Spring naar inhoud

Uitvoeringskosten

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten bestaan uit kosten van pensioenbeheer en kosten van vermogensbeheer. De kosten van pensioenbeheer (PB) bestaan vooral uit de kosten van de werkzaamheden van TKP aan wie de uitvoering van de regeling is uitbesteed, de inhuur van pensioenbeheer gerelateerde externe adviseurs en een pro rata deel van de kosten van bestuursgremia, het bestuursbureau en de kosten van het toezicht.
De kosten van vermogensbeheer (VB) bestaan met name uit de kosten van de integraal vermogensbeheerder, de vermogensbeheerders die uitvoering geven aan de beleggingsmandaten, de kosten van beleggingsfondsen, de kosten van de depotbank (custodian), de inhuur van vermogensbeheer gerelateerde externe adviseurs en een pro rata deel van de kosten van bestuursgremia, het bestuursbureau en de kosten van toezicht.

De toerekening van kosten vindt als volgt plaats:

  • De evident op PB betrekking hebbende kosten worden 100% aan PB toegerekend.
  • De evident op VB betrekking hebbende kosten worden 100% aan VB toegerekend.
  • De overige indirecte kosten worden aan PB en VB toe te rekenen op basis van kostenverdeelsleutels.

Onderstaande tabel geeft inzicht in de wijze waarop de kostenverdeling plaatsvindt.

  % PB % VB
Direct toewijsbaar aan pensioenbeheer 100 0
Direct toewijsbaar aan vermogensbeheer 0 100
Bestuursgremia 50 50
Bestuursbureau: algemeen directeur 50 50
Bestuursbureau: (fonds)secretariaat 50 50
Bestuursbureau: afdeling Risicomanagement 50 50
Bestuursbureau: afdeling Technology & Security 50 50
Bestuursbureau: afdeling Finance & Control 33,33 66,67
DNB, AFM en andere externe toezichthouders 50 50
Pensioenfederatie en andere niet direct aan PB of VB toewijsbare belangenorganen en adviseurs 50 50
Onafhankelijke accountant, IORP II Interne Auditor en Vervuller 50 50
Certificerend actuaris en IORP II Actuarieel sleutelhouder 75 25
Adviserend actuaris 75 25

Presentatie van de kosten

Bij de presentatie van de kosten is verder aansluiting gezocht bij de richtlijnen zoals beschreven in de Pensioenwet, waarbij de kosten als volgt worden vermeld:

  • Administratieve uitvoeringskosten, opgenomen als totaalbedrag en als bedrag per actieve deelnemer of uitkeringsgerechtigde;
  • Kosten van vermogensbeheer als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen;
  • Transactiekosten als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen.

Kosten pensioenbeheer en vermogensbeheer (exclusief transactiekosten)

  Pensioen-uitvoering Pensioen-uitvoering Vermogens-beheer Vermogens-beheer
  2024 2023 2024 2023
Kosten volgens aanbevelingen Pensioenfederatie x € 1 miljoen 26 22 102 90
Som aantal actieve deelnemers en uitkeringsgerechtigden 313.849 300.676    
Kosten in € per deelnemer 82 75    
Gemiddeld belegd vermogen x € 1 miljoen     33.841 29.530
Kosten in % van gemiddeld belegd vermogen     0,30% 0,31%

De pensioenuitvoeringskosten per deelnemer zijn (afgerond) in 2024 ten opzichte van 2023 gestegen. De stijging wordt veroorzaakt door de loon- en prijsontwikkelingen, extra kosten voor het project DORA en extra eisen op het gebied van (cyber)security en wet- en regelgeving. De kosten in verband met Wtp bedroegen in 2024 1,0 miljoen (2023: 0,4 miljoen). Verwacht wordt dat de kosten in verband met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel in de jaren 2025 en 2026 hoger kunnen uitvallen.

De kosten van het vermogensbeheer zijn in 2024 in absolute zin gestegen, maar in relatieve zin licht gedaald ten opzichte van 2023. Dat komt door de stijging van het gemiddeld belegde vermogen.
Pensioenfonds Vervoer betaalt zijn beheerders volgens een overeengekomen vast vergoedingenschema. Vanuit risico oogpunt worden geen variabele beloningen toegekend.

Kostenbenchmarking (boekjaar 2023)

Pensioenfonds Vervoer neemt deel aan het jaarlijkse kostenbenchmarking onderzoek van First Pensions. Daarbij worden de cijfers gebruikt van de 50 grootste Nederlandse pensioenfondsen. De resultaten uit deze onderzoeken worden onder meer gebruikt voor de beoordeling van het niveau van de kosten bij Pensioenfonds Vervoer in relatie tot andere pensioenfondsen.

