Jaarrekening
19.1 Balans
(na resultaatbestemming)
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| ACTIVA | ||||||||
| Beleggingen voor risico pensioenfonds | 1 | |||||||
| Vastgoedbeleggingen | 2.174 | 1.738 | ||||||
| Aandelen | 11.979 | 9.991 | ||||||
| Vastrentende waarden | 20.534 | 18.823 | ||||||
| Derivaten | 2.247 | 3.121 | ||||||
| Overige beleggingen | 1.679 | 2.125 | ||||||
| 38.613 | 35.798 | |||||||
| Vorderingen en overlopende activa | 2 | 2.257 | 2.601 | |||||
| Overige activa | 3 | 81 | 78 | |||||
| TOTAAL ACTIVA | 40.951 | 38.477 | ||||||
| PASSIVA | ||||||||
| Stichtingskapitaal en reserves | 4 | |||||||
| Stichtingskapitaal | 0 | 0 | ||||||
| Solvabiliteitsreserve | 3.653 | 2.273 | ||||||
| 3.653 | 2.273 | |||||||
| Technische voorzieningen | 5 | 32.323 | 30.106 | |||||
| Derivaten | 6 | 4.668 | 5.744 | |||||
| Overige schulden en overlopende passiva | 7 | 307 | 354 | |||||
| TOTAAL PASSIVA | 40.951 | 38.477 |
(-) De bij de posten vermelde nummers verwijzen naar de toelichting op de balans.
19.2 Staat van baten en lasten
| (bedragen x € 1.000.000) | Ref. | 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BATEN | ||||||||
| Premiebijdragen voor risico pensioenfonds | 8 | 1.438 | 1.413 | |||||
| Beleggingsresultaten risico pensioenfonds | 9 | 2.875 | 2.961 | |||||
| Overige baten | 10 | 4 | 0 | |||||
| TOTAAL BATEN | 4.317 | 4.374 | ||||||
| LASTEN | ||||||||
| Pensioenuitkeringen | 11 | 682 | 603 | |||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 12 | 26 | 22 | |||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds | ||||||||
| Pensioenopbouw | 1.131 | 1.066 | ||||||
| Toeslagverlening | 131 | 2.101 | ||||||
| Rentetoevoeging | 1.050 | 858 | ||||||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -690 | -607 | ||||||
| Wijziging marktrente | 803 | 769 | ||||||
| Wijziging actuariële grondslagen | -150 | -13 | ||||||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -19 | 39 | ||||||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichting | -39 | -41 | ||||||
| 2.217 | 4.172 | |||||||
| Saldo herverzekering | 13 | 0 | 0 | |||||
| Saldo overdrachten van rechten | 14 | 13 | -35 | |||||
| Overige lasten | 15 | -2 | 10 | |||||
| TOTAAL LASTEN | 2.937 | 4.772 | ||||||
| Saldo van baten en lasten | 1.380 | -398 | ||||||
| Bestemming van het saldo van baten en lasten | ||||||||
| Solidariteitsreserve | 1.380 | -398 | ||||||
| Totaal saldo van baten en lasten | 1.380 | -398 | ||||||
(-) De bij de posten vermelde nummers verwijzen naar de toelichting op de staat van baten en lasten.
19.3 Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit pensioenactiviteiten | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen premies | 1.426 | 1.372 | ||||||
| Ontvangen in verband met overdracht van rechten | 40 | 105 | ||||||
| Ontvangen uitkeringen van herverzekeraars | 2 | 2 | ||||||
| Overige ontvangsten | 6 | 0 | ||||||
| 1.474 | 1.479 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Betaalde pensioenuitkeringen | -680 | -600 | ||||||
| Betaald in verband met overdracht van rechten | -53 | -70 | ||||||
| Betaalde premies herverzekering | -2 | -2 | ||||||
| Betaalde pensioenuitvoeringskosten | -29 | -21 | ||||||
| Betaalde overige kosten | 0 | -10 | ||||||
| -764 | -703 | |||||||
| Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten | 710 | 776 | ||||||
| Kasstroom uit beleggingsactiviteiten | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen directe beleggingsopbrengsten | 798 | 697 | ||||||
| Verkopen en aflossingen van beleggingen | 176.619 | 149.024 | ||||||
| Overige | 311 | 824 | ||||||
| 177.728 | 150.545 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Aankopen beleggingen | -178.357 | -151.240 | ||||||
| Betaalde kosten van vermogensbeheer | -78 | -73 | ||||||
| Overige | 0 | 0 | ||||||
| -178.435 | -151.313 | |||||||
| Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten | -707 | -768 | ||||||
| Balansmutatie geldmarktmiddelen | -534 | 322 | ||||||
| Netto kasstroom | -531 | 330 | ||||||
| Liquide middelen per 1 januari (3) | 78 | 70 | ||||||
| Geldmarktmiddelen en beleggingsliquiditeiten per 1 januari (1 en 7) | 1.924 | 1.602 | ||||||
| Geldmidddelen per 1 januari | 2.002 | 1.672 | ||||||
| Balansmutatie liquide middelen | 3 | 8 | ||||||
| Balansmutatie geldmarktmiddelen | -534 | 322 | ||||||
| Netto kasstroom | -531 | 330 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december (3) | 81 | 78 | ||||||
| Geldmarktmiddelen en beleggingsliquiditeiten per 31 december (1 en 7) | 1.390 | 1.924 | ||||||
| Geldmidddelen per 31 december | 1.471 | 2.002 | ||||||
| Waarvan: | ||||||||
| Voor risico pensioenfonds | 1.471 | 2.002 | ||||||
(-) De bij de posten vermelde nummers verwijzen naar de toelichting op de balans.
Alle per 31 december 2024 aanwezige geldmiddelen (2023: idem) staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. De overige mutaties bij de kasstroom uit beleggingsliquiditeiten bestaan hoofdzakelijk uit balansmutaties.
19.4 Algemeen
Activiteiten
Stichting Pensioenfonds Vervoer (hierna 'het fonds') is opgericht in 1963, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan het Prinses Margrietplantsoen 89 te Den Haag.
De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41199575.
Het fonds heeft overeenkomstig artikel 4 van de statuten als doel om binnen de kring van aangesloten werkgevers en overeenkomstig de bepalingen van de statuten en de reglementen van het fonds aan de deelnemers, de gewezen deelnemers, de pensioengerechtigden alsmede hun nabestaanden aanspraken c.q. rechten toe te kennen op uitkering bij ouderdom, arbeidsongeschiktheid of overlijden en/of op uitkering wegens vervroegde uittreding. Onder referentiepunt 5 in de balans bij de technische voorzieningen is een korte beschrijving van de verschillende pensioenregelingen opgenomen.
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de toegepaste schattingswijzigingen zoals opgenomen onder de algemene grondslagen.
Overeenstemmingsverklaring
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 610 Pensioenfondsen. Het bestuur heeft op 17 april 2025 de jaarrekening opgemaakt.
Alle bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro’s, tenzij anders aangegeven. Berekeningen worden gemaakt met onafgeronde cijfers. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen ontstaan.
Referenties
In de balans, staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichtingen op de balans en de staat van baten en lasten.
19.5 Grondslagen
Algemene grondslagen
Continuïteitsveronderstelling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling. Het bestuur van het pensioenfonds evalueert jaarlijks of er factoren zijn die een significant risico vormen voor de continuïteit. Bij de analyse voorafgaand aan de samenstelling van deze jaarrekening bleek dat de continuïteit van het pensioenfonds gewaarborgd is voor ten minste twaalf maanden vanaf de datum van opmaken van de jaarrekening. In voorkomende gevallen kan het pensioenfonds de pensioenaanspraken en -uitkeringen afstempelen. Voor een verdere toelichting op de continuïteit wordt verwezen naar de toelichting op het stichtingskapitaal.
Opname van een actief of een verplichting
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het fonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Verantwoording van baten en lasten
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Als een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post 'nog af te wikkelen transacties'. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.
Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.
Vreemde valuta
Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van het fonds.
De koersen van de belangrijkste valuta
| 31-12-2024 | Gemiddeld 2024 | 31-12-2023 | Gemiddeld 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD | 0,9657 | 0,9345 | 0,9053 | 0,9209 | ||||
| GBP | 1,1540 | 1,1404 | 1,1540 | 1,1404 | ||||
| JPY | 0,0064 | 0,0067 | 0,0064 | 0,0067 |
Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.
Presentatiewijzigingen
De huidige presentatie wijkt op een aantal punten af van de presentatie van vorig jaar.
De lopende rente op derivaten wordt in 2024 gepresenteerd als een vordering (te ontvangen interest en dividenden) en een schuld (schulden kosten vermogensbeheer) en niet meer gesaldeerd. Het effect per eind 2023 is een verschuiving van vordering naar schuld van € 208 mln. Deze wijziging heeft als doel een zuiver inzicht te geven in de positie van lopende rente op derivaten. Om de vergelijkbaarheid te garanderen, zijn vergelijkende cijfers opgenomen in de nieuwe presentatievorm.
Schattingswijzigingen
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
In 2024 zijn de onderstaande grondslagen aangepast:
- In september 2024 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2024 gepubliceerd. Het fonds is per eind september 2024 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 47 mln en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,2%-punt.
- Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op de sterftekansen, ofwel ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is ook per eind september 2024 doorgevoerd en heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 96 mln en daardoor een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,3%-punt.
- Als gevolg van de verlaging van de verwachte AOW-leeftijden daalde de voorziening pensioenverplichtingen per 31 december 2024 met € 7 mln. Dit heeft betrekking op premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid, ingegane tijdelijke nabestaandenpensioenen en ingegane arbeidsongeschiktheidspensioenen. Het effect op de dekkingsgraad is afgerond 0,0%-punt.
Dekkingsgraden
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de nominale dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Hierbij wordt steeds gebruik gemaakt van de gepubliceerde dekkingsgraden.
De (nominale) dekkingsgraad van het fonds wordt berekend door op balansdatum het stichtingskapitaal, de solvabiliteitsreserve en technische voorzieningen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De reële dekkingsgraad is gedefinieerd als de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de ‘indexatiedekkingsgraad’. De dekkingsgraad waarbij volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie mogelijk is, is onafhankelijk van de eigen toeslagambitie van het fonds.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Beleggingen
Algemeen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen actuele waarde op 31 december van het boekjaar.
Onder waardering op actuele waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.
De waardering van participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen vindt plaats tegen de marktnotering op de balansdatum. Bij niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt de waardering waarbij deze fondsen de intrinsieke waarde vaststellen door bezittingen en verplichtingen op actuele waarde op de balansdatum.
Slechts indien de actuele waarde van een belegging niet betrouwbaar kan worden vastgesteld vindt waardering plaats op basis van kostprijs.
Vorderingen inzake beleggingen zijn onder de vorderingen en overlopende activa verantwoord. Schulden inzake beleggingen zijn onder de overige schulden en overlopende passiva verantwoord.
Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Alle gerealiseerde- en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.
Vastgoedbeleggingen
Directe belangen in vastgoed worden gewaardeerd tegen actuele waarde op 31 december van het boekjaar. De actuele waarde van de directe belangen wordt voor het overgrote deel van de portefeuille bepaald middels gedurende het jaar uitgevoerde externe taxaties.
De actuele waarde wordt gebaseerd op de onderhandse verkoopwaarde, welke bij aanbieding in verhuurde staat, op de voor het onroerend goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde – niet zijnde de huurder – zou kunnen worden verkregen. De kosten van verwerving, bestaande uit notariskosten, verschuldigde overdrachtsbelasting en dergelijke, komen voor rekening van de koper en zijn derhalve niet in de actuele waarde begrepen.
De onderhandse verkoopwaarde is gebaseerd op actuele marktprijzen, indien noodzakelijk, aangepast voor specifieke omstandigheden en courantheid van het object. Als deze informatie onvoldoende beschikbaar is, worden marktprijzen geschat op basis van de gekapitaliseerde huurwaardemethode of contante waarde methode.
Vastgoed in ontwikkeling wordt gewaardeerd op basis van gedane uitgaven, inclusief bouwrente, waarbij wordt getoetst of die uitgaven tot waardeveranderingen leiden. Na oplevering worden (her)ontwikkelde objecten naar actuele waarde geherwaardeerd. Objecten in het boekjaar verkocht maar met levering in het volgende boekjaar zijn niet als verkoop in het boekjaar verantwoord.
Indirecte belangen in vastgoed worden gewaardeerd zoals hiervoor onder 'Algemeen’ beschreven.
Aandelen
Aandelen worden gewaardeerd zoals hiervoor onder ‘Algemeen’ beschreven.
Vastrentende waarden
Vastrentende waarden worden gewaardeerd zoals hiervoor onder ‘Algemeen’ beschreven.
Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen. Voor het berekenen van de marktwaarde van renteswaps wordt als basis de €STR-rentecurve (Overnight Indexed Swap (OIS)-discounting) gebruikt.
Indien een derivatenpositie negatief is, is deze onder de passiva zijde van de balans opgenomen onder derivaten.
Overige beleggingen
Overige beleggingen worden gewaardeerd op actuele waarde.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.
Liquide middelen
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen. Eventuele rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder overige schulden.
Stichtingskapitaal en reserves
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.
Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor de gemiddelde discontovoet zoals gepubliceerd door DNB wordt gebruikt.
Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle op balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex ante condities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen.
Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de contante waarde van de toekomstige pensioenopbouw waarvoor premievrijstelling is verleend wegens arbeidsongeschiktheid.
In de voorziening pensioenverplichtingen zijn verder de volgende posten opgenomen:
- Een voorziening voor het tweejarig uitlooprisico met betrekking tot arbeidsongeschiktheid;
- Een voorziening voor onvoorwaardelijke toeslagen voor de tot 1 januari 2010 opgebouwde rechten in excedentregelingen. Daarbij is rekening gehouden met het uit ramingen van het CPB afgeleide ingroeipad naar een lange termijn prijsinflatie van 2%.
Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.
De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:
- Marktrente: de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur op balansdatum;
- Sterftegrondslagen: AG prognosetafel 2024 (2023: AG prognosetafel 2022), startjaar 2025 (2023: startjaar 2024), met leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen 2024 (2023: sterftekansen 2022);
- Opslag wezenpensioen in technische voorziening: 1,0% van de technische voorziening voor het uitgesteld partnerpensioen behorende bij niet ingegaan ouderdomspensioen (2023: idem);
- Gehuwdheidsfrequenties: voor alle actieve en nog niet gepensioneerde gewezen deelnemers worden tot de 66-jarige leeftijd fondsspecifieke leeftijds- en geslachtsafhankelijke partnerfrequenties toegepast. Vanaf de 66-jarige leeftijd bedraagt de partnerfrequentie 1 (2023: idem). Voor gepensioneerden wordt het bepaalde partnertarief gehanteerd (2023: idem);
- Leeftijdsverschil Man-Vrouw: 3 jaar (2023: idem);
- Op basis van resultaten van het onderzoek naar de toereikendheid van de risicopremies bij arbeidsongeschiktheid is de opslag voor het arbeidsongeschiktheidspensioen in de IBNR ten opzicht van 2023 ongewijzigd gebleven op 0,8%.
- Arbeidsongeschiktheid en revalideringskansen bij arbeidsongeschiktheid: geen revalidatiekans (2023: idem)
- Kostenopslag excasso: 1,8% (2023: idem) van de netto pre-pensioenenverplichtingen, 1,8% (2023: idem) van de netto overige pensioenverplichtingen;
- Kostenopslag lopende kosten: gelijk aan de verwachte uitvoeringskosten in het boekjaar, onder aftrek van de verwachte vrijval uit de technische voorziening in het boekjaar over de verrichte uitkeringen (2023: idem);
- Risicopremie wezenpensioen: 5% van de risicopremie voor het partnerpensioen (2023: idem);
- Risicopremie premievrijstelling: 3,6% opslag van de bruto premie op basis van de DNB RTS (2023: idem).
Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).
Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.
Premiebijdragen
Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte of te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Extra stortingen en opslagen op de premie zijn eveneens als premiebijdragen verantwoord. Ambtshalve premies zonder opbouw maken geen onderdeel uit van de premiebaten. Hiervoor is een schuld opgenomen onder overige schulden en overlopende passiva (nog te verrekenen premies).
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde- en ongerealiseerde waardewijzigingen inclusief valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. Indirecte beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten. De directe opbrengsten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Dividend wordt verantwoord op het moment dat het wordt aangekondigd.
Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende interne kosten verstaan. Afschrijvingen en andere exploitatiekosten van onroerende zaken in exploitatie zijn in de kosten van vermogensbeheer opgenomen.
Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en overige kostencomponenten.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Personeelsbeloningen (lonen, sociale lasten en pensioenpremies) vormen geen aparte regel in de staat van baten en lasten. Deze kosten zijn opgenomen onder de pensioenuitvoeringskosten. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
Pensioenopbouw
Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau dat zij op balansdatum hebben.
Rentetoevoeging
De rentetoevoeging betreft de verhoging van de voorziening pensioenverplichtingen op basis van de éénjaarsrente op de interbancaire swapmarkt aan het begin van het verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt op 31 december de marktwaarde van de voorziening pensioenverplichtingen herrekend door toepassing van de actuele RTS.
Wijzigingen actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het fonds.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Hieronder is opgenomen het saldo van de actuarieel benodigde koopsommen voor overgenomen pensioenverplichtingen en de vrijval van de voorziening pensioenverplichtingen die betrekking heeft op de overgedragen pensioenverplichtingen.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
Hier worden verschillende mutatieredenen samengenomen die niet onder een eerdere mutatiereden zijn opgenomen.
Saldo herverzekeringen
Uitgaande herverzekeringspremies worden verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft.
Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.
Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is volgens de indirecte methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.
19.6 Toelichting op de balans
Activa
(1) Beleggingen voor risico pensioenfonds
(1) Beleggingen voor risico pensioenfonds
Verloopoverzicht beleggingen voor risico pensioenfonds 2024
| (bedragen x € 1.000.000) | Vastgoedbeleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 1.738 | 9.991 | 18.823 | -2.623 | 2.125 | 30.054 | ||||||
| Aankopen | 364 | 4.129 | 34.633 | 127.240 | 11.993 | 178.357 | ||||||
| Verkopen | -53 | -4.035 | -33.289 | -126.730 | -12.512 | -176.619 | ||||||
| Herwaardering | 125 | 1.894 | 367 | -307 | 63 | 2.141 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 10 | 10 | ||||||
| Stand per 31 december 2024 | 2.174 | 11.979 | 20.534 | -2.421 | 1.679 | 33.945 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 4.668 | |||||||||||
| Totaal | 38.613 |
De overige mutaties bij overige beleggingen in 2024 bestaan uit mutaties van liquide middelen.
Verloopoverzicht beleggingen voor risico pensioenfonds 2023
| (bedragen x € 1.000.000) | Vastgoedbeleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 1.550 | 9.552 | 16.382 | -3.580 | 1.618 | 25.522 | ||||||
| Aankopen | 348 | 4.662 | 10.926 | 116.171 | 19.134 | 151.240 | ||||||
| Verkopen | -65 | -5.339 | -9.218 | -115.772 | -18.630 | -149.024 | ||||||
| Herwaardering | -95 | 1.114 | 735 | 559 | 38 | 2.351 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 2 | -2 | 0 | -35 | -35 | ||||||
| Stand per 31 december 2023 | 1.738 | 9.991 | 18.823 | -2.623 | 2.125 | 30.054 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 5.744 | |||||||||||
| Totaal | 35.798 |
Vastgoedbeleggingen
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Direct vastgoed | 38 | 38 | ||
| Indirect vastgoed (participaties in beleggingsfondsen) | 2.136 | 1.700 | ||
| Totaal | 2.174 | 1.738 |
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bouwinvest Dutch Institutional Residential Fund | 705 | 32,4% | 652 | 37,5% | ||||
| Achmea Dutch Residential Fund | 379 | 17,4% | 351 | 20,2% | ||||
| CBRE Pan European Core Fund | 246 | 11,3% | 164 | 9,4% | ||||
| ASR Dutch Prime Retail Fund | 152 | 7,0% | 158 | 9,1% | ||||
| CBRE Dutch Residential Fund | 158 | 7,3% | 153 | 8,8% | ||||
| Invesco Real Estate European Fund - Class A | 135 | 6,2% | 128 | 7,4% | ||||
| M&G European Property Fund (Acc F) | 129 | 5,9% | 0 | 0,0% | ||||
| Totaal | 1.904 | 87,6% | 1.606 | 92,4% |
Aandelen
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Zelfstandig beursgenoteerde aandelen | 11.979 | 9.867 | ||
| Beursgenoteerde aandelen beleggingsfondsen | 0 | 124 | ||
| Totaal | 11.979 | 9.991 |
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Staatsobligaties | 11.018 | 10.173 | ||
| Inflatiegerelateerde obligaties | 49 | 58 | ||
| Bedrijfsobligaties | 6.372 | 5.781 | ||
| Vastrentende waarden beleggingsfondsen | 194 | 119 | ||
| Hypotheekfondsen | 2.522 | 2.341 | ||
| Overige | 379 | 350 | ||
| Totaal | 20.534 | 18.823 | ||
Van de obligatieportefeuille (categorie staatsobligaties) is eind 2024 € 8.064 mln (2023: € 8.148 mln) gestort in een gesepareerd depot als zekerheid voor derivaten, voor het geval deze een negatieve marktwaarde krijgen. De gesepareerde obligaties staan niet zonder meer ter vrije beschikking van het fonds. Het feit dat genoemde bedragen beschikbaar zijn om als zekerheid te dienen, betekent niet dat deze bedragen ook volledig benodigd zijn als onderpand. De feitelijke behoefte aan onderpand hangt samen met de dagelijkse waardering van de derivaten.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Duitse Staatsobligaties | 4.479 | 21,8% | 4.054 | 21,5% | ||||
| Nederlandse Staatsobligaties | 4.301 | 20,9% | 4.094 | 21,7% | ||||
| Stichting PVF Particuliere Hypotheekfonds | 1.400 | 6,8% | 1.340 | 7,1% | ||||
| De Munt Nederlands Hypotheken Fonds PFV | 1.122 | 5,5% | 1.000 | 5,3% | ||||
| Totaal | 11.302 | 54,9% | 10.488 | 55,6% |
Derivaten
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 37 | 213 | ||
| Rentederivaten | 2.207 | 2.901 | ||
| Overige derivaten | 3 | 7 | ||
| Totaal | 2.247 | 3.121 |
Ultimo boekjaar zijn er geen beleggingen groter dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie.
De derivaten worden in de paragraaf risicobeheer toegelicht.
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Geldmarktfondsen | 1.117 | 1.839 | ||
| Liquide middelen | 284 | 100 | ||
| Infrastructuur | 278 | 186 | ||
| Totaal | 1.679 | 2.125 |
De liquide middelen, die deels worden aangehouden in de vorm van geldmarktfondsen, omvatten voornamelijk saldi in verband met aangekochte posities in futures en valutatermijncontracten. Voorts zijn hieronder begrepen de door investment managers beheerde liquide middelen van het fonds. Alle per 31 december 2024 aanwezige geldmiddelen (2023: idem) staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Northern Trust Euro Liquidity Fund Class E | 399 | 23,8% | 349 | 16,4% | ||||
| Northern Trust USD Cash Fund | 188 | 11,2% | 241 | 11,3% | ||||
| ICS Institutional Euro Liquidity Fund | 174 | 10,4% | 309 | 14,6% | ||||
| Achmea IM Euro Local Government Loans Fund | 174 | 10,4% | 310 | 14,6% | ||||
| Goldman Sachs Euro Liquid Reserves Fund (T) Class | 174 | 10,4% | 310 | 14,6% | ||||
| Deutsche Managed Euro Fund Platinum | 174 | 10,4% | 310 | 14,6% | ||||
| FLAVEO IV Green Energy SCS | 278 | 16,6% | 186 | 8,8% | ||||
| Totaal | 1.561 | 93,1% | 2.015 | 94,9% |
Securities lending
Het pensioenfonds geeft geen beleggingen in bruikleen (securities lending).
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde op balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.
Voor de meerderheid van de beleggingen is sprake van objectief vast te stellen marktnoteringen. Voor bepaalde beleggingen zijn deze niet beschikbaar en vindt waardering plaats op basis van waarderingsmodellen en technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten en het gebruik van schattingen.
Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.
- Genoteerde marktprijzen:
De waarde van de belegging is gebaseerd op direct waarneembare marktnoteringen van identieke beleggingen in een actieve markt - Onafhankelijke taxaties:
Dit betreft uitsluitend directe belangen in vastgoed. Deze worden gewaardeerd tegen actuele waarde op 31 december van het boekjaar. De actuele waarde van de directe belangen wordt voor het overgrote deel van de portefeuille bepaald middels gedurende het jaar uitgevoerde externe taxaties. - Contante waarde berekening:
Actuele waarde wordt vastgesteld aan de hand van waarderingsmodellen waarin gebruik is gemaakt van waarneembare marktdata. Voor het berekenen van de marktwaarde van de renteswaps wordt als basis de €STR-rentecurve (OIS-discounting) gebruikt. - Andere methode:
De waarde wordt vastgesteld met waarderingsmodellen waarin geen gebruik is gemaakt van waarneembare marktdata. De marktwaarde van de hypotheken is berekend door middel van de DCF-methode. Bij de reële waardeberekening is uitgegaan van een aantal parameters en/of veronderstellingen met betrekking tot de disconteringsvoet en de verwachte kasstroom. De disconteringsvoet bestaat uit een basisrente gelijk aan de euroswapcurve plus opslagen voor type onderpand, soort financiering en risicocategorie. De verwachte kasstroom is de te ontvangen rente en aflossing op basis van de het gewogen gemiddelde momenten van de ontvangst inclusief het vervroegd aflossingsrisico. De gehanteerde parameters in het DCF-model zijn ultimo boekjaar geactualiseerd.
Op basis van deze indeling kan de beleggingsportefeuille als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties | Contante waarde berekening | Andere Methode | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 38 | 0 | 2.136 | 2.174 | |||||
| Aandelen | 11.979 | 0 | 0 | 0 | 11.979 | |||||
| Vastrentende waarden | 17.844 | 0 | 0 | 2.690 | 20.534 | |||||
| Derivaten | -2 | 0 | -2.419 | 0 | -2.421 | |||||
| Overige beleggingen | 458 | 0 | 0 | 1.221 | 1.679 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 30.279 | 38 | -2.419 | 6.047 | 33.945 |
| (bedragen x € 1.000.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties | Contante waarde berekening | Andere Methode | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 38 | 0 | 1.700 | 1.738 | |||||
| Aandelen | 9.867 | 0 | 0 | 124 | 9.991 | |||||
| Vastrentende waarden | 16.359 | 0 | 23 | 2.441 | 18.823 | |||||
| Derivaten | 5 | 0 | -2.628 | 0 | -2.623 | |||||
| Overige beleggingen | 719 | 0 | 0 | 1.406 | 2.125 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 26.950 | 38 | -2.605 | 5.671 | 30.054 |
(2) Vorderingen en overlopende activa
(2) Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premievorderingen | 282 | 278 | ||
| Beleggingsdebiteuren | 1.973 | 2.321 | ||
| Overige vorderingen en overlopende activa | 2 | 2 | ||
| Totaal | 2.257 | 2.601 | ||
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.
Specificatie Premievorderingen
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premie debiteuren | 291 | 295 | ||
| Voorzieningen dubieuze debiteuren | -9 | -17 | ||
| Totaal | 282 | 278 |
Van de premie debiteuren was ultimo 2024 voor een bedrag van € 228 mln de vervaltermijn nog niet verstreken (ultimo 2023: € 219 mln).
Specificatie verloop Voorzieningen dubieuze debiteuren
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 17 | 11 | ||
| Afboeking wegens oninbaarheid | -6 | -2 | ||
| Onttrekking/dotatie ten gunste/laste van staat van baten en lasten | -2 | 8 | ||
| Stand per 31 december | 9 | 17 |
Specificatie Beleggingsdebiteuren
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Te ontvangen interest en dividend | 426 | 429 | ||
| Te ontvangen uit hoofde van transacties | 67 | 29 | ||
| Terug te vorderen dividendbelasting | 37 | 32 | ||
| Cash collateral | 1.440 | 1.829 | ||
| Overig | 3 | 2 | ||
| Totaal | 1.973 | 2.321 |
(3) Overige activa
(3) Overige activa
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 81 | 78 | ||
| Totaal | 81 | 78 |
De liquide middelen worden aangehouden bij Nederlandse banken. De tegoeden staan ter vrije beschikking van het fonds.
(4) Stichtingskapitaal en reserves
Passiva
(4) Stichtingskapitaal en reserves
| (bedragen x € 1.000.000) | Solvabiliteitsreserve | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 2.671 | |
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten 2023 | -398 | |
| Stand per 31 december 2023 | 2.273 | |
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten 2024 | 1.380 | |
| Stand per 31 december 2024 | 3.653 |
De solvabiliteitsreserve is maximaal gelijk aan het vereist eigen vermogen. De solvabiliteitsreserve kan echter nooit negatief zijn. Omdat het totaal eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen is de algemene reserve nihil. Het stichtingskapitaal is € 0.
Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Feitelijke dekkingsgraad | 111,3% | 107,6% | ||
| Reële dekkingsgraad | 82,2% | 83,2% | ||
| Beleidsdekkingsgraad | 111,6% | 114,5% |
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het fonds gebruik van het standaard model. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het fonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de paragraaf 'Risicobeheer'.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen ultimo jaar:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stichtingskapitaal en reserves | 3.653 | 2.273 | ||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 1.396 | 1.220 | ||
| Vereist eigen vermogen | 5.901 | 5.559 |
De dekkingsgraad van het fonds per 31 december 2024 is lager dan de vereiste dekkingsgraad van 118,3%, maar hoger dan de minimale vereiste dekkingsgraad van 104,3%.
Evaluatie herstelplan bij het transitie-FTK
In maart 2024 heeft het bestuur besloten om ingaande 2024 toe te treden tot het transitie-FTK. Het transitie-FTK is gericht op het bereiken van een evenwichtige overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarmee moet voorkomen worden dat fondsen in de jaren tot de transitie maatregelen moeten treffen die voor evenwichtig invaren niet nodig zijn. Gedurende de periode tot transitie worden met dit toetsingskader extra beleidsmogelijkheden geboden (onder voorwaarden) ten aanzien van kortings- en toeslagregels en wijziging van het strategisch beleggingsbeleid. In 2024 heeft het fonds het eerste overbruggingsplan bij DNB ingediend.
Voorstel tot resultaatbestemming
Het saldo van de staat van baten en lasten wordt volledig toegevoegd aan de solvabiliteitsreserve. Dit is verwerkt in de jaarrekening.
(5) Technische voorzieningen
(5) Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 30.106 | 25.934 | ||
| Pensioenopbouw | 1.131 | 1.066 | ||
| Toeslagverlening | 131 | 2.101 | ||
| Rentetoevoeging | 1.050 | 858 | ||
| Onttrekking voor uitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -690 | -607 | ||
| Wijziging marktrente | 803 | 769 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | -150 | -13 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -19 | 39 | ||
| Overige mutaties | -39 | -41 | ||
| Stand per 31 december | 32.323 | 30.106 |
Ultimo boekjaar bedraagt de gemiddelde discontovoet 2,1% (2023: 2,3%).
De voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds bestaat uit een pensioenregeling en een prepensioenregeling. Het verloop van beide regelingen is hieronder weergegeven.
Pensioenregeling
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 30.035 | 25.864 | ||
| Pensioenopbouw | 1.131 | 1.066 | ||
| Toeslagverlening | 131 | 2.096 | ||
| Rentetoevoeging | 1.048 | 856 | ||
| Onttrekking voor uitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -685 | -602 | ||
| Wijziging marktrente | 803 | 767 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | -150 | -13 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -19 | 39 | ||
| Overige mutaties | -38 | -38 | ||
| Stand per 31 december | 32.256 | 30.035 | ||
Prepensioenregeling
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 71 | 70 | ||
| Rentetoevoeging | 2 | 2 | ||
| Onttrekking voor uitkeringen en uitvoeringskosten | -5 | -5 | ||
| Wijziging marktrente | 0 | 2 | ||
| Toeslagverlening | 0 | 5 | ||
| Wijzigingen uit hoofde van overdracht van rechten | 0 | 0 | ||
| Overige mutaties | -1 | -3 | ||
| Stand per 31 december | 67 | 71 |
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de pensioenopbouw in het boekjaar. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten op ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Ook de premie voor de dekking van de risico's ten aanzien van overlijden en arbeidsongeschiktheid is hierin opgenomen.
Voor prepensioen vindt geen premieopbouw meer plaats, omdat de deelnemers die in 2006 nog pensioen konden opbouwen inmiddels met pensioen zijn.
Toeslagverlening
Het fonds kent voorwaardelijke en onvoorwaardelijke toeslag verlening. Het fonds heeft besloten voor de toeslag per 1 januari 2025 gebruik te maken van de verruimde mogelijkheden tot toeslagverlening en heeft per genoemde datum de volledige maatstaf van 0,4% (1 januari 2024: 7,55%) toegekend. Dit besluit is genomen in boekjaar 2024. De voorziening pensioen verplichtingen is hierop aangepast per eind 2024.
Voor de onvoorwaardelijke rechten van de tot 1 januari 2010 opgebouwde aanspraken in de excedentregeling is een toeslag verleend van 2,71% per 1 januari 2025 (1 januari 2024: 3,26%). In de technische voorziening is een reservering opgenomen waarbij rekening is gehouden met het uit ramingen van het CPB afgeleide ingroeipad naar een lange termijn prijsinflatie van 2%.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn aan het begin van het verslagjaar 2024 opgerent met 3,44% (2023: 3,26%), op basis van de éénjaarsrente op de interbancaire swapmarkt aan het begin van het verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.
De onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten bedraagt per einde 2024 1,8% (2023: 1,8%) van de verwachte afname van de voorziening pensioenverplichtingen voor het doen van uitkeringen en is bestemd voor het betalen van de uitvoeringskosten.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt op 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de gemiddelde discontovoet. Onderstaand rentepercentage drukt het gemiddelde percentage uit waartegen de voorziening wordt verdisconteerd ultimo boekjaar. Het financiële effect van de verandering van de RTS wordt verantwoord onder het hoofd 'wijziging marktrente' in het verloopoverzicht van de mutatie van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het fonds.
Rentepercentage
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
| Gemiddelde discontovoet | 2,1% | 2,3% |
Wijzigingen actuariële uitgangspunten
In 2024 zijn de onderstaande actuariële uitgangspunten gewijzigd:
- In september 2024 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2024 gepubliceerd. Het fonds is per eind september 2024 overgegaan op deze prognosetafel en dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 47 mln en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,2%-punt.
- Ook heeft een aanpassing van de correctiefactoren op de sterftekansen, ofwel ervaringssterfte, plaatsgevonden. Deze aanpassing is ook per eind september 2024 doorgevoerd en heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 96 mln en daarmee een verlagend effect op de dekkingsgraad van 0,3%-punt.
- Als gevolg van de verlaging van de verwachte AOW-leeftijden daalde de voorziening pensioenverplichtingen per 31 december 2024 met € 7 mln. Dit heeft betrekking op premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid, ingegane tijdelijke nabestaandenpensioenen en ingegane arbeidsongeschiktheidspensioenen. Het effect op de dekkingsgraad is afgerond 0,0%-punt.
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorzieningen | 55 | 109 | ||
| Onttrekking aan de technische voorzieningen | -74 | -70 | ||
| Totaal | -19 | 39 |
Overige mutaties
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat op kanssysteem: | ||||
| - Sterfte | -49 | -34 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | -3 | -36 | ||
| Overige inkoop VPL | 3 | 1 | ||
| Overige technische grondslagen | 10 | 28 | ||
| Totaal | -39 | -41 |
De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieve deelnemers | 16.156 | 196.941 | 15.281 | 188.190 | ||||
| Gewezen deelnemers | 7.404 | 326.030 | 6.672 | 318.559 | ||||
| Pensioengerechtigden | 8.191 | 116.908 | 7.621 | 112.486 | ||||
| Netto pensioenverplichtingen | 31.751 | 639.879 | 29.574 | 619.235 | ||||
| Toekomstige kosten uitvoering pensioenregeling | 572 | 532 | ||||||
| Totaal | 32.323 | 639.879 | 30.106 | 619.235 |
Korte beschrijving pensioenregeling
Deelnemers geboren op of na 1 januari 1950 (Reglement I)
Middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagverlening. De jaarlijkse opbouw van het ouderdomspensioen is 1,788% van de pensioengrondslag. De opbouwperiode loopt van de 21-jarige leeftijd van de deelnemer tot de 68-jarige leeftijd. Ingeval van arbeidsongeschiktheid wordt naar rato van de mate van arbeidsongeschiktheid premievrije deelneming verleend.
Deelnemers geboren vóór 1 januari 1950 (Reglement VI)
Middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagverlening. De regeling van Reglement VI is voor een belangrijk deel vergelijkbaar met Reglement I. De jaarlijkse opbouw van het ouderdomspensioen bedraagt 1,975% van de pensioengrondslag. De opbouwperiode loopt van de 21-jarige leeftijd van de deelnemer tot de 60-jarige leeftijd (oude regeling 21 jaar tot 65 jaar). Voor deelnemers die vanaf 31 maart 2001 tot de (vervroegde) ingangsdatum van het ouderdomspensioen onafgebroken deelnemer waren, is er een overgangsregeling. Het bestuur kan aan deze deelnemers een toeslag toekennen gelijk aan het positieve verschil van het ouderdomspensioen dat zou zijn verkregen bij voortzetting van de tot 1 april 2001 geldende regeling en het op de (vervroegde) ingangsdatum van het ouderdomspensioen daadwerkelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Bij overlijden voor de (vervroegde) ingangsdatum van het ouderdomspensioen kan een vergelijkbare toeslag op het nabestaandenpensioen worden toegekend. Alle deelnemers van voor 1950 zijn inmiddels met pensioen. De regeling wordt in stand gehouden voor de deelnemers die vóór 2006 arbeidsongeschikt zijn geworden en binnen deze regeling premievrije opbouw genieten.
Prepensioenregeling goederenvervoer
De prepensioenregeling geldt per 1 januari 2002. De prepensioenregeling voorziet in een uitkering van 60 (richtleeftijd) tot 65 jaar. Vanaf 1 januari 2006 is deze regeling in het bijzonder van belang voor werknemers geboren tussen 1 april 1947 en 1 januari 1950. Zij bouwden na 1 januari 2006 nog prepensioen op. Alle deelnemers van voor 1950 zijn inmiddels met pensioen.
Een volledig prepensioen, dat voorziet in een uitkering van circa 85% van de prepensioengrondslag, wordt opgebouwd in een deelnemingsperiode van 39 jaar (van 21 tot 60 jaar). Omdat niet iedere werknemer in staat is voldoende prepensioen op te bouwen is door cao-partijen een overgangsregeling in het leven geroepen. Deze overgangsregeling heeft tot doel een aanvulling te geven op het prepensioen. De overgangsregeling is een voorwaardelijke regeling: het bestuur besliste jaarlijks, gegeven de financiële positie van het fonds, of de aanvulling kon worden toegekend aan de deelnemers die in het volgende kalenderjaar de reglementaire datum voor ingang van het overgangsrecht bereiken.
Alle deelnemers van voor 1950 zijn inmiddels met pensioen.
De hoogte van de prepensioenuitkering is afhankelijk van hetgeen aan prepensioen opgebouwd is. Per jaar werd 2,179% aan prepensioen opgebouwd. Het prepensioen werd opgebouwd over het vaste jaarsalaris en over het loon uit een aantal overuren en/of over de uren van het structureel verrichten van arbeid als gevolg van werken in een rouleersysteem volgens een rooster.
Prepensioenregelingen personenvervoer
De prepensioenregeling is van start gegaan op 1 januari 2004 en is per 1 januari 2006 van toepassing op werknemers in de sectoren besloten busvervoer en taxivervoer die geboren zijn vóór 1 januari 1950 en die op 31 december 2003 jonger waren dan 62 jaar.
De prepensioenregeling is met ingang van 1 januari 2006 alleen nog van toepassing op werknemers die geboren zijn vóór 1 januari 1950. Alle deelnemers van voor 1950 zijn inmiddels met pensioen. Bij een volledige opbouwperiode van 41 jaar (21 tot 62 jaar) komt een werknemer op 85% van de gemiddelde prepensioengrondslag uit. Ieder jaar wordt er 2,073% van de prepensioengrondslag van dat jaar opgebouwd. De prepensioenregeling is met ingang van 1 januari 2006 alleen nog van toepassing op werknemers die geboren zijn vóór 1 januari 1950.
Voor werknemers die bij de start van de regeling, 1 januari 2004, ouder dan 21 jaar waren is een overgangsregeling afgesproken. Deze overgangsregeling zorgt voor een aanvulling op het prepensioen tot 85% van de gemiddelde prepensioengrondslag. De overgangsregeling is een voorwaardelijke regeling. Het bestuur beslist jaarlijks, gegeven de financiële situatie van het fonds, of de aanvulling kan worden toegekend aan de deelnemers die in het volgende kalenderjaar de prepensioenleeftijd (62 jaar) bereiken. Het bestuur heeft besloten in 2011 de prepensioenaanspraken uit de overgangsregeling voor de betreffende groep deelnemers volledig toe te kennen.
Toeslagverlening
De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het fonds. Het fonds kent daarbij voorwaardelijke en onvoorwaardelijke toeslag verlening. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen.
Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het fonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het fonds en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.
Inhaaltoeslagen
Indien de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de volledige toeslagengrens kan het bestuur eventueel besluiten om een extra toeslagverlening toe te passen. Daarvan zal alleen sprake kunnen zijn indien in eerdere jaren gekort is op de toeslagverlening en/of vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten heeft plaatsgevonden.
Een eventueel toekomstig voor een extra toeslagverlening beschikbaar budget zal als volgt worden vastgesteld:
- het beschikbare budget is maximaal gelijk aan een vijfde van de overschrijding van de beleidsdekkingsgraad ten opzichte van de volledige toeslagengrens;
- de beleidsdekkingsgraad moet na de extra toeslagverlening het niveau van het vereist eigen vermogen behouden.
De actieve en gewezen deelnemers van het fonds en de uitkeringsgerechtigden kunnen formeel geen aanspraak maken op een extra toeslagverlening als de situatie zoals hierboven beschreven aan de orde is. De reglementen en de ABTN van het fonds kennen geen rechten op inhaaltoeslagen. Het eventueel toch toekennen daarvan is aan het bestuur. Een eventueel in de toekomst voor een extra toeslagverlening beschikbaar komend budget zal op een door het fonds te bepalen wijze worden ingezet voor extra toeslagverlening op pensioenaanspraken en pensioenrechten van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden. Gelet op de financiële situatie van het fonds is extra toeslagverlening niet op korte termijn te verwachten.
(6) Derivaten
(6) Derivaten
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 4.668 | 5.744 | ||
| Totaal | 4.668 | 5.744 |
De derivaten zijn verantwoord conform de hiervoor beschreven grondslagen voor de waardering van derivaten. Per 31 december 2024 bestaan de negatieve posities uit rentederivaten ad € 4.334 mln, valutaderivaten ad € 330 mln en overige derivaten ad € 4 mln. De derivaten worden in de paragraaf risicobeheer toegelicht.
(7) Overige schulden en overlopende activa
(7) Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Nog te verrekenen premies | 46 | 54 | ||
| Beleggingsschulden | 240 | 277 | ||
| Belastingen en premie sociale verzekeringen | 14 | 12 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 7 | 11 | ||
| Totaal | 307 | 354 |
Specificatie Beleggingsschulden
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Cash collateral | 12 | 14 | ||
| Schulden kosten vermogensbeheer | 115 | 227 | ||
| Nog af te wikkelen transacties | 113 | 36 | ||
| Totaal | 240 | 277 |
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
19.7 Risicobeheer
Het fonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. Het bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten ten behoeve van het beheersen van deze risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:
- beleggingsbeleid;
- premiebeleid;
- herverzekeringsbeleid;
- toeslagbeleid.
De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses ten aanzien van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van ALM studies. Een ALM studie is een analyse van de structuur van de pensioenverplichtingen en van verschillende beleggingsstrategieën en de ontwikkeling daarvan in diverse economische scenario's.
De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid moet plaatsvinden. Ze zijn gericht op het beheersen van de volgende belangrijkste (beleggings)risico's.
Solvabiliteitsrisico's
Het belangrijkste risico voor het fonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het fonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen welke door de toezichthouder worden opgelegd.
Indien de solvabiliteit van het fonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het fonds de premie voor de werkgevers en werknemers moet verhogen en het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op opgebouwde pensioenrechten. Op dit moment is de premie overigens al maximaal. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het fonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen.
De solvabiliteit wordt weergegeven door middel van de dekkingsgraad: de marktwaarde van het aanwezige vermogen uitgedrukt in de marktwaarde van de pensioenverplichtingen. Het solvabiliteitsrisico is in feite de combinatie van beleggings- en actuariële risico’s.
Ontwikkeling dekkingsgraad
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per 1 januari | 107,6% | 110,3% | ||
| Premie | 0,7% | 0,7% | ||
| Toeslagverlening | -0,5% | -7,7% | ||
| Rendement | 5,6% | 7,3% | ||
| Wijziging in de rente termijn structuur (RTS) | -2,8% | -3,2% | ||
| Uitkering | 0,2% | 0,2% | ||
| Wijzigingen actuariële grondslagen | 0,5% | 0,1% | ||
| Overige oorzaken | 0,0% | -0,1% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december | 111,3% | 107,6% |
Zoals uit dit overzicht blijkt is de dekkingsgraad in 2024 gestegen. De procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB alle uitgedrukt ten opzichte van de primo dekkingsgraad. Dit zorgt ervoor dat de optelling van primo dekkingsgraad plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de ultimo dekkingsgraad. Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer "overige oorzaken" en betreft de kruiseffecten. In het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de uitschieters in de afzonderlijke resultaatscomponenten groter zijn.
Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient het fonds buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist eigen vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de fondsspecifieke restrisico's (na afdekking).
De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende tekort aan het einde van het boekjaar is als volgt:
| Vereist Eigen Vermogen | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| S1 Renterisico | 1.497 | 1.573 | ||
| S2 Risico zakelijke waarden | 4.285 | 3.960 | ||
| S3 Valutarisico | 1.293 | 1.211 | ||
| S4 Grondstoffenrisico | 0 | 0 | ||
| S5 Kredietrisico | 987 | 889 | ||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 991 | 922 | ||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0 | 0 | ||
| S8 Concentratierisico | 0 | 0 | ||
| S9 Operationeel risico | 0 | 0 | ||
| S10 Actief beheerrisico | 202 | 197 | ||
| Diversificatie-effect | -3.354 | -3.193 | ||
| Vereist Eigen Vermogen per 31 december | 5.901 | 5.559 |
Het vereist eigen vermogen wordt als volgt berekend:
Het vereist eigen vermogen wordt bepaald op basis van de strategische beleggingsmix. Het vereist eigen vermogen op basis van de strategische mix uitgedrukt in percentages bedraagt ultimo 2024 18,3% (2023: 18,5%). Het vereist eigen vermogen op basis van de feitelijke beleggingsmix bedraagt ultimo 2024 18,9% (2023: 18,1%).
Beleggingsrisico
De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico.
Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin het fonds op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (zogeheten manager- en custodyrisico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, welke in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het bestuur. Het bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek aan het bestuur gerapporteerd.
Renterisico (S1)
Renterisico is het risico op een verandering in de dekkingsgraad als gevolg van een verandering van de rente. Zonder afdekking van dit risico stijgt de marktwaarde van de pensioenverplichtingen bij een rentedaling harder dan de marktwaarde van de beleggingen; bij een rentestijging doet zich het omgekeerde effect voor. Dat komt doordat de pensioenverplichtingen een veel langere gemiddelde looptijd hebben. Doorgaans geldt: hoe langer de looptijd, hoe rentegevoeliger.
Het beleid van het fonds is er op gericht om het renterisico voor 58% (op marktwaarde basis) af te dekken (2023: 58%). Besloten is om voor de renteafdekking te sturen op marktwaarde basis, omdat het lastig is om een normportefeuille te creëren gebaseerd op van toepassing zijnde UFR-methodiek. Het fonds realiseert de afdekking van renterisico door langlopende (staats)obligaties te kopen en gebruik te maken van rentederivaten (interest rate swaps). Hiermee wordt de rentegevoeligheid van de beleggingsportefeuille meer in lijn gebracht met die van de pensioenverplichtingen. De werkelijke afdekking ultimo 2024 bedraagt 58% (2023: 56%).
Het fonds maakt gebruik van rentederivaten om de renteafdekking efficiënt en tegen lage kosten uit te voeren. Het gebruik van derivaten brengt wel additionele risico's met zich mee zoals tegenpartij-, liquiditeit- en juridisch risico. Deze risico's zijn aan de hand van door het bestuur geformuleerde randvoorwaarden tot aanvaardbare niveaus gebracht en vormen onderdeel van de continue risicomonitoring.
De duration en het effect van de renteafdekking kan als volgt worden samengevat:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarde | Duration | Waarde | Duration | |||||
| Vastrentende waarden (vóór derivaten) | 20.534 | 8,1 | 18.823 | 5,1 | ||||
| Vastrentende waarden (na derivaten) | 20.534 | 21,1 | 18.823 | 21,5 | ||||
| Technische voorzieningen | 32.323 | 21,3 | 30.106 | 21,1 |
De samenstelling van de vastrentende waarden naar resterende contractuele looptijd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar | 3.178 | 15,5% | 2.885 | 15,2% | ||||
| Resterende looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | 4.610 | 22,5% | 6.955 | 36,9% | ||||
| Resterende looptijd > 5 jaar en < 10 jaar | 4.363 | 21,2% | 6.460 | 34,3% | ||||
| Resterende looptijd > 10 jaar en < 20 jaar | 4.742 | 23,1% | 1.385 | 7,5% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar en < 30 jaar | 3.562 | 17,3% | 968 | 5,1% | ||||
| Resterende looptijd > 30 jaar | 79 | 0,4% | 170 | 0,9% | ||||
| Totaal | 20.534 | 100,0% | 18.823 | 100,0% |
In 2024 is in staatsobligaties met langere looptijden belegd met als effect een toename van de duratie van de vastrentende waarden. Hierdoor is een groter deel van het renterisico met vastrentende waarden afgedekt en minder met derivaten.
De presentatie van de vastrentende waarden in bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van het fonds en het hiermee samenhangende beleid en ter vergelijking met de looptijden van de verplichtingen zoals in onderstaand overzicht weergegeven.
De resterende looptijd van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds kan als volgt worden weergegeven:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar | 691 | 2,1% | 648 | 2,2% | ||||
| Resterende looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | 2.826 | 8,7% | 2.614 | 8,7% | ||||
| Resterende looptijd > 5 jaar en < 10 jaar | 3.997 | 12,4% | 3.702 | 12,3% | ||||
| Resterende looptijd > 10 jaar en < 20 jaar | 8.831 | 27,3% | 8.287 | 27,5% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar en < 30 jaar | 7.442 | 23,0% | 7.033 | 23,4% | ||||
| Resterende looptijd > 30 jaar | 8.536 | 26,4% | 7.822 | 26,0% | ||||
| Totaal | 32.323 | 100,0% | 30.106 | 100,0% |
Risico zakelijke waarden (S2)
Het marktrisico is het risico dat de waarde van de beleggingen in de portefeuille verandert als gevolg van veranderingen in de desbetreffende marktprijzen. Het zakelijke waardenrisico heeft voornamelijk betrekking op de aandelen- en vastgoedportefeuilles van het fonds.
Het marktrisico wordt gemitigeerd door spreiding van de beleggingsportefeuille over verschillende categorieën, regio’s, landen en sectoren.
Om goede spreiding te borgen legt het fonds haar externe managers richtlijnen op waardoor ook binnen mandaten bovengenoemde spreiding gerealiseerd wordt. Controle op naleving van deze richtlijnen vindt plaats aan de hand onafhankelijke rapportages van de custodian van het fonds
Valutarisico (S3)
Valutarisico is het risico dat de waarde van de beleggingen die in vreemde valuta luiden verandert als gevolg van veranderingen in valutakoersen. Conform het beleid van het fonds zijn in 2024 de valutaposities van de normportefeuille in de Amerikaanse dollar, het Britse pond en de Japanse yen voor 75% (2023: 75%) afgedekt.
De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| (bedragen x € 1.000.000) | Vastgoed | Aandelen | Vastrentende waarden vóór afdekking | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal voor afdekking | Valuta-derivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EUR | 2.174 | 1.380 | 13.625 | -2.122 | 1.483 | 16.541 | 9.884 | 26.425 | ||||||||
| GBP | 0 | 452 | 298 | 0 | 8 | 758 | -630 | 128 | ||||||||
| JPY | 0 | 1.540 | 2 | 0 | 0 | 1.542 | -1.060 | 481 | ||||||||
| USD | 0 | 6.002 | 5.378 | 3 | 188 | 11.570 | -8.642 | 2.928 | ||||||||
| Overige | 0 | 2.605 | 1.231 | -9 | 0 | 3.827 | 156 | 3.983 | ||||||||
| Totaal | 2.174 | 11.979 | 20.534 | -2.128 | 1.679 | 34.238 | -292 | 33.945 |
De valutapositie op 31 december 2023 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| (bedragen x € 1.000.000) | Vastgoed | Aandelen | Vastrentende waarden vóór afdekking | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal voor afdekking | Valuta-derivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EUR | 1.738 | 1.322 | 12.637 | -2.958 | 1.874 | 14.613 | 8.558 | 23.171 | ||||||||
| GBP | 0 | 406 | 331 | -4 | 10 | 743 | -635 | 108 | ||||||||
| JPY | 0 | 1.339 | 0 | -17 | 0 | 1.322 | -967 | 355 | ||||||||
| USD | 0 | 4.779 | 4.664 | 196 | 241 | 9.880 | -7.099 | 2.781 | ||||||||
| Overige | 0 | 2.145 | 1.191 | -6 | 0 | 3.330 | 309 | 3.639 | ||||||||
| Totaal | 1.738 | 9.991 | 18.823 | -2.789 | 2.125 | 29.888 | 166 | 30.054 |
Prijsrisico
Prijsrisico is het risico van waardewijzigingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren.
Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het fonds. In aanvulling hierop maakt het fonds voor afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.
De segmentatie van de aandelen naar regio is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 2.355 | 19,7% | 2.341 | 23,4% | ||||
| Noord-Amerika | 5.894 | 49,2% | 4.504 | 45,1% | ||||
| Pacific Azië | 1.740 | 14,5% | 1.525 | 15,3% | ||||
| Australië en Nieuw Zeeland | 225 | 1,9% | 208 | 2,1% | ||||
| Emerging Markets | 1.765 | 14,7% | 1.413 | 14,1% | ||||
| Totaal | 11.979 | 100,0% | 9.991 | 100,0% |
De segmentatie van de aandelen naar sectoren is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 191 | 1,6% | 270 | 2,7% | ||||
| Industrie | 1.395 | 11,6% | 1.156 | 11,6% | ||||
| Technologie | 2.914 | 24,3% | 2.101 | 21,0% | ||||
| Gezondheidszorg | 1.192 | 9,9% | 1.223 | 12,2% | ||||
| Telecommunicatie | 1.161 | 9,7% | 807 | 8,1% | ||||
| Nutsbedrijven | 132 | 1,1% | 132 | 1,3% | ||||
| Basismaterialen | 413 | 3,4% | 451 | 4,5% | ||||
| Financiële instellingen (w.o. banken en verzekeraars) | 2.327 | 19,4% | 1.844 | 18,5% | ||||
| Handel | 1.984 | 16,6% | 1.783 | 17,9% | ||||
| Diversen | 270 | 2,3% | 224 | 2,2% | ||||
| Totaal | 11.979 | 100,0% | 9.991 | 100,0% |
De segmentatie van de vastgoedbeleggingen naar aard van het vastgoed is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Woningen | 38 | 1,8% | 38 | 2,2% | ||||
| Particpaties in vastgoedmaatschappijen | 2.136 | 98,2% | 1.700 | 97,8% | ||||
| Totaal | 2.174 | 100,0% | 1.738 | 100,0% |
De segmentatie van vastgoed naar regio is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 1.983 | 91,2% | 1.542 | 88,7% | ||||
| Wereldwijd | 191 | 8,8% | 196 | 11,3% | ||||
| Totaal | 2.174 | 100,0% | 1.738 | 100,0% |
Grondstoffenrisico (S4)
Het fonds belegde in 2024 net als in 2023 niet in grondstoffen en loopt derhalve geen direct grondstoffenrisico.
Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het fonds als gevolg van faillissement of andere vormen van betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het fonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld herverzekeraars.
Het fonds belegt voor een groot deel van de vastrentende waarden in staatsobligaties met een hoge kredietwaardigheid.
Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het fonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het fonds financiële verliezen lijdt.
Beheersing van dit risico door het fonds vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau. Dat wil zeggen: met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het fonds, het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij hypothecaire geldleningen en het uitlenen van effecten alsmede het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het fonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het fonds enkel gewerkt met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA-overeenkomsten zijn afgesloten, zodat posities van het fonds adequaat worden afgedekt door onderpand.
Het kredietrisico ten aanzien van de te ontvangen pensioenpremies is gespreid over een groot aantal verschillende werkgevers.
De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 13.942 | 67,9% | 13.050 | 69,3% | ||||
| Noord-Amerika | 3.773 | 18,4% | 3.297 | 17,5% | ||||
| Pacific Azië | 165 | 0,8% | 129 | 0,7% | ||||
| Australië en Nieuw Zeeland | 65 | 0,3% | 37 | 0,2% | ||||
| Emerging Markets | 2.298 | 11,2% | 2.209 | 11,7% | ||||
| Overige | 291 | 1,4% | 100 | 0,5% | ||||
| Totaal | 20.534 | 100,0% | 18.823 | 100,0% |
De kredietwaardigheid van veel marktpartijen wordt ook door rating agencies beoordeeld. De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals aan einde van het boekjaar is gepubliceerd door Standard & Poors, Moody’s en Fitch, is als volgt:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 10.565 | 51,5% | 9.771 | 51,9% | ||||
| AA | 1.606 | 7,8% | 1.540 | 8,2% | ||||
| A | 1.497 | 7,3% | 1.346 | 7,2% | ||||
| BBB | 2.550 | 12,4% | 2.483 | 13,2% | ||||
| <BBB | 3.633 | 17,7% | 3.348 | 17,8% | ||||
| Geen rating | 683 | 3,3% | 335 | 1,8% | ||||
| Totaal | 20.534 | 100,0% | 18.823 | 100,0% |
De beleggingen met rating < BBB en zonder rating betreffen met name beleggingen in hoogrentende leningen.
Verzekeringstechnisch risico (S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven), arbeidsongeschiktheid en het toeslagrisico.
Gezien de omvang van het fonds wordt het grootste deel van de verzekeringstechnische risico’s niet herverzekerd. Uitzonderingen hierop zijn de Anw- en WIA-excedentregelingen, die wel volledig zijn herverzekerd. Bij deze verzekeringen geldt geen winstdeling.
Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.
Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het fonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor door het fonds geen voorzieningen zijn getroffen.
Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het fonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen ('schadereserve'). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien.
Toeslagrisico
Het toeslagrisico omvat het risico dat de ambitie van het bestuur om toeslagen op pensioen toe te kennen in relatie tot de algemene prijsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten) echter, afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad van het fonds.
Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is.
Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het fonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies.
Het fonds heeft meer liquiditeiten en snel liquide te maken instrumenten beschikbaar dan in een extreem scenario noodzakelijk is. Het liquiditeitsrisico voor het fonds is derhalve beperkt. Dit is onder meer bereikt door effecten zoals obligaties van Nederland en Duitsland te gebruiken als onderpand voor de rentederivaten, in plaats van 'cash'. Het fonds zal door deze keuze niet snel geconfronteerd worden met een onverwachte vraag naar liquide middelen door een extreme beweging in de rente. Het liquiditeitsrisico vanuit valutaderivaten is gespreid doordat daar gekozen is voor een dakpanstructuur. Maandelijks loopt éénderde deel van de valuta-afdekking af, zodat het afrekenen van de waardeontwikkeling van de contracten in de tijd is gespreid.
Per 31 december 2024 belegt het fonds voor € 30.279 mln. (2023: € 26.950 mln.) in beleggingen met een directe marktnotering, die snel liquide te maken zijn. De aanwezige liquiditeit is derhalve meer dan voldoende om in de mogelijke liquiditeitsvraag in een extreem scenario te kunnen voorzien.
Tenslotte zijn de premie-inkomsten hoger dan de pensioenuitkeringen. Kas in- en uitstromen uit de reguliere bedrijfsvoering zijn bekend: per saldo is het fonds netto ontvanger van liquide middelen.
In het ultieme geval dat het fonds onmiddellijk en onvoorzien meer liquiditeiten nodig zou hebben dan beschikbaar is of op korte termijn vrijgemaakt kan worden, is een krediet faciliteit van € 50 mln. beschikbaar bij de custodian.
Concentratierisico (S8)
Concentraties kunnen ertoe leiden dat het fonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt.
Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.
Om concentraties in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio’s, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door het fonds vastgesteld op basis van een ALM-studie en zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders. Het bestuur monitort op maandelijkse basis de naleving hiervan op basis van de rapportages van de risicomanager van het fonds en van de vermogensbeheerder.
Er zijn enkele grote posten binnen de vastrentende waarden, met overwegend een AAA rating. Deze posten hebben een zeer beperkt risico. Het betreft de volgende posities:
| (bedragen x € 1.000.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Duitse Staatsobligaties | 4.479 | 10,9% | 4.054 | 10,5% | ||||
| Nederlandse Staatsobligaties | 4.301 | 10,5% | 4.094 | 10,6% | ||||
| Stichting PVF Particuliere Hypotheekfonds | 1.400 | 3,4% | 1.340 | 3,5% | ||||
| De Munt Nederlands Hypotheken Fonds PFV | 1.122 | 2,7% | 1.001 | 2,6% | ||||
| Totaal | 11.302 | 27,6% | 10.489 | 27,3% |
Binnen de pensioenverplichtingen van het fonds kan de demografische opbouw van de deelnemers een concentratierisico vormen. Gegeven de aard is dit risico niet te beïnvloeden.
Zonder weging naar technische voorziening is de verhouding tussen mannen en vrouwen in het fonds ultimo 2024 gelijk aan 79%/21% (2023: 79%/21%). De gemiddelde leeftijd bedraagt 52,8 jaar (2023: 52,8 jaar), waarbij sprake is van een gelijkmatige leeftijdsspreiding. Indien gewogen wordt naar technische voorziening is de verhouding tussen mannen en vrouwen in het fonds 87%/13% (2023: 87%/13%). De gewogen gemiddelde leeftijd bedraagt 57,9 jaar (2023: 57,9 jaar).
Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het fonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken.
De beleggingsportefeuille wordt beheerd door Achmea Investment Management en de feitelijke uitvoering is ondergebracht bij 23 vermogensbeheerders. Met al deze partijen zijn overeenkomsten en service level agreements (SLA) gesloten. De afhankelijkheid van deze partijen wordt beheerst doordat de bewaring van de stukken uit de portefeuille is ondergebracht bij een custodian, Northern Trust.
De pensioenuitvoering is uitbesteed aan pensioenuitvoerder TKP. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement (SLA) gesloten.
Het bestuur beoordeelt periodiek de kwaliteit van de uitvoering van het vermogensbeheer en pensioenbeheer door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402-rapportages).
Het bestuursbureau ondersteunt het bestuur bij de uitvoering van haar activiteiten. De sleutelprocessen hebben betrekking op beleid, de regie en monitoring van de uitbesteding, de bestuursondersteuning en overige zaken die vanuit wet- en regelgeving moeten worden geborgd. Deze processen zijn opgenomen in het bestuursbureau control framework dat periodiek wordt getoetst.
Aangezien hiermee sprake is van adequate beheersing van de operationele risico's worden door het fonds hiervoor geen buffers aangehouden in de solvabiliteitstoets.
Actief beheerrisico (S10)
De mate waarin het actieve beleggingsbeleid bijdraagt aan het totale risico van de beleggingen is mede afhankelijk van de correlatie die verondersteld wordt te bestaan tussen het benchmark rendement en het extra rendement als gevolg van actief beheer. Het actief beheer risico is bij het fonds beperkt, maar is toch meegenomen in de bepaling van het vereist eigen vermogen.
Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het fonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor het fonds niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.
Derivaten
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van financiële derivaten. Hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van het fonds. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico zo veel mogelijk af te dekken.
Derivaten hebben als voornaamste risico's het kredietrisico en valutarisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand. Gebruik kan worden gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:
- Futures: dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische beleggingsbeleid.
- Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
- Swaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan het fonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.
Onderstaande tabellen geven een samenvatting van de derivatenposities op achtereenvolgens 31 december 2024 en 31 december 2023.
| 2024 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (bedragen x € 1.000.000) | Gemiddelde looptijd | Contract- omvang |
Saldo waarde |
Positieve waarde |
Negatieve waarde |
|||||
| Rentederivaten | 0 – 50 jaar | 8.737 | -2.128 | 2.207 | 4.335 | |||||
| Valutaderivaten | < 1 jaar | 12.598 | -293 | 37 | 330 | |||||
| Overige derivaten | 0 - 30 jaar | 422 | -1 | 3 | 4 | |||||
| Totaal | 21.757 | -2.422 | 2.247 | 4.668 |
| 2023 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (bedragen x € 1.000.000) | Gemiddelde looptijd | Contract- omvang |
Saldo waarde |
Positieve waarde |
Negatieve waarde |
|||||
| Rentederivaten | 0 – 50 jaar | 11.763 | -2.793 | 2.901 | 5.693 | |||||
| Valutaderivaten | < 1 jaar | 11.851 | 166 | 213 | 47 | |||||
| Overige derivaten | 0 - 40 jaar | 298 | 4 | 7 | 4 | |||||
| Totaal | 23.911 | -2.623 | 3.121 | 5.744 |
De ontvangen zekerheden van € 8 mln (2023: € 150 mln) zijn in de vorm van cash.
De gestelde zekerheden van € -2.888 mln (2023: € -2.502 mln) omvatten voor € -1.452 mln Duitse en Nederlandse staatsobligaties die een AAA-rating hebben conform de met tegenpartijen gesloten overeenkomsten (ISDA/CSA).
Daarnaast zijn er nog gestelde zekerheden van € -1.436 mln in de vorm van cash.
19.8 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Langlopende contractuele verplichtingen
Het fonds heeft een uitbestedingsovereenkomst gesloten met TKP Pensioen B.V. Het betreft een langlopende overeenkomst inzake pensioenadministratie en bestuursondersteuning die per 1 januari 2025 met twee jaar is verlengd. De vergoeding voor 2024 bedraagt € 19 mln.
Het fonds heeft in 2020 een risicoherverzekering ANW-Hiaat afgesloten met Zwitserleven. Het betreft een langlopende overeenkomst voor een periode van vijf jaar vanaf 1 januari 2021. De premie voor 2024 bedraagt € 2 mln (2023: € 2 mln).
Het fonds heeft daarnaast de met Nationale Nederlanden afgesloten WIA-excedentverzekering ingaande 1 januari 2024 verlengd voor een periode van drie jaar. Er zijn op balansdatum 28 werkgevers met in totaal 127 deelnemers die vrijwillig meedoen aan de WIA-excedentregeling. De premie voor 2024 bedraagt afgerond € 0 mln (2023: € 0 mln).
Ultimo 2024 bedroegen de investeringstoezeggingen in vastgoed, hypotheken en de overige beleggingen in totaal € 827 mln (2023: € 952 mln). Het gaat om een toezegging van € 211 mln bij De Munt Hypotheken, € 177 mln bij ILX, € 170 mln bij Hines European Core Fund, € 98 mln bij Altera en € 170 mln bij ASR.
Het fonds heeft kantoorruimte gehuurd voor de huisvesting van het bestuursbureau. Met de verhuurder is een huurcontract gesloten met een looptijd tot en met 31 december 2027. De totale verplichting voor de resterende looptijd van het contract bedraagt € 0,6 mln.
Verstrekte zekerheden en garanties
Het fonds heeft een bankgarantie afgegeven van € 49.781 aan de verhuurder van het kantoor aan het Prinses Margrietplantsoen 89 in Den Haag.
19.9 Verbonden partijen
Identiteit van verbonden partijen
Er is sprake van een relatie tussen het fonds en het bestuur van het fonds.
Transacties met (voormalige) bestuurders
Inzake de beloning van bestuurders wordt verwezen naar de toelichting bij de pensioenuitvoeringskosten. Het fonds heeft geen leningen verstrekt aan de (voormalige) bestuurders. Ook heeft het fonds geen vorderingen op de (voormalige) bestuurders.
Overige transacties met werkgevers
Het fonds heeft een Uitvoeringsreglement afgesloten met de verplicht aangesloten werkgevers en een Uitvoeringsovereenkomst met de vrijwillig aangesloten werkgevers.
Er wordt door het fonds ultimo boekjaar niet belegd in deelnemende partijen.
Deelname in de pensioenregeling
De bestuurders van het pensioenfonds nemen niet deel in de pensioenregeling van het fonds, tenzij ze als werknemer bij één van de aangesloten werkgevers werkzaam zijn.
19.10 Toelichting op de staat van baten en lasten
(8) Premiebijdrage voor risico pensioenfonds
(8) Premiebijdrage voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Verplichte bijdrage | 1.404 | 1.350 | ||
| Aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering | 34 | 40 | ||
| Overige | 0 | 23 | ||
| Totaal | 1.438 | 1.413 | ||
De premieopbrengsten zijn niet gesplitst naar een werkgevers- en een werknemersdeel, omdat de totale premie volgens overeenkomst aan de werkgevers in rekening wordt gebracht. Een deel van de premie wordt door de werkgevers ingehouden op het salaris van de werknemers.
De premiebijdragen zijn gebaseerd op een doorsneepremie. Deze zogenaamde combiheffing wordt op basis van vooraf bepaalde verdeelsleutels toegerekend aan de diverse regelingen.
Het premiebeleid van het fonds is als volgt. De kostendekkendheid van de premie wordt getoetst op basis van het toekomstige verwacht rendement (inclusief een afslag voor toekomstige toeslagverlening). Het rendement op vastrentende waarden is voor 5 jaar vastgezet op basis van de DNB RTS per 30 september 2022. Voor de berekening van de gedempte kostendekkende premie is 30 september 2024 als referentiepunt gebruikt.
De premie voor het Goederenvervoer en Kraanverhuur bedraagt 30% in 2024, de deelnemersbijdrage is 10,16% van de pensioengrondslag. In het Besloten Busvervoer bedraagt de premie 30% in 2024, de deelnemersbijdrage is 12,19% van de pensioengrondslag. De premie voor de sector Taxivervoer bedraagt in 2024 30%, de deelnemersbijdrage is 12,25% van de pensioengrondslag. De premie voor de sector Orsima is 30% in 2024, de deelnemersbijdrage is 12%. De premiepercentages zijn niet aangepast ten opzichte van 2023.
Kostendekkende, gedempte en feitelijke premie
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Kostendekkende premie | 1.354 | 1.273 | ||
| Gedempte premie | 1.254 | 1.144 | ||
| Feitelijke premie | 1.436 | 1.390 |
Samenstelling kostendekkende premie
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor pensioenopbouw | 1.130 | 1.067 | ||
| Opslag voor instandhouding van het vereist eigen vermogen | 210 | 194 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 14 | 12 | ||
| Totaal | 1.354 | 1.273 |
De aan het boekjaar toe te rekenen feitelijke premie is als bate in de staat van baten en lasten verantwoord.
Samenstelling gedempte premie
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Inkoop nominale pensioenen | 653 | 606 | ||
| Opslag voor in stand houden c.q. op peil brengen van vereist eigen vermogen | 125 | 108 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 16 | 12 | ||
| Bijdrage aan voorwaardelijke onderdelen | 460 | 418 | ||
| Totaal | 1.254 | 1.144 |
Samenstelling feitelijke premie
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Verschuldigde premie | 1.436 | 1.390 | ||
| Totaal | 1.436 | 1.390 | ||
Het verschil tussen de gedempte kostendekkende premie en de actuariële premie uit de analyse van het resultaat is voornamelijk het gevolg van de hogere rekenrente in de gedempte kostendekkende toetspremie, die is gebaseerd op het verwachte rendement inclusief een afslag voor toeslagverlening. Vergelijking van de kostendekkende toetspremie op grond van het FTK en de verschuldigde premie leidt tot een resultaat van € 182 mln. De kostendekkende toetspremie is in 2024 voldaan. De verschuldigde premie is daarmee kostendekkend.
(9) Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
(9) Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds 2024
| (bedragen x € 1.000.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 15 | 125 | -1 | 139 | ||||
| Aandelen | 229 | 1.894 | -22 | 2.101 | ||||
| Vastrentende waarden | 628 | 367 | -28 | 967 | ||||
| Derivaten | -160 | -307 | -2 | -469 | ||||
| Overige beleggingen | 86 | 76 | -25 | 137 | ||||
| Totaal | 798 | 2.155 | -78 | 2.875 |
De kosten van vermogensbeheer omvatten de kosten die door de custodian, vermogensbeheerder(s) en overige dienstverleners direct bij het fonds in rekening zijn gebracht. Deze kosten bestaan voor € 55 mln uit vaste vergoedingen inzake management fees. De overige vermogensbeheerkosten omvatten de kosten voor fiduciair beheer € 10 mln, bewaarloon € 3 mln, bestuur- en bestuursbureaukosten € 3 mln en overig € 7 mln.
De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten. Voor zover transactiekosten niet precies bepaald kunnen worden is een schatting daarvoor opgenomen. Deze opmerkingen gelden ook voor de kosten vermogensbeheer die binnen de beleggingsfondsen worden verrekend (€ 26 mln).
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds 2023
| (bedragen x € 1.000.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 0 | -95 | 0 | -95 | ||||
| Aandelen | 246 | 1.114 | -26 | 1.334 | ||||
| Vastrentende waarden | 518 | 735 | -23 | 1.230 | ||||
| Derivaten | -175 | 559 | -2 | 382 | ||||
| Overige beleggingen | 108 | 24 | -22 | 110 | ||||
| Totaal | 697 | 2.337 | -73 | 2.961 |
(10) Overige baten
(10) Overige baten
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Interest | 3 | 0 | ||
| Andere baten | 1 | 0 | ||
| Totaal | 4 | 0 |
(11) Pensioenuitkeringen
(11) Pensioenuitkeringen
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Ouderdomspensioen | 530 | 464 | ||
| Prepensioen | 5 | 5 | ||
| Partnerpensioen | 104 | 91 | ||
| Wezenpensioen | 3 | 3 | ||
| Arbeidsongeschiktheidspensioen | 29 | 25 | ||
| Afkopen | 11 | 15 | ||
| Totaal | 682 | 603 |
De post 'afkopen' betreft de afkoop van pensioenen die individueel lager zijn dan € 592,51 (2023: € 594,89) per jaar.
(12) Pensioenuitvoeringskosten
(12) Pensioenuitvoeringskosten
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Bestuurskosten | 1 | 1 | ||
| Administratiekostenvergoeding | 19 | 16 | ||
| Contributies en bijdragen | 2 | 1 | ||
| Dwangsommen en boetes | 0 | 0 | ||
| Personeelskosten | 5 | 5 | ||
| Overige kosten | 4 | 3 | ||
| Algemene kosten toe te rekenen aan beleggingsrendement | -5 | -4 | ||
| Totaal | 26 | 22 |
Kosten uitvoering
De kosten van de uitvoering van de pensioenregeling bestaan uit de kosten van de werkzaamheden van TKP aan wie de uitvoering van de regeling is uitbesteed, de kosten van het bestuur, kosten van het Bestuursbureau en de kosten van het toezicht.
Bezoldiging bestuurders
De bezoldiging voor de (voormalige) bestuurders tezamen bedraagt € 705 duizend (2023: € 694 duizend). Er wordt per bestuurder een vast bedrag aan vacatiegeld toegekend. Aan betrokkenen zijn geen leningen, voorschotten of garanties verstrekt.
Accountantshonoraria
De onafhankelijke accountant is PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Op grond van artikel 382a Titel 9 Boek 2 BW is de vermelding van de honoraria van de onafhankelijke accountant als volgt weergeven:
| 2024 (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | |
|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 241 | |
| Totaal | 241 |
| 2023 (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | |
|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 238 | |
| Totaal | 238 |
Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij de stichting zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2024 en 2023, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Genoemde honoraria omvatten tevens de controle van de DNB-staten en de assurancewerkzaamheden voor de z-score en normportefeuille. Er zijn geen andere opdrachten verricht door de onafhankelijke accountant.
Personeelskosten Bestuursbureau
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Salarissen medewerkers | 2.971 | 2.790 | ||
| Pensioenlasten | 531 | 449 | ||
| Sociale lasten | 345 | 284 | ||
| Totaal | 3.847 | 3.522 |
Het aantal personeelsleden in dienst van het fonds is 23 (2023: 25). Er zijn geen personeelsleden in het buitenland werkzaam. Daarnaast worden beheeractiviteiten op basis van een uitvoeringsovereenkomst verricht door personeel in dienst van de pensioenuitvoerder dan wel de vermogensbeheerder.
De personeelsleden van het bestuursbureau voeren werkzaamheden uit in het kader van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Van de bovenstaande personeelskosten is € 2,1 mln ofwel 55,4% (2023: € 2,0 mln ofwel 56,3%) toegerekend aan de kosten van het vermogensbeheer. De resterende personeelskosten zijn opgenomen onder de pensioenuitvoeringskosten.
Algemene kosten toegewezen aan vermogensbeheer
In het kader van de aanbevelingen t.a.v. de kostenbehandeling van de Pensioenfederatie wordt een deel van de totale kosten toegerekend aan vermogensbeheer. Deze post bedraagt in 2024 € 5,0 mln (2023: € 4,4 mln). De kosten bestuursbureau worden voor 55,4% (2023: 56,3%) toegerekend aan vermogensbeheer. De kosten voor bestuur en commissies, externe adviseurs en toezichthouders worden voor 50% toegerekend. De actuariële adviesdiensten worden voor 25% toegerekend aan vermogensbeheer, de overige posten voor 50%. Deze kosten maken in de jaarrekening onderdeel uit van de pensioenuitvoeringskosten.
(13) Saldo herverzekering
(13) Saldo herverzekering
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premie herverzekering | 2 | 2 | ||
| Uitkeringen uit hoofde van herverzekeringen | -2 | -2 | ||
| Totaal | 0 | 0 |
(14) Saldo overdracht van rechten
(14) Saldo overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Inkomende waardeovernames | -24 | -34 | ||
| Inkomende waardeovernames klein pensioen | -16 | -71 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten | 38 | 53 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten klein pensioen | 15 | 17 | ||
| Totaal | 13 | -35 | ||
Waardeoverdracht betreft de ontvangst van of overdracht aan pensioenfonds of pensioenverzekeraar van respectievelijk de vorige of nieuwe werkgever van de contante waarde van premievrije pensioenaanspraken van deelnemers, die tot de ontslagdatum zijn opgebouwd.
(15) Overige lasten
(15) Overige lasten
| (bedragen x € 1.000.000) | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie voorziening dubieuze debiteuren | -2 | 8 | ||
| Overige | 0 | 2 | ||
| Totaal | -2 | 10 |
19.11 Gebeurtenissen na balansdatum
De verplichtstelling voor Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart is geëindigd op 31 december 2024. Pensioenfonds Rijn- en Binnenvaart heeft besloten om niet zelfstandig als gesloten pensioenfonds door te gaan en alle opgebouwde pensioenen (tot 1 januari 2025) en ingegane pensioenen over te dragen aan Stichting Pensioenfonds Vervoer per 1 januari 2025. De bedoeling is de overdracht op 1 oktober 2025 te laten plaatsvinden.
Den Haag, 17 april 2025
Het bestuur,
Dhr. F. Veltink
Dhr. J. Spaans
Mw. I.V. Hermans
Mw. W. Westerborg
Dhr. P.A. Stork
Dhr. L.C.A. Scheepens
Mw. J.G.E. van Leeuwen
Mw. E.M.A. van der Weiden
Dhr. E. van Aggele
De raad van toezicht, ten blijke van goedkeuring van het bestuursbesluit tot vaststelling van de jaarrekening over 2024
Dhr. M.G. Jekel
Mw. E.E.H.C. van den Bosch
Dhr. R.J. Schreur