

Wat we hebben gecontroleerd

Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2022 van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg te Amsterdam gecontroleerd.

De jaarrekening bestaat uit:

  • de balans per 31 december 2022;
  • de staat van baten en lasten over 2022; en
  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Onafhankelijkheid

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Onze controleaanpak

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot de kernpunten, fraude en continuïteit, en de aangelegenheden daaruit, bepaald in de context van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. De informatie ter ondersteuning van ons oordeel, zoals onze bevindingen en observaties ten aanzien van individuele kernpunten, de controleaanpak frauderisico’s en de controleaanpak continuïteit, moet in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Samenvatting en context

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg is een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds dat de pensioenregelingen uitvoert voor werknemers in de sectoren beroepsgoederen-, besloten bus- en taxivervoer, het binnenbeurtvaartbedrijf, het kraanverhuurbedrijf en de op vrijwillige basis aangesloten werknemers van Orsima. De stichting opereert in een sterk gereguleerde omgeving. Vanuit de Pensioenwet worden met name zaken voorgeschreven met betrekking tot governance, fondsdocumenten, toeslagbeleid en verantwoording. Wij hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de gebieden die gerelateerd zijn aan de specifieke bedrijfsactiviteiten van de stichting.

Als onderdeel van het ontwerpen van onze controleaanpak hebben wij de materialiteit bepaald en het risico van materiële afwijkingen in de jaarrekening geïdentificeerd en ingeschat. Wij besteden bijzondere aandacht aan die gebieden waar het bestuur belangrijke schattingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij significante schattingen waarbij veronderstellingen over toekomstige gebeurtenissen worden gemaakt die inherent onzeker zijn. In hoofdstuk 22.2.2 ‘Grondslagen voor waardering van activa en passiva’ van de jaarrekening, onder de toelichting op de beleggingen en de toelichting op de technische voorzieningen, heeft de stichting de schattingsposten en de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheid uiteengezet. Vanwege de significante schattingsonzekerheid en het gerelateerde significante risico verbonden aan de fonds specifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen en het verhoogde risico in de waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen, hebben wij deze aangemerkt als kernpunten zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De kernpunten van onze controle’.De waardering van de beleggingen en de technische voorzieningen zijn bepalend voor de beleidsdekkingsgraad van de stichting. Wij hebben de toelichting op de financiële positie van de stichting, met een beleidsdekkingsgraad onder het vereist eigen vermogen, aangemerkt als kernpunt, vanwege het belang hiervan voor de deelnemers in relatie tot mogelijke korting dan wel mogelijke indexatie van de pensioenaanspraken.

Andere aandachtsgebieden in onze controle, die niet als kernpunten zijn aangemerkt, waren de volledigheid van de verantwoorde premies en de juistheid van de pensioenuitkeringen. Bij al onze controles besteden wij aandacht aan het risico van het doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door het bestuur, waaronder het evalueren van risico’s op mogelijke afwijkingen als gevolg van fraude op basis van een analyse van mogelijke belangen van het bestuur.

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg heeft de potentiële impact van klimaatverandering op haar financiële positie beoordeeld. In hoofdstuk 11 ‘Beleggingen’ van het bestuursverslag, onder subsectie ‘Verantwoord beleggen’, zijn de risico’s voortkomend uit de klimaatverandering nader toegelicht. Wij hebben de beoordeling door het bestuur van de aan klimaat gerelateerde risico’s besproken, en de potentiële impact op de financiële positie inclusief de onderliggende assumpties en schattingen geëvalueerd. De verwachte effecten van klimaatverandering leiden niet tot een kernpunt in onze controle.

Wij hebben ervoor gezorgd dat het controleteam over voldoende specialistische kennis en expertise beschikte die nodig was voor de controle van een pensioenfonds. Bij de uitvoering van de controle zijn specialisten op onder meer het gebied van waardering van financiële instrumenten en vastgoed betrokken.

De hoofdlijnen van onze controleaanpak waren als volgt:

Materialiteit

De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Het begrip ‘materieel’ wordt toegelicht in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij bepalen, op basis van ons professionele oordeel, kwantitatieve grenzen voor materialiteit waaronder de materialiteit voor de jaarrekening als geheel, zoals uiteengezet in onderstaande tabel. Deze grenzen, evenals de kwalitatieve overwegingen daarbij, helpen ons om de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden voor de individuele posten en toelichtingen in de jaarrekening te bepalen en om het effect van onderkende afwijkingen, zowel individueel als gezamenlijk, op de jaarrekening als geheel en op ons oordeel, te evalueren.

Materialiteit €129.000.000 (2021: €177.000.000).
Hoe is de materialiteit bepaald Wij bepalen de materialiteit op basis van ons professionele oordeel. Als basis voor deze oordeelsvorming gebruiken wij 0,5% (2021: 0,5%) van het totaal van de technische voorzieningen per 31 december 2022. Bij het bepalen van dit percentage is rekening gehouden met de financiële positie van de stichting, waarbij de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 onder het vereist eigen vermogen ligt. De afname van de materialiteit in absolute zin is het gevolg van het dalen van het totaal van de technische voorzieningen.
De overwegingen voor de gekozen benchmark Wij gebruiken het totaal van de technische voorzieningen als de primaire, in de sector algemeen toegepaste, benchmark, op basis van onze analyse van de gemeenschappelijke informatiebehoeften van gebruikers van de jaarrekening, voornamelijk het bestuur, de deelnemers en de toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis daarvan zijn wij van mening dat het totaal van de technische voorzieningen een weerspiegeling is van de omvang van het pensioenfonds en een belangrijke factor bij de bepaling van de dekkingsgraad van het fonds.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met het bestuur overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de €6.400.000 (2021: €8.850.000) aan hen rapporteren evenals kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

Controleaanpak frauderisico’s

Wij hebben risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude geïdentificeerd en ingeschat. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg en haar omgeving en de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van toezicht, toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan.

Wij verwijzen naar hoofdstuk 12 ‘Risicomanagement’ van het bestuursverslag, waarin het bestuur van de stichting aangeeft dat het iedere twee jaar een systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) uitvoert. Hierbij worden ook risico’s bij de pensioenuitvoeringsorganisatie en de vermogensbeheerder betrokken.

Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse, zoals opgenomen in de SIRA, geëvalueerd evenals bijvoorbeeld de gedragscode, de regeling vermoeden misstanden, het integraal risicomanagementbeleid en de incidentenprocedure.

Wij hebben om inlichtingen gevraagd bij de leden van het bestuur en het bestuursbureau of zij op de hoogte zijn van feitelijke, vermeende of vermoede fraude. Hieruit volgden geen signalen van feitelijke, vermeende of vermoede fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van frauderisico’s.

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:

Geïdentificeerde frauderisico’s Onze controlewerkzaamheden en observaties
Doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door het bestuur
 
Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het bestuur in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken.

Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur met betrekking tot:
de balans per 31 december 2022;
• journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt;
• schattingen;
• significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur.
Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing en de werking van de maatregelen getoetst in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten. Daarnaast hebben wij de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing en de werking van de maatregelen getoetst voor het maken van schattingen.

Daarnaast hebben wij inzicht verkregen in de ISAE 3402-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie, als partij die primair de financiële administratie van het pensioenfonds voert, en de hierin opgenomen interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van toegangsbeveiliging in het IT-systeem. Wij hebben de werkzaamheden die de accountant van de pensioenuitvoeringsorganisatie heeft verricht, geëvalueerd.

Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Wij hebben getoetst of de journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn aangebracht aanvaardbaar zijn. Wij zijn ook alert geweest op mogelijk significante transacties buiten de normale bedrijfsvoering van de stichting of die in een ander opzicht ongebruikelijk lijken in het licht van zowel ons inzicht in de stichting en de omgeving als andere tijdens de controle verkregen informatie.

Voor de werkzaamheden ten aanzien van de belangrijkste schattingen verwijzen wij naar de kernpunten van de controle ten aanzien van de waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen en de fonds specifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen. Wij hebben geen significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsvoering geïdentificeerd.

Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd. Ook hebben wij kennisgenomen van correspondentie met toezichthouders en zijn wij tijdens de controle alert gebleven op indicaties voor fraude. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die een aanwijzing vormt voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving. Indien daar sprake van was, hebben wij onze evaluatie van het risico van fraude en de gevolgen daarvan voor onze controlewerkzaamheden opnieuw geëvalueerd.

Controleaanpak continuïteit

Het bestuur heeft de jaarrekening opgemaakt uitgaande van de continuïteit van het geheel van de bedrijfsactiviteiten van de stichting voor de voorzienbare toekomst. Onze werkzaamheden om de continuïteitsbeoordeling van het bestuur te evalueren omvatten onder andere het verkrijgen van controle-informatie omtrent het continuïteitsrisico en de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling bij de vaststelling van bedragen en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen. Op basis van de verkregen controle-informatie hebben wij vastgesteld of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Daarnaast hebben wij de correspondentie met relevante toezichthoudende instanties geïnspecteerd.

Pensioenfondsen zijn op grond van de wetgeving gehouden om een adequate vermogensdekking, vereist eigen vermogen, aan te houden. Het vereist eigen vermogen wordt op basis van het financieel toetsingskader bepaald. Als de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds lager is dan het vereist eigen vermogen, moet een herstelplan worden opgesteld waaruit blijkt hoe het fonds het eigen vermogen op het vereiste niveau brengt. Als het fonds niet kan voldoen aan het herstel zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen. Daar waar nodig zullen de rechten van de (gewezen) deelnemers moeten worden aangepast zodat weer aan het vereist eigen vermogen wordt voldaan.

Zoals opgenomen in toelichting 22.3 (4) van de jaarrekening bevindt de stichting zich op balansdatum in een tekortsituatie. Op basis van het herstelplan is de verwachting van het bestuur dat de stichting over voldoende herstelpotentieel beschikt. Wij hebben kennisgenomen van het herstelplan, de correspondentie met De Nederlandsche Bank N.V. en de toelichting in de jaarrekening hierover. Voor een nadere uiteenzetting verwijzen wij naar het kernpunt ‘De toelichting op de financiële positie’.

Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens de controle van de jaarrekening. Wij hebben het bestuur op de hoogte gebracht van de kernpunten. De kernpunten vormen geen volledige weergave van alle risico’s en punten die wij tijdens onze controle hebben geïdentificeerd en hebben besproken. Wij hebben in deze paragraaf de kernpunten beschreven met daarbij een samenvatting van de op deze punten door ons uitgevoerde werkzaamheden.

Kernpunten Onze controlewerkzaamheden en observaties
Waardering van de niet-beursgenoteerde beleggingen  
Wij verwijzen naar toelichting 22.3 (1) in de jaarrekening
Het pensioenfonds belegt in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingen. Wij onderkennen een verhoogd risico waar het gaat om de waardering van beleggingen in niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen (indirect vastgoed) (€1.490 miljoen) en hypotheekfondsen (€1.989 miljoen, waarvan €1.303 miljoen in particuliere hypotheken).

Dit komt met name door de verhoogde schattingsonzekerheid aangezien de gebruikte inputs in de waarderingsmodellen niet in alle gevallen in de markt observeerbare informatie betreft. Het vastgoed wordt gewaardeerd op basis van externe taxaties door onroerendgoedtaxateurs van het vastgoed in de fondsen. Voor de reële waardeberekening van de hypotheken binnen de hypothekenfondsen wordt gebruikgemaakt van parameters en/of veronderstellingen met betrekking tot de verwachte kasstroom en de disconteringsvoet.

Door de hoge mate van schattingsonzekerheid is er een inherent hoger risico op fouten en fraude. Daarom hebben wij de waardering van niet-beursgenoteerde beleggingen in indirect vastgoed en hypotheekfondsen geïdentificeerd als kernpunt in onze controle.
Systeemgerichte werkzaamheden:
Wij hebben door middel van de ISAE 3402-rapportage van de vermogensbeheerder zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van beleggingen gewaardeerd op basis van niet in de markt waarneembare uitgangspunten. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. Derhalve hebben wij, in het kader van onze controle, gesteund op deze interne beheersingsmaatregelen.

Gegevensgerichte werkzaamheden:
Wij hebben vastgesteld dat het aantal units in vastgoed-en hypothekenfondsen dat de stichting houdt, aansluit met het gecontroleerde participatieregister en dat de reële waarde van de vastgoed- en hypotheekfondsen in de administratie van het pensioenfonds in materiële zin overeenkomt met de gecontroleerde waarde van de portfolio van de vastgoed- en hypotheekfondsen. Hierbij hebben wij de door een onafhankelijke accountant gecontroleerde net asset value per unit van deze niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen aangesloten met deze waarden in de overzichten van de integraalmanager. Daarnaast hebben wij vastgesteld dat het gebruikte verslaggevingskader overeenkomt met dat van de jaarrekening van de stichting.
De fonds specifieke elementen in de waardering van de technische voorzieningen  
Wij verwijzen naar toelichting 22.3 (5) in de jaarrekening
De actuariële waarderingsgrondslagen van de stichting bestaan voor een deel uit algemeen aanvaarde uitgangspunten, zoals de prognosetafel AG 2022 en de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Een ander deel van de grondslagen is fonds specifiek, en wordt door het bestuur vastgesteld op basis van fonds- specifiek onderzoek.

Zoals toegelicht in toelichting 22.2.1 van de jaarrekening is in 2022 sprake van schattingswijzigingen als gevolg van actualisering van de fonds specifieke grondslagen. Dit vindt eens per twee jaar plaats. De schattingswijzigingen zien toe op de herijking van de fonds specifieke ervaringssterfte en de opslag voor toekomstige uitvoerings- en excassokosten.

De gebruikte methoden om de fonds specifieke grondslagen van de technische voorzieningen te bepalen maken gebruik van veronderstellingen, waardoor de daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken, vertaald naar het actuariële resultaat op sterfte (kort- en langleven) en het actuariële resultaat op kosten.

Gezien de inherente onzekerheid van deze schattingen en de omvang van de schattingspost hebben wij dat als kernpunt van onze controle aangemerkt.
Systeemgerichte werkzaamheden:
Wij hebben door middel van de ISAE 3402-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de waardering van de technische voorziening. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.
Wij hebben, zoals ook verwoord in de sectie ‘reikwijdte van de controle’, gesteund op deze interne beheersingsmaatregelen.

Gegevensgerichte werkzaamheden:
Wij hebben de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
• evaluatie van de gehanteerde grondslagen voor waardering van activa en passiva aan de hand van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving; en
• evaluatie van de uitkomsten van de actuariële analyse over 2022 waaronder ook de fonds specifieke grondslagen, alsmede bespreking van deze analyse met het bestuur, het management van het bestuursbureau en de certificerend actuaris.

In het kader van onze verantwoordelijkheid als accountant van de stichting hebben wij de certificerend actuaris instructies gestuurd.

De certificerend actuaris heeft bij de technische voorziening aan de hand van de administratieve basisgegevens (‘pensioenaanspraken’) een actuariële verklaring afgegeven. De door de actuaris gehanteerde basisgegevens hebben wij aangesloten op de basisgegevens die bekend zijn uit ons eigen onderzoek inzake de basisgegevens.

Wij hebben kennisgenomen van het certificeringsrapport en de afgegeven actuariële verklaring, en die met de certificerend actuaris besproken. Hierbij is specifiek aandacht geschonken aan de fonds specifieke grondslagen. De certificerend actuaris heeft in zijn verklaring aangegeven dat de stichting voldoet aan de relevante artikelen van de Pensioenwet met uitzondering van zijn constatering dat het eigen vermogen op balansdatum lager is dan het wettelijk vereist eigen vermogen.

Wij hebben naar aanleiding van onze controle en de uitkomsten daarvan, deze schattingspost beoordeeld op aanwijzingen van tendenties die mogelijk een risico vormen op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude. Wij hebben dergelijke aanwijzingen niet geïdentificeerd.

Wij hebben kennisgenomen van de toelichtingen op de technische voorziening en deze getoetst aan de (toelichtings)vereisten uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

Bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden hebben wij geen materiële bevindingen geconstateerd en wij vinden de schatting en de toelichtingen daarop redelijk in de context van de jaarrekening.
De toelichting op de financiële positie  
Wij verwijzen naar toelichting 22.3 (4) in de jaarrekening
Zoals opgenomen in de jaarrekening is de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 111,1%. Ultimo 2022 is het vereist eigen vermogen (‘VEV’) 118,2% en is het minimaal vereist eigen vermogen (‘MVEV’) 104,4%. Omdat de beleidsdekkingsgraad (gemiddelde van de maanddekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden) van het fonds lager is dan het VEV, is sprake van een tekort.

De stichting heeft op 22 maart 2022 een herstelplan opgesteld en ingediend bij de toezichthouder DNB.
DNB heeft het herstelplan goedgekeurd. Volgens dit herstelplan verwacht de stichting binnen tien jaar aan het VEV te voldoen. Op basis hiervan heeft het bestuur geconcludeerd dat een korting van de pensioen-aanspraken niet nodig is.
Op 22 maart 2023 heeft de stichting een geactualiseerd herstelplan ingediend bij DNB. Ook volgens dit herstelplan verwacht de stichting binnen tien jaar aan het VEV te voldoen. DNB heeft nog niet gereageerd op het herstelplan 2023.

De hoogte van de beleidsdekkingsgraad wordt gezien als graadmeter voor de financiële soliditeit van het pensioenfonds.

Wij hebben de toelichting op de financiële positie van de stichting, met een beleidsdekkingsgraad onder het vereist eigen vermogen, aangemerkt als kernpunt, vanwege het belang hiervan voor de deelnemers in relatie tot mogelijke korting dan wel mogelijke indexatie van de pensioenaanspraken.
Systeemgerichte werkzaamheden:
Voor de controle van de beleidsdekkingsgraad hebben wij gebruikgemaakt van de beheersingsmaatregelen zoals ingericht bij het bestuursbureau van de stichting en de pensioenuitvoeringsorganisatie. Wij hebben door middel van de ISAE 3402-rapportage van de pensioenuitvoeringsorganisatie zekerheid verkregen omtrent de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen ten aanzien van de bepaling van de (beleids)dekkingsgraad, het VEV en het MVEV. De rapportage is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.

Wij hebben, in het kader van onze controle, zoals ook verwoord onder de sectie ‘Reikwijdte van de controle’, op deze interne beheersingsmaatregelen gesteund.

Tevens hebben wij voor een aantal maanden de input voor de berekening van de maanddekkingsgraad aangesloten met de opgave van de vermogensbeheerder en de actuariële berekening van de voorziening pensioenverplichtingen door de pensioenuitvoeringsorganisatie. Hiermee hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie verkregen omtrent de betrouwbaarheid van de berekening van de beleidsdekkingsgraad.

Gegevensgerichte werkzaamheden:
Wij hebben kennisgenomen van het door DNB goedgekeurde herstelplan 2022 en het door de stichting ingediende geactualiseerde herstelplan 2023. Wij zijn nagegaan of de belangrijkste elementen uit het herstelplan 2022 en 2023 in de jaarrekening en het bestuursverslag zijn toegelicht.

De certificerend actuaris heeft de berekening van de beleidsdekkingsgraad, het VEV en het MVEV gecontroleerd aan de hand van fonds specifieke karakteristieken en hieruit blijken geen materiële bevindingen.

Wij hebben de toelichtingen in de jaarrekening rondom het VEV, MVEV en de beleidsdekkingsgraad getoetst door aansluiting te maken met het certificeringsrapport van de certificerend actuaris en aan de (toelichtings)-vereisten uit de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving.

Wij hebben bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden geen materiële bevindingen geconstateerd.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Verklaring betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde vereisten

Onze benoeming

Wij zijn benoemd als externe accountant van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg volgend een besluit van het bestuur op 15 december 2016. Wij zijn nu voor een onafgebroken periode van vijf jaar accountant van de stichting.

Geen verboden diensten

Wij hebben, naar ons beste weten en overtuiging, geen verboden diensten geleverd, als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang.

Geleverde diensten

De diensten die wij, in aanvulling op de controle van de jaarrekening, hebben geleverd aan de stichting, in de periode waarop onze wettelijke controle betrekking heeft, zijn toegelicht in punt 22.6 (14) van de toelichting van de jaarrekening.

Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening

  • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW; en voor
  • een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de stichting in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring.

Amsterdam, 20 april 2023
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.

Origineel getekend door drs. H.C. van der Rijst RA

A. Bijlage bij onze controleverklaring over de jaarrekening 2022 van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg

In aanvulling op wat is vermeld in onze controleverklaring hebben wij in deze bijlage onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening nader uiteengezet en toegelicht wat een controle inhoudt.

B. De verantwoordelijkheden van de accountant voor de controle van de jaarrekening

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
  • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting.
  • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
  • Het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.
  • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het bestuur op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. 

De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.

Wij bevestigen aan het bestuur dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen die zijn getroffen om de geïdentificeerde bedreigingen weg te nemen en onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening vanuit alle zaken die wij met het bestuur hebben besproken. Wij beschrijven deze zaken in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang is van het maatschappelijk verkeer.