De in dit jaarverslag opgenomen benchmarkingcijfers hebben betrekking op het jaar voorafgaande aan dit boekjaar. First Pensions kan de rapportages over een boekjaar immers pas opleveren nadat van alle tot de Top 50 behorende pensioenfondsen de cijfers beschikbaar zijn. Het jaarverslag van Pensioenfonds Vervoer van dit boekjaar is dan al vastgesteld. We kunnen dus nog niet de benchmarkinguitkomsten over het boekjaar 2024 presenteren. U treft daarom hieronder de cijfers van 2023 aan, met die van 2022 ter vergelijking.

Allereerst geven we wat meer achtergrondinformatie over de samenstelling van de vergelijkende cijfers.

Totaal:

  • De 50 qua belegd vermogen grootste Nederlandse pensioenfondsen

Benchmark:

  • 18 pensioenfondsen die qua omvang enigszins met Pensioenfonds Vervoer vergelijkbaar zijn
  • De samenstelling van de benchmark is identiek voor pensioenbeheer en vermogensbeheer

Pensioenbeheer uitvoeringskosten per deelnemer in euro’s

  2023 2022
Pensioenfonds Vervoer 75 75
First Pensions Peergroep 184 177
First Pensions gemiddelde Top 50 239 215

De pensioenuitvoeringskosten van Pensioenfonds Vervoer zijn in 2023 (opnieuw) aanzienlijk lager geweest dan het Top 50 gemiddelde en de peer groep.

Pensioenfonds Vervoer is in bovenstaande vergelijking in het voordeel vanwege het relatief grote aantal deelnemers. Verder is het bij het vergelijken van de uitkomsten van pensioenfondsen belangrijk om essentiële verschillen in acht te nemen tussen bijvoorbeeld het aantal en de complexiteit van de regelingen die een pensioenfonds uitvoert, de samenstelling van de deelnemers en het geboden serviceniveau

Vermogensbeheerkosten als percentage van het gemiddeld belegd vermogen

  2023 2022
Pensioenfonds Vervoer 0,31 0,28
First Pensions Peergroep 0,39 0,37
First Pensions gemiddelde Top 50 0,41 0,41

De hier gepresenteerde vermogensbeheerkosten zijn exclusief de transactiekosten.

Ook de vermogensbeheerkosten (ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen) zijn voor Pensioenfonds Vervoer in 2023 (opnieuw) lager geweest dan het Top 50 gemiddelde en de peer groep.

De vermogensbeheerkosten worden ook afgezet tegen de gerealiseerde langere termijn rendementen en risico’s. De uitkomsten over de afgelopen vijf jaar (2019-2023) zoals gemeten door First Pensions zijn samengevat als volgt.

Gemiddelde jaarlijkse (relatieve) rendementen over de periode 2019-2023

  Beleggings- rendement Verplichtingen rendement Relatief rendement Duratie Verplichtingen (2023)
Pensioenfonds Vervoer 2,2% -2,3% 4,5% 21,1
Gemiddelde top 50 2,8% -2,3% 5,1% 18,1
Peer groep 2,6% -2,2% 4,9% 18,1

Performance ratio over de periode 2019-2023

  Relatief rendement Risico Performance ratio
Pensioenfonds Vervoer 4,5% 17,1% 51,3%
Gemiddelde top 50 4,9% 18,4% 51,7%
Peer groep 5,1% 19,0% 52,3%

De volgende conclusies kunnen worden getrokken:

  • Het relatieve rendement (beleggingsrendement minus benodigd rendement op de verplichtingen) van Pensioenfonds Vervoer is over de periode 2019-2023 gelijk aan +4,5% per jaar. Over de afgelopen vijf jaar is er een positief beleggingsrendement behaald en zijn de verplichtingen in waarde gedaald. Het gemiddelde relatieve rendement van de 50 grootste pensioenfondsen was gelijk aan +4,9% per jaar. Het pensioenfonds loopt daarbij achter op het gemiddelde van de 50 pensioenfondsen. Voor de Peer Group was het gemiddelde relatieve rendement iets hoger met gemiddeld +5,1%.
  • Pensioenfonds Vervoer heeft een lager vereist eigen vermogen (VEV) dan het gemiddelde van zowel de Top 50 als de Peer Group. Pensioenfonds Vervoer zet daarmee minder risico in dan veel andere pensioenfondsen. Wanneer specifiek wordt gekeken naar de S-factoren valt op dat Pensioenfonds Vervoer een lagere S2 (aandelen- en vastgoedrisico) heeft dan het gemiddelde uit de Top 50 en de Peer Group. Pensioenfonds Vervoer heeft daarnaast een lager overig risico (S10) (0,7% versus 1,6% en 2,4%) door een lage allocatie naar actief beheerde mandaten. Ook het kredietrisico (S5) (3,0% versus 4,4% en 4,3%) ligt lager wegens een hoog aantal beleggingen in staatsobligaties. Het valutarisico (S3) (4,0% versus 4,2% en 4,6%) is lager en het verzekeringstechnisch risico (S6) (3,1% versus 2,8% en 2,7%) is hoger dan het gemiddelde van de Top 50 en van de Peer Group. Ten slotte was het renterisico (S1) (5,2% versus 3,4% en 2,9%) in 2023 hoger dan het gemiddelde van de Top 50 en de Peer Group. Pensioenfonds Vervoer dekt minder haar rente af dan gemiddeld. De hoogte van het renterisico komt met name door de berekeningsmethodiek van S1 die ervoor zorgt dat de impact van de mate van renteafdekking op de hoogte van S1 sterk is geminimaliseerd. De schok voor het bepalen van een rentedaling is namelijk een relatieve schok vanuit de huidige rentestand die door de gestegen rentes groter is geworden, waarbij voor alle looptijden positieve rentes gelden.
  • De relatieve performance ratio (= relatief rendement gecorrigeerd voor het risico ten opzichte van de verplichtingen) over de afgelopen vijf jaar is voor Pensioenfonds Vervoer (51,3%) lager dan het gemiddelde van de Top 50 (51,7%) en die van de Peer Group (52,3%). Gecorrigeerd voor het risico heeft Pensioenfonds Vervoer daarmee over de 5-jaars periode een slechter rendement gerealiseerd (4,5%) dan het gemiddelde van de Top 50 (4,9%). Wanneer gekeken wordt naar de prestaties over alleen 2023 dan heeft Pensioenfonds Vervoer (40,5%) een hoger dan gemiddelde performance ratio behaald ten opzichte van zowel het gemiddelde van de Top 50 (17,5%) als het gemiddelde van de Peer Group (16,1%). Pensioenfonds Vervoer behaalde in 2023 een relatief rendement (3,8%) dat boven het gemiddelde van de Top 50 lag (1,7%). Daarmee heeft Pensioenfonds Vervoer in 2023 haar risicobudget efficiënter ingezet dan het gemiddelde van de Top 50 en van de Peer Group (1,6%).
  • De pensioenbeheerkosten zijn in 2023 voor Pensioenfonds Vervoer gelijk gebleven en bedroegen € 75 per deelnemer, terwijl dit voor de Top 50 gemiddeld € 239 per deelnemer was. De Peer Group kwam in 2023 uit op gemiddeld € 184 per deelnemer. De vermogensbeheerkosten (ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen) zijn voor Pensioenfonds Vervoer in 2023 wederom ook lager, met voor Pensioenfonds Vervoer 0,31% versus 0,41% voor het gemiddelde van de Top 50 en 0,39% voor het gemiddelde van de Peer Group. De pensioenbeheerkosten ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen zijn bij Pensioenfonds Vervoer nog steeds lager dan het gemiddelde van de Top 50 (0,07% versus 0,12%). Pensioenfonds Vervoer is marginaal lager dan gemiddeld vergeleken met de Peer Group (0,07% versus 0,09%). Wanneer de pensioenbeheer- en de vermogensbeheerkosten opgeteld worden, daarbij transactiekosten buiten beschouwing latend, komen de kosten uit op 0,38% van het gemiddeld belegd vermogen. Dit is ruim lager dan het gemiddelde van de Top 50 (0,53%) en het gemiddelde van de Peer Group (0,48%).
  • De renteafdekking van Pensioenfonds Vervoer is in 2023 lager dan gemiddeld vanwege de stijging in rentehedge bij andere fondsen. De renteafdekking was eind 2023 op marktwaarde basis feitelijk 56%, waarbij dit voor de Top 50 gemiddeld op 68% lag. Met deze renteafdekking, behaalde Vervoer in 2023 een hoger dan gemiddeld relatief rendement (in 2023 was er sprake van een rentedaling over met name korte looptijden). Voor 2023 was het relatief rendement bij Pensioenfonds Vervoer 3,8% versus een gemiddelde voor de Top 50 van 1,7% en een gemiddelde voor de Peer Group van 1,6%. Over de afgelopen vijf jaar lag het relatieve rendement van Vervoer lager dan het gemiddelde van de Top 50 (4,5% versus gemiddeld 4,9%).

Wat bij de benchmarking van de pensioenbeheerkosten is opgemerkt geldt uiteraard ook voor de benchmarking van vermogensbeheerkosten: bij het vergelijken van de uitkomsten van pensioenfondsen is het belangrijk om essentiële verschillen in acht te nemen. Voor het vermogensbeheer gaat het dan om verschillen in het beleggingsbeleid en de wijze waarop de uitvoering van het beleid is georganiseerd.

Transactiekosten vermogensbeheer

De bovengenoemde cijfers over de kosten van het vermogensbeheer zijn exclusief de kosten van transacties. Een deel van die transactiekosten kan lastig precies zichtbaar worden gemaakt omdat deze kosten, met name bij de vastrentende waarden en financiële derivaten, versleuteld zitten in de transactiekoersen. In die gevallen hebben de vermogensbeheerders van Pensioenfonds Vervoer aangegeven wat de omzet en de daarmee gepaard gaande kosten zijn geweest. Voor zover de transactiekosten niet precies of aannemelijk bepaald konden worden, is gebruik gemaakt van een schattingsmethode, die in lijn ligt met de eerdergenoemde aanbevelingen van de Pensioenfederatie.

De (deels geraamde) transactiekosten komen over 2024 uit op 0,13% (2023: 0,11%) van het gemiddeld belegd vermogen. Het aangegeven percentage heeft niet alleen betrekking op de zichtbare kosten, maar ook op de kosten die een niet zichtbaar deel uitmaken van transactiekoersen. Ook zijn inbegrepen de zichtbare en niet zichtbare transactiekosten die voortvloeien uit transities, voortvloeiend uit het gefaseerd omzetten van de portefeuille op grond van het door het bestuur bepaalde beleggingsbeleid, het switchen van vermogensbeheerder indien de uitvoering van het beleid daartoe aanleiding geeft, en het stroomlijnen van de rekeningenstructuur met betrekking tot de diverse beleggingen. Daarnaast zijn in het transactiekostenpercentage de kosten inbegrepen van zogenaamde ‘restrikes’. Dit betreft het veranderen van derivatenposities die worden aangehouden voor het afdekken van het renterisico, om binnen vooraf afgesproken bandbreedtes te blijven.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vermogensbeheerkosten (exclusief transactiekosten) en de transactiekosten over 2024 per beleggingscategorie. Deze zijn uitgedrukt in de gemiddelde vermogensallocatie over 2024.

Kosten 2024 per beleggingscategorie

  Gemiddelde allocatie x € 1 miljoen Gemiddelde allocatie in % Kosten in € 1 miljoen Kosten in % van gem. allocatie Transactiekosten in € 1 miljoen Transactiekosten in % van gem. alloc in %
Aandelen 11.452 33,8 37,4 0,33 12,1 0,11
Vastrentende beleggingen 12.267 36,3 46,6 0,38 22,9 0,18
Vastgoed 1.977 5,8 13,8 0,70 1,8 0,10
Totaal exclusief afdekking 25.696 75,9 97,7 0,38 36,9 0,14
Valuta afdekking -1 0,0 0,7 5,40 0,0 0,00
Rente afdekking 8.148 24,1 3,9 0,00 6,4 0,08
Totaal portefeuille 33.841 100,0 102,4 0,30 43,3 0,13

Deze verdeling in beleggingscategorieën is gemaakt op basis van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. De tabel sluit aan op staat J402 van de FTK Jaarstaten. De verdeling wijkt echter op onderdelen af van die in de Jaarrekening, waar de vanuit de regelgeving voor het jaarverslag vereiste rubricering wordt gevolgd. Dat heeft uiteraard geen invloed op de totaaluitkomsten.

Conform het beleggingsbeleid van Pensioenfonds Vervoer staan in deze tabel onder vastrentende waarden alleen de obligaties die géén deel uitmaken van de rente overlay- en onderpand portefeuille (ROOP). Deze ROOP wordt gevormd door staatsobligaties en financiële derivaten. De in de ROOP opgenomen staatsobligaties staan in deze tabel gerubriceerd onder de rente afdekking. Dit in tegenstelling tot verderop in de Jaarrekening. Daar staan alle obligaties gerubriceerd onder de vastrentende waarden.

In het kader van de SRD2-wetgeving (toelichting: zie begrippenlijst) merken we op dat de omloopsnelheid en de daarbij behorende transactiekosten van de aandelenportefeuilles in lijn liggen met de lange termijn doelstelling van het pensioenfonds.