Spring naar inhoud

Governance

Governance

7.1 CODE PENSIOENFONDSEN

Pensioenfonds Vervoer onderschrijft het belang van goed pensioenfondsbestuur. Sinds het verschijnen van de Code Pensioenfondsen (‘de Code’) streeft het fonds ernaar om de daarin opgenomen normen toe te passen. De naleving van de Code vormt voor Pensioenfonds Vervoer een continu proces. Minimaal één keer per jaar, aan het einde of vlak na afloop van elk kalenderjaar, bespreekt elk fondsorgaan de status van de naleving van de Code. Met dit jaarverslag leggen we verantwoording af over de naleving van de Code Pensioenfondsen 2024.

Waar het fonds afwijkt van de Code Pensioenfondsen leggen we dat volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit’-principe expliciet uit in dit hoofdstuk.

Per 1 januari 2024 is de nieuwe Code Pensioenfondsen van kracht, waarbij 2024 gold als een overgangsjaar. Pensioenfonds Vervoer heeft 2024 benut om de nieuwe normen te implementeren, voor zover deze niet al door het fonds werden toegepast. Het fonds heeft onder meer de statuten gewijzigd ten aanzien van de regeling voor de derde zittingstermijnen van leden van het bestuur en het verantwoordingsorgaan (VO). Eind 2024 stelde het bestuur vast dat de Code Pensioenfondsen 2024 nagenoeg volledig bij Pensioenfonds Vervoer was geïmplementeerd, waarbij op onderdelen van enkele normen de implementatie in 2024 is gestart en deze in 2025 zal worden afgerond. Dit beschrijven we in deze paragraaf. 

Voorkeur voor belanghebbenden

Een nieuwe norm in de Code Pensioenfondsen is norm 4, die bepaalt dat een pensioenfonds zich dient te verdiepen in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden, deze voorkeuren betrekt bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en daarover met de belanghebbenden in gesprek gaat. Dit is weliswaar een nieuwe norm in de Code, maar voor Pensioenfonds Vervoer levert dit geen nieuwe werkwijze op.
Zo leveren de spreekuren en werkgeversbijeenkomsten van de pensioenconsulenten sinds jaar en dag waardevolle inzichten op in de voorkeuren van belanghebbenden. In hoofdstuk 10 over communicatie lichten we dit nader toe.
Daarnaast voert Pensioenfonds Vervoer jaarlijks enquêtes uit onder werkgevers, deelnemers, gewezen deelnemers en (recent) gepensioneerden. Uit deze enquêtes is gebleken dat het draagvlak voor de pensioenregeling van het fonds onverminderd groot is ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit geldt ook voor het draagvlak voor maatschappelijk verantwoord beleggen.
In 2024 is de groep geënquêteerden, mede met het oog op de ontwikkeling van de nieuwe strategie, uitgebreid met andere pensioengerechtigden (zoals nabestaanden met een ingegaan partnerpensioen, arbeidsongeschikten en al langer gepensioneerden).
In de enquête zijn ook enkele waarden die het bestuur heeft geformuleerd voorgelegd. De uitkomsten laten zien dat de meeste deelnemers graag zelf invloed willen uitoefenen op het pensioen, maar niet tot in het extreme. Respondenten willen wel graag geïnformeerd worden over keuzes die het bestuur maakt. Oudere deelnemers stellen informatie vaker op prijs dan jongeren. Op de vraag of belanghebbenden willen meedenken met het fonds is neutraal gereageerd. Tot slot gaven respondenten desgevraagd aan dat Pensioenfonds Vervoer zich niet actiever of minder actief zou moeten opstellen in de media.
Pensioenfonds Vervoer betrekt de uitkomsten van deze enquêtes, maar ook de inzichten die uit alle andere contacten met belanghebbende zijn verkregen bij de strategie (zie hoofdstuk 3) en het beleid van het fonds (zie de hoofdstukken 8 t/m 12).
Het bestuur heeft daarnaast eind 2024 een werkgroep ingesteld die zich zal buigen over de vraag welke structurele vorm van ‘dialoog’ met belanghebbenden past bij Pensioenfonds Vervoer (norm 32 van de Code) én de voorkeuren van onze belanghebbenden en welke aanpassingen op de bestaande praktijk daarvoor wenselijk zijn.

Diversiteits- en inclusiebeleid

Pensioenfonds Vervoer beschikt over een diversiteitsbeleid, waarin is vastgelegd dat het bestuur zorgt voor diversiteit binnen haar organen voor wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit. Het bestuur zorgt bij elke aankomende vacature tijdig voor een opvolgingsplan. In dit plan beschrijft het fonds de gewenste samenstelling naar leeftijd en geslacht van het orgaan waarin de vacature zal ontstaan. Het diversiteitsbeleid beschrijft welke maatregelen in elk geval getroffen worden om bij de vacature behorende diversiteitswens te realiseren. Bij elke vacature bepaalt het bestuur concrete doelen die binnen haalbare termijnen bereikt kunnen worden, binnen de kaders van de statuten en reglementen van het fonds. In dat kader treft Pensioenfonds Vervoer diverse maatregelen om planmatig en weloverwogen te anticiperen op een goede opvolging in de fondsorganen.

In 2024 is gestart met de voorbereiding om het diversiteitsbeleid uit te breiden naar een Diversiteits- en Inclusiebeleid. Hierover zal begin 2025 verder worden gesproken in de fondsorganen, onder meer om te bepalen wat Pensioenfonds Vervoer ziet als voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten voor diversiteit (waaronder in elk geval geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond), conform norm 34 van de Code Pensioenfondsen 2024. Het bestuur meent dat hierbij ook goed naar de fondspopulatie gekeken moet worden en op welke wijze de belangen het beste vertegenwoordigd kunnen worden. Dit hangt onder meer samen met de inrichting van de structurele vorm van ‘dialoog’ met belanghebbenden die past bij Pensioenfonds Vervoer (norm 32 van de Code). Ook dient diversiteit in genderidentiteit te worden toegevoegd aan het beleid.

Afgezien van het beleid is de bestaande praktijk bij de fondsorganen van Pensioenfonds Vervoer dat de leden een grote mate van diversiteit vertegenwoordigen en inbrengen. Alle fondsorganen voldoen aan de genderdiversiteit: er zijn zowel mannen als vrouwen lid. Het bestuur heeft daarnaast ook een lid dat jonger is dan 40 jaar. Het verantwoordingsorgaan voldoet eind 2024 niet aan deze nom van leeftijdsdiversiteit. Dit is een afwijking van norm 35 van de Code Pensioenfondsen.
Omdat vrijwel alle leden van het VO worden benoemd op voordracht van de bij het fonds betrokken cao-partijen is de invloed van het fonds op de werving en selectie evenwel beperkt. Het fonds spreekt tijdig de diversiteitswens uit aan de voordragende partijen. Daarnaast zorgt het fonds ervoor dat vacatures zo vroeg mogelijk bij voordragende organisaties kenbaar zijn zodat meer tijd is een geschikte kandidaat (vanuit het perspectief van diversiteit) te werven.
Het is de betrokken voordragende organisaties, ondanks grote inspanningen, evenwel niet gelukt om voor het VO een kandidaat te werven die jonger is dan 40 jaar. Het fonds acht dit evenwel acceptabel en laat daarbij het belang van kennis van de aangesloten sectoren en affiniteit met pensioenen zwaarder wegen dan de leeftijdsnorm.
Bij een volgende vacature in het VO zal het bestuur de desbetreffende voordragende instantie wederom verzoeken te trachten een kandidaat, jonger dan 40 jaar, te werven en selecteren. 

Het bestuur is van mening dat er in alle fondsorganen van Pensioenfonds Vervoer sprake is van een open cultuur waarin ruimte is voor verschillen in identiteit en perspectief. Het bestuur hecht grote waarde aan deze inclusieve omgeving. Dit is ook een onderwerp dat het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan ter gelegenheid van de jaarlijkse collectieve zelfevaluaties bespreken en evalueren.
Daarnaast tracht het bestuur, onder meer door te werken met een technisch voorzitter, de besluitvorming zodanig vorm te geven dat daarin actief gebruik gemaakt wordt van de verschillen en verschillende perspectieven.
Tot slot heeft Pensioenfonds Vervoer een stageplaats aangeboden aan een deelnemer van de PensioenLab Academy van de editie 2024/2025. Het fonds onderschrijft het belang van het aantrekken van jongeren in de pensioensector en draagt deze stichting een warm hart toe.

Vastleggen toezichtvisie raad van toezicht

De raad van toezicht (RvT) hanteert een eigen toezichtkader en heeft dit vastgelegd in het rapport intern toezicht dat de RvT jaarlijks opstelt. Dit beschrijft onder meer de doelstelling van het intern toezicht, de rol, rolinvulling en de werkwijze van de RvT en de interactie met het bestuur, het VO en de sleutelfunctiehouders. Aan het begin van elk jaar formuleert de RvT specifieke toezichtsthema’s waarover de raad zich een oordeel wenst te vormen en waarover het in gesprek wil met bestuur en verantwoordingsorgaan.
De raad beschikte eind 2024 echter nog niet over een schriftelijke toezichtvisie in een separaat document (conform norm 18 van de Code), waarin deze elementen samenkomen en waarin ook vastgelegd is wat de RvT voor zijn taakuitoefening nodig heeft. Dit onderwerp is in 2024 een punt van aandacht van de raad van toezicht geweest en daarnaast expliciet besproken tijdens de collectieve zelfevaluatie van de RvT. Dit wordt begin 2025 afgerond. Verwezen wordt ook naar hoofdstuk 17.

7.2 NALEVING WET- EN REGELGEVING

Pensioenfonds Vervoer heeft ook in 2024 onverminderd aandacht besteed aan het onderwerp ‘compliance’, ofwel het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit is een continu proces.

In de hoofdstukken 8 tot en met 12 van dit bestuursverslag vindt u informatie over de wijze waarop Pensioenfonds Vervoer invulling geeft aan de wet- en regelgeving op het gebied van pensioenbeheer, vermogensbeheer, risicomanagement en communicatie.

Ook in 2024 zijn aan Pensioenfonds Vervoer geen dwangsommen of boetes opgelegd. De toezichthouders De Nederlandsche Bank nv (‘DNB’) en/of de Stichting Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) hebben geen aanwijzingen aan het fonds gegeven en hebben geen bewindvoerder aangesteld of de bevoegdheidsuitoefening van fondsorganen gebonden aan toestemming van de toezichthouder.

De bestuursrechtelijke procedure tussen Pensioenfonds Vervoer en de AFM over de vraag of de communicatie over het indexatiebesluit van juli 2022 voldoende evenwichtig is geweest, is in 2024 voortgezet en is nog onderhanden